Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Worminfecties bij paarden

Worminfecties bij paarden

Net als andere dieren lopen paarden gemakkelijk een worminfectie op, zeker wanneer ze elke dag in de wei lopen. Een wei kan ‘besmet’ raken met wormeitjes. Die worden met het gras mee opgegeten, ontwikkelen zich in de darmen, beschadigen de darmen en tasten zo de weerstand en gezondheid van het dier aan. Een paard met heel veel wormen kan daar zelfs aan sterven. Maar voor die tijd zal het dier sterk vermageren en lusteloos worden. Ook kan het dier koliek krijgen van een worminfectie. Oplettendheid is dus belangrijk. Het is verstandig om regelmatig van wei(tje) te wisselen, al zal dat niet voor iedereen mogelijk zijn.

Tegen wormen bestaan diverse ontwormingsmiddelen. Juiste dosering is noodzakelijk, mede om resistentie te voorkomen. Vanwege dreigende resistentie tegen ontwormingsmiddelen kun je met enige regelmaat de middelen afwisselen. Ontwormingsmiddelen mag je pas toepassen na een consult van een dierenarts. Deze moet je paard eerst hebben gezien, voordat hij een recept mag uitschrijven. Op grond van mestonderzoek is gericht ontwormen mogelijk. Dat is beter voor het paard, voor het milieu en voor je portemonnee.

Heeft je paard last van longwormen, dan gaat het hoesten. Bij een ernstige besmetting kan je paard stikken door een opeenhoping van larven en slijm in de luchwegen. Behandel daarom een infectie met longwormen altijd en zet je paard tijdelijk op stal om nieuwe besmettingen te voorkomen. ezels kunnen paarden besmetten. Dat kun je voorkomen door mestonderzoek bij de ezel. Als er larfjes in de mest worden aangetroffen moet je de ezel behandelen. 

De levenscyclus van maagdarmwormen bij paarden
Hieronder volgen hieronder de verschillende fasen in de levenscyclus van maagdarmwormen.

  • De vrouwelijke maagdarmwormen die zich in het maagdarmstelsel bevinden leggen eitjes, die met de mest op het weiland terecht komen.
  • De eitjes komen uit en via enkele tussenstadia ontwikkelen zich infectieuze larfjes.
  • Infectieuze larfjes kruipen uit de mest naar het omliggende gras.
  • Tijdens het grazen worden de infectieuze larfjes opgenomen door de dieren.
  • In het darmstelsel ontwikkelen infectieuze larfjes zich via enkele larvale tussenstadia,tot volwassen wormen. Deze levenfase ontwikkelingsfase verschilt per wormsoort.  Bloedwormen bijvoorbeeld gaan inkapselen in de darmwand terwijl spoelwormen een lange trektocht via lever en longen maken.
  • De volwassen wormen in de darmen leggen weer eitjes waarna de levenscyclus weer opnieuw begint.

Er is veel onderzoek gedaan naar de cyclus van infectie en her-infectie via de wei. Daaruit is naar voren gekomen dat een besmette wei na drie maanden weer veilig is. Ook is aangetoond dat bij besmette dieren op een schone wei in het voorjaar (tot 1 juli) en in het najaar (vanaf september) na drie weken en in de zomer na twee weken gevaarlijke her-infecties kunnen optreden. Op basis van deze gegevens kan een beweidingsschema worden opgesteld. Soms kan er echter al binnen genoemde perioden een gevaarlijke wei ontstaan. Dit gebeurt vooral als het warmer is dan normaal, met bovendien voldoende neerslag.

In het voorjaar is de aanwezigheid van volwassen kleine strongyliden in paarden van een jaar of ouder vooral het gevolg van de in het vorige zomer/najaar opgenomen larven (L3). Een deel van de in het weideseizoen opgenomen larven zal zich direct ontwikkelen tot volwassen wormen. Dit zal leiden tot uitscheiding van wormeieren, met pieken in augustus, september en oktober.
Naarmate het weideseizoen vordert, zullen meer en meer opgenomen larven in rust gaan in het darmslijmvlies en zich pas weer het volgend voorjaar tot volwassen wormen ontwikkelen. Indien de mest dus niet trouw tweemaal per week uit het weiland wordt gehaald, of  er geen wormmiddelen worden toegediend, kan de weidebesmetting sterk stijgen in de zomer.

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier