Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

West Nijl Virus

Vele soorten waaronder insecten, vogels, zoogdieren én mensen kunnen geïnfecteerd worden met West Nijl Virus. Zowel mensen als paarden zijn ''dead-end'' gastheren. Het virus loopt in deze dieren dood. De ziekte kan dus niet van paard op paard of van paard op mens worden overgedragen. 

Het virus is voor het eerst geïsoleerd in de provincie West Nile van Oeganda in 1937. Oorspronkelijk kwam Westnijlkoorts (zo heet de ziekte die wordt veroorzaakt door het Westnijlvirus) alleen in Afrika voor - tegenwoordig komt het virus steeds noordelijker voor. Sinds 2000 heeft het virus zich over heel Amerika en delen van Canada verspreid.

De meest recente vondst van het virus in Nederland dateert van eind augustus 2020: toen werd het virus aangetroffen in Utrecht bij een grasmus. Eerder was het virus in ons land nog niet aangetoond. Enkele weken later werd in Utrecht een besmetting vastgesteld bij een mens.

In heel Europa zijn in 2018 ruim 1500 mensen besmet geraakt, waarvan 181 zijn overleden. Niet eerder zijn er in Europa zoveel besmettingen geconstateerd en zijn er zoveel mensen ten gevolge van de ziekte dood gegaan. In Italië deze zich de meest infecties voor, gevolgd door Griekenland en Roemenië. Ook is er in augustus 2018 voor het eerst bij twee laplanduilen in het oosten van Duitsland westnijlvirus aangetroffen. Een Duitse dierenarts die de dieren heeft onderzocht is ook ziek geworden. Later dat jaar was het aantal meldingen van virus bij vogels opgelopen naar twaalf en bij paarden naar twee.
In 2019 is het virus aangetroffen bij een Duitse pony en 12 vogels. Het virus heeft overwinterd in muggen en zich weten te verspreiden. Er worden in 2019 nog meer besmettingen in het oosten van Duitsland verwacht. In heel Europa deden zich in 2019 tot dusver nog zeven besmettingen voor bij paarden: vijf in Griekenland, een in Italië en een in Hongarije. De vrees bestaat dat het virus zich via trekvogels over grotere delen van Europa verspreidt.  

Paarden
Paarden zijn een belangrijke indicator van de aanwezigheid van het virus, omdat ze symptomen van infectie kunnen vertonen zoals hersenvliesontsteking. De incubatietijd bedraagt 5 tot 15 dagen en er is melding van een sterftepercentage bij klinisch zieke paarden van maar liefst 40%. Dat is wel extreem. Net als bij mensen verloopt een infectie met het westnijlvirus bij de meeste paarden zonder (zichtbare) verschijnselen. Zo’n 20% vertoont milde verschijnselen zoals gebrek aan eetlust, sloomheid en koorts. Ongeveer 10% van de dieren krijgt ernstige klachten. . Er bestaat geen geneesmiddel voor de virusziekte. Paarden kunnen de ziekte wel met een agressieve ondersteunende therapie overleven. Sommige paarden zullen echter permanente neurologische schade lijden.
Voor paarden zijn wel vaccins beschikbaar

Ezels en muilezels
Ook ezels en muilezels kunnen geïnfecteerd raken met het West Nijl Virus. Zij kunnen ook klinische verschijnselen vertonen.

Andere diersoorten
Tests hebben ook uitgewezen dat schapen, kippen, koeien en varkens besmet kunnen worden, maar er zijn nooit ziektegevallen vastgesteld. Hetzelfde geldt voor honden en katten.

Ziekteverschijnselen
Bij de mensen lijken de verschijnselen op die van griep. In een enkel geval kan ook hersenvliesontsteking optreden. Verhoogde sterfte onder vogels is vaak aanleiding voor nader onderzoek bij mensen, ook op de aanwezigheid van Westnijlvirus

Besmetting
Het virus wordt overgedragen door insecten. De belangrijkste overdragende muggensoorten komen in groten getale in de warmere klimaatgebieden voor, maar zij komen ook in de gematigde klimaatzones voor. WNV vermeerdert zich vooral in vogels, die drager van het virus zijn. Uitbraken in gematigde klimaatzones worden vermoedelijk veroorzaakt via geïnfecteerde wilde vogels. Introductie door geïnfecteerde muggen vanuit gebieden waar het virus endemisch is, door internationaal reisverkeer van geïnfecteerde personen en via trekvogels worden ook wel genoemd als potentiële routes van introductie. Afhankelijk van o.a. de weersomstandigheden en vele andere onbekende omstandigheden kan er verspreiding van WNV plaatsvinden.

Vaccin
Tegen het Westnijlvirus is voor paarden vaccinatie mogelijk.  Er gaat wel enige tijd overheen om weerstand op te bouwen (minimaal 6 weken). Als het paard eenmaal ziek is, heeft vaccineren geen zin.

Preventie
Op de website van Wageningen BioVetereinary Research staan tips om besmetting te voorkomen:
Het Westnijlvirus wordt vooral door muggen van de Culex familie verspreid. Larven van deze mug groeien op in met water gevulde reservoirs, zoals regentonnen, gieters en verstopte dakgoten. In het licht van de huidige ontwikkelingen zal het onder controle houden van deze muggen een belangrijke strategie worden in de toekomst. Je kunt overlast van muggen voorkomen door deze broedplaatsen aan te pakken, of door ervoor te zorgen dat de woning ‘muggenproof’ is, bijvoorbeeld met behulp van horren. In Amerika circuleert het westnijlvirus sinds 1999. Daar is het motto ‘Dress, DEET, Drain’: kleed je zodanig dat er zo min mogelijk ontblote huid beschikbaar is voor muggen (met name rond de schemering), gebruik anti-muggenmiddelen waar DEET in zit en laat (regen)water niet onnodig staan en gooi het weg.

Terug naar: 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier