Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Papegaaienziekte

Een ziekte met vele namen: Papegaaienziekte, psittacose, ornithose, Chlamydophila psittaci. In 1879 werden voor het eerst zeven gevallen van longontsteking beschreven die ontstonden na contact met papegaaien en vinken. In 1892 werd de naam psittacose voor deze ziekte geïntroduceerd. Deze naam is afgeleid van het Griekse woord voor papegaai, psittakos (Πσιττακος). In 1930 werd het ‘psittacosis viru’” voor het eerst geïsoleerd als veroorzaker van psittacose. Later bleek dat het niet een virus betrof, maar een obligaat intracellulair groeiende bacterie.(1)

Psittacose is een zoönose, veroorzaakt door wat we nu Chlamydophila psittaci noemen. Vogels vormen de primaire gastheer voor C. psittaci. Er zijn negen genotypen bekend (A-F, WC, M56, E/B), waarbij elk genotype geassocieerd is - hoewel niet volledig - met bepaalde groepen vogels.
Voor vogels is voorgesteld om de term psittacose te vermijden en in het vervolg te spreken van aviaire chlamydiose. Bij andere vogelsoorten dan papegaaiachtige wordt er veelal gesproken over Ornithosis. (ornis=vogel, osis=aandoening).
De benaming papegaaienziekte is dan ook feitelijk een verkeerde naam omdat wordt gesuggereerd dat papegaaien altijd de oorzaak zijn van de ziekte en dat is niet correct. Chlamydiosis is dan ook een meer voor de hand liggende benaming. Er wordt ook wel gesproken over ornithose  en Chlamydophila psittaci.

Verspreiding
De bacterie wordt door besmette vogels, met of zonder ziekteverschijnselen, uitgescheiden in alle lichaamsvochten (slijm, traanvocht, mest, snot). Buiten het dier kan de bacterie vrij lang overleven. Infectieuze bacteriën zitten daardoor ook in bijvoorbeeld het volièrezand. Via lucht en stofdeeltjes verplaatsen de bacteriën zich en worden door andere vogels of de mens ingeademd. Onder omstandigheden van stress (bijvoorbeeld door transport of wanneer er (te)veel vogels bij elkaar in een hok zitten) worden er meer bacteriën uitgescheiden.(1)

Andere diersoorten
Papegaaienziekte wordt aangetroffen bij papegaaien, parkieten, kaketoes en ara's. Het aantal gastheren van C. psittaci omvat tenminste 130 vogelsoorten. Bij vogelsoorten zoals kippen, kalkoenen, duiven, kanaries, enz spreekt men van ornithose. In principe kunnen alle vogels geïnfecteerd worden met deze bacterie. Ook schapen, geiten en kleine huisdieren kunnen (incidenteel) geïnfecteerd raken.
C. psittaci komt bij vogels in de vrije natuur voor zonder dat er sprake hoeft te zijn van ziekteverschijnselen. Een besmette vogel zonder ziekteverschijnselen wordt een drager genoemd. Een drager kan wisselend de besmetting verspreiden. Bij een onderzoek onder koolmezen is gebleken dat een groot percentage van de onderzochte koolmezen besmet was met C. psittaci.

Ziekteverschijnselen
De belangrijkste ziekteverschijnselen zijn: ademhalingsproblemen, neusuitvloeiing, ontsteking van oogslijmvlies, diarree, geel- of groenverkleuring van de urine en vermagering.  Ook kan er spraken zijn van acute sterfte.
Het merendeel van de vogels met een besmetting vertoont geen ziekteverschijnselen. Uitscheiding van de kiem vindt plaats via uitwerpselen, oogvocht, en neusslijm. De uitscheidingen drogen in waardoor besmette stofdeeltjes in de lucht komen. Door inademen van deze stofdeeltjes kan een besmetting worden overgebracht.
Ook bij eenden en duiven is het geen uitzondering dat er sprake is van een C.psittaci besmetting zonder uitwendige ziekteverschijnselen.
De mens kan besmet raken via uitscheidingen van vogels. Hoewel het aantal besmettingen zeer gering is, maar waarschijnlijk is er sprake van een ''onderdiagnose'', dat wil zeggen: er zijn veel meer mensen besmet dan aan het licht komt.

Mensen
Mensen lopen het meeste risico zich te besmetten wanneer zij intensief contact met vogels hebben, zoals vogelkwekers, personeel van dierenwinkels en pluimveehouders. Echter ook het bezoeken van iemand met één parkiet in een kooitje kan soms al voldoende zijn om besmetting op te lopen.(1) Verschijnselen bij de mens kunnen veel lijken op gewone griepverschijnselen. Er kan sprake zijn van: (wisselende) koorts met hoge pieken, spierpijnen, vermoeidheid, hoesten en hoofdpijn.
Wordt er niet tijdig behandeld, dan kunnen er allerlei complicaties optreden, zoals longontsteking.
Toch is papegaaienziekte bij de mens, in tegenstelling tot griep, goed te behandelen met antibiotica. Gelukkig is papegaaienziekte niet gemakkelijk overdraagbaar van mens op mens.

Als incubatietijd (= de tijd tussen het moment van besmet worden en de eerste ziekteverschijnselen) wordt aangehouden een periode van minimaal 10 dagen.Toch is het raadzaam bij klachten of verschijnselen die lijken op griepverschijnselen altijd de huisarts te informeren of er bij uw vogels papegaaienziekte is aangetroffen, of als u een vogelmarkt, een vogeltentoonstelling of een dierenwinkel heeft bezocht.
De afgelopen tien jaar is er onderzoek gedaan naar het voorkomen van de bacterie op diverse kippenbedrijven, waaronder in België en Frankrijk. Dat bleek het geval. De ziekte is daarmee ook een potentiële bedreiging voor mensen die in de pluimveesector werken. Omdat de ingedroogde poep en snot  als fijne stofdeeltjes door de lucht gaan zweven en die je kunt inademen, vormen deze besmettingshaarden ook een risico voor omwonenden van pluimveebedrijven. 

Meldingsplicht
Omdat de ziekte ernstig kan verlopen bij vogels en mensen, en mensen dus ziek kunnen worden van vogels, geldt voor psittacose een meldingsplicht.

Aanschaf
Op plaatsen waar vogels van verschillende eigenaren bij elkaar worden gebracht, zoals vogelmarkten, vogeltentoonstellingen en dierenwinkels, is het risico dat zowel vogels als mensen besmet raken met papegaaienziekte niet denkbeeldig. Schaf daarom een vogel bij voorkeur aan via een kweker en niet via een handelaar, niet via een vogelmarkt en niet via een dierenwinkel.
Het advies is om, na aankoop, de vogel apart te houden en te laten  testen op papegaaienziekte bij een vogeldierenarts. Hiermee kunnen problemen worden voorkomen en kan zonodig tijdig een behandeling worden gestart. Papegaaienziekte is bij vogels goed te behandelen.

Desinfectie
Bij een besmetting met Psittacose moet de ruimte waarin de vogels verbleven en de materialen waarmee de vogels in aanraking (zitstokken en dergelijke) zijn geweest, worden gedesinfecteerd. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van chloorverbindingen, formaline of halamid-D (3% oplossing). Een goede hygiëne en ventilatie in vogelverblijven is erg belangrijk, hokken moeten goed gereinigd worden. (1)

(1) RIVM ziekdoordier.nl

Gerelateerde onderwerpen:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier