Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Water voor paarden

Paard en veulen bij drinkbak

Paarden hebben dagelijks vers water nodig. Het beste is een automatische drinkbak, zodat het paard naar behoefte kan drinken. Bij een automatische drinkbak is wel extra aandacht nodig voor schoonmaak en hygiene. Bij vorst moet in de gaten gehouden worden of de leidingen niet bevriezen.
Water geven in een grote waterbak kan natuurlijk ook. Elke dag de bak schoonmaken en nieuw water erin is dan wel noodzakelijk.

Een paard dat onbeperkt kan drinken, drinkt zo'n 30 tot 35 liter water per dag. Een paard dat alleen op bepaalde tijden kan drinken, heeft dorst als het water aangeboden krijgt en kan dan achter elkaar een emmer van 8 liter leegdrinken. En datzelfde de volgende drinkbeurt opnieuw, zodat de dagelijkse hoeveelheid water omhoog gaat. En paard dat lichte arbeid verricht, drinkt 30 tot 40 liter per dag, bij zware arbeid 60 tot 80 liter.
Laat een paard niet meteen drinken als hij nog erg warm of buiten adem is. Verslikken of zelfs koliek kunnen het gevolg zijn.
Water van slechte kwaliteit kan zorgen voor problemen bij uw paarden. Een slechte waterkwaliteit leidt tot verminderde voeropname en dat veroorzaakt weer minder groei en meer gezondheidsproblemen. Goed drinkwater is smakelijk en niet schadelijk.
Zie bijage voor tabel normen waterkwaiteit zoogdieren.

Blauwalg
Wie veel land tot zijn beschikking heeft, kan overwegen een poel te graven, waardoor een natuurlijke drinkvoorziening ontstaat. Met de vrijgekomen grond kan elders in het land een heuvel worden gemaakt. Een sloot kan in sommige gevallen ook geschikt zijn als drinkvoorziening, mits men er zeker van is dat het water niet is vervuild of teveel mineralen bevat. Dat is in een agrarische omgeving waar veel wordt gemest en gespoten, al gauw het geval.
Pas bij warm weer ook op voor blauwalg. Warm water (meer dan 20 °C), veel zonlicht en de aanwezigheid van stikstof en mineralen werken het ontstaan van blauwalg in de hand. Er ontstaat dan meestal een groene (soms rode of gele) film op het water. Blauwalg produceert gifstoffen, die schadelijk kunnen zijn voor de hersenen, lever, nieren en/of huid. De dieren krijgen zenuwverschijnselen (zwakte, benauwdheid, sterfte) en kunnen lever- en nierschade oplopen.
Zodra blauwalgen worden aangetroffen, is het beter om geen gebruik te maken van het water: niet als drinkwater, maar ook niet als water om te spoelen.

Smakelijkheid en schadelijkheid
De smakelijkheid van het water wordt bepaald door ijzer, hardheid, zout en ammonium. Als een of meerdere van deze parameters verhoogd zijn, is het water minder smakelijk en zal het paard minder water gaan drinken. Dat betekent ook dat het paard dan minder zal gaan eten.
Water uit een bron is een mooie voorziening voor paarden. Het is wel belangrijk te weten wat de waterkwaliteit is. Als het ijzergehalte bijvoorbeeld te hoog is – en dat is nogal eens het geval, vooral bij diepe putten - kan het nodig zijn een ijzerfilter te plaatsen.
De Nederlandse grond bevat van nature veel ijzer. Als het water met een puls opgepompt wordt die dieper gaat dan 100 meter blijkt er nauwelijks risico op een hoog ijzergehalte, echter als het water wordt gehaald uit ondiepere lagen is dat risico veel groter. Daarom kan water uit eigen bron of uit de sloot teveel ijzer bevatten. Dat kan een risico voor paarden zijn: ze nemen het ijzer heel efficiënt in de darmen op en dit wordt in de lever gestapeld. Uiteindelijk gaat dan de lever minder werken en krijgt het paard symptomen als vermageren, sloom, dorre vacht of kan het zelfs sterven. 
Water met veel ijzer (meer dan 20 mg per liter) kan dus dodelijk zijn. We spreken dan van een ijzervergiftiging. Maar ook bij iets mindere, maar toch nog altijd bovennormale gehalten aan ijzer kunnen ziekteverschijnselen optreden, zoals diarree. Tip: laat het water altijd even staan om te zien of er veel ijzer in zit: het water wordt dan donkerbruin, met veel neerslag. Wil je het precies weten? Bij de Gezondheidsdienst voor Dieren of de Bodemkundige Dienst van België kun je de waterkwaliteit laten testen.

Nitriet, sulfaat en sulfide
De schadelijkheid van het water wordt ook bepaald door nitriet. Ammonium en nitraat kunnen door bacteriën worden omgezet naar nitriet. Daarom worden ze altijd meegenomen in de beoordeling voor het risico op schadelijkheid. Ook sulfaat en (waterstof)sulfide geven een indruk van de schadelijkheid van het water. Als zowel sulfaat als sulfide aanwezig zijn, wordt het water direct afgekeurd. Sulfaat kan door bacteriën worden omgezet naar zwavel en sulfide. Het bepalen van zwavel is niet zinvol omdat zwavel slecht oplost in water en niet direct schadelijk is. Verhoogd sulfaat kan ook de reden zijn van weke mest.
Een verhoogd totaal kiemgetal zegt iets over de algemene hygiëne van het water. Als er ook E. coli-bacteriën worden aangetroffen, kunnen er ook andere ziekmakende bacteriën en virussen in het water zitten. Dan wordt het water al snel als ‘ongeschikt’ beschouwd.

Winterkoliek
Voordat een paard gaat drinken, moet het wel een dorstgevoel hebben. Dit is niet altijd vanzelfsprekend. Bij lage temperaturen kan het gebeuren dat er een soort vicieuze cirkel ontstaat: het paard heeft minder gevoel voor dorst, het paard zal minder drinken, de organen worden minder doorbloed doordat het paard minder vocht binnenkrijgt dan nodig en daardoor wordt het dorstgevoel nog verder onderdrukt.
Door een mindere doorbloeding van de darmen kan ten slotte koliek ontstaan. Dit wordt ook wel winterkoliek genoemd.

Bij paarden is geconstateerd dat als ze geen keuze hebben, ze in de winter meer van warm water dan van koud water drinken. Wanneer ze de keuze hebben, geven ze echter de voorkeur aan het koude water. Als je paarden meer water wilt laten drinken, is het dus beter om ze dagelijks warm water te verstrekken en het koude water dan even af te dekken. Van dat warme water drinken ze immers meer. Voor paarden geldt bovendien dat wanneer na flinke inspanning te veel koud water wordt gedronken, er grote kans is op koliek is. Paarden moeten dan over een periode van één tot twee uur het water drinken. Dan maakt de temperatuur van het water niet meer veel uit. De smaak is wel nog steeds van belang.

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier