Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Verzorgen van de vacht van paarden

Paard poetsen

Het is goed een paard geregeld te borstelen. Op die manier kan het vuil worden verwijderd en bovendien stimuleert het poetsen (als massage) de bloedsomloop. Paarden die jaarrond buiten lopen, mogen in de herfst en winter niet teveel geborsteld worden, omdat ze dan teveel haar verliezen en de waterafstotende laag dan teveel wordt aangetast.
Als een paard bezweet is van het werk, is het goed dit zweet meteen af te sponzen en met een zweetmes de vacht zo droog mogelijk af te schrapen. Dat voorkomt het vastkoeken van oud zweet in de haren en houdt de poriën in de huid open. Wanneer de volgende dag met roskam en borstel nog een poetsbeurt volgt, worden ook de laatste restjes nog verwijderd.
Met een roskam (van ijzer of van rubber) maak je het vuil los door in ronde bewegingen over de vacht te gaan. Denk eraan: met een ijzeren roskam nooit over de delen waar alleen bot onder de vacht zit. Daarna met een harde borstel het los geroste vuil uit de vacht poetsen. Eventueel met een zachte borstel nog voor de glans.

Manen en staart
Manen en staart kunnen ook met de harde borstel worden ontklit en schoongemaakt. Bij de staart altijd bovenaan de haren vasthouden en van daaruit borstelen zodat je niet te veel haren uittrekt. Veel mensen borstelen de staart zo dat er na een paar weken een miezerig staartje overblijft. Zorg dat de staart onderaan regelmatig wordt bijgeknipt zodat het paard niet op de punt gaat staan. Voor rijpaarden geldt een lengte die in rust 15 cm onder de hak hangt, maar je kunt hem ook langer laten.
Ook de manen kun je op een bepaalde lengte houden door ze te trekken met een speciaal kammetje, of door ze gewoon af te knippen. Voor sportpaarden geldt een lengte van maximaal 10 cm, die voor de wedstrijden in opgeknoedelde vlechtjes wordt ‘getoiletteerd’.

Gerelateerde onderwerpen:


Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier