Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Verwondingen door eikenprocessierups

Verspreiding van brandharen van de eikenprocessierups via de wind en het met de wind of door de zwaarte uit de bomen vallen van nesten, zijn voor de dieren de belangrijkste blootstellingsfactoren. Brandharen van oude, dode rupsen of uit oude spinselnesten kunnen nog vijf tot zeven jaar actief blijven. Dat betekent dat oude nesten of rupsen nog lange tijd een verspreidingsbron van brandharen kunnen zijn.

Blootstelling van dieren aan de brandharen van de rupsen vindt vooral plaats via inhalering van in de lucht aanwezige brandharen of via direct slijmvliescontact (ogen, mond en keel) door het in de mond krijgen van nesten met rupsen of met brandharen besmet voer. Direct huidcontact speelt bij dieren een te verwaarlozen rol omdat hun huid vaak bedekt is met een vacht.

Eikenprocessierups in maaisel en hooi
In de maanden juni, juli en augustus leveren de rupsen en de vrijkomende brandharen de meeste overlast voor dieren op. Op die momenten zijn dieren zoals onder andere honden en paarden vaak buiten of grazen ze in weiden. Ook in andere perioden dan die waarin de rups actief is, kunnen dieren aan oude brandharen worden blootgesteld, door de aanwezigheid van oude nesten in of rond eikenbomen. Zo kan er een gevaar zijn voor runderen en paarden die in de directe nabijheid van besmette eikenbomen of -lanen grazen, of die met brandharen besmet maaisel of hooi gevoerd krijgen.

Klachten
De reacties die na (in)direct contact van dieren met de brandharen van de eikenprocessierups kunnen optreden, zijn zeer divers. Behalve lokale klachten van vooral mond, ogen, keel en bovenste luchtwegen, kunnen ook klachten optreden van algemene aard (koorts, kokhalzen, misselijkheid, diarree en algemene malaise). Ernst en aard van de klachten kunnen sterk variëren, afhankelijk van de hoeveelheid brandharen waarmee dieren in contact zijn gekomen. Zo kunnen de verwondingen in de mond zo ernstig zijn dat de tong wordt aangetast met ernstige kauw- en slikstoornissen tot gevolg, waardoor chirurgisch ingrijpen noodzakelijk is en een gedeelte van de tong verloren gaat. Macroglossie en ernstig speekselen staan hierbij als eerste verschijnselen op de voorgrond.

Uit de praktijk blijkt dat paarden sterk kunnen reageren op de blootstelling aan brandharen. In het algemeen verdwijnen de hierboven beschreven symptomen bij dieren niet zo snel als bij mensen, mogelijk vanwege de zeer grote hoeveelheid brandharen waaraan ze moeten worden blootgesteld voor ze echt ziek worden.

Behandeling van dieren na contact met brandharen
Dieren zoals de honden en paarden hebben vaal al ernstige lokale en systemische verschijnselen hebben voor de dierarts worden geconsulteerd, zoals ernstige verwondingen in de mond met macroglossie, blaren en speekselvloed. Voor de lokale en systemische behandeling van klachten zijn anti-histaminica en corticosteroïden te gebruiken, ondersteund met antibiotica en anti-emetica.

Wanneer er sprake is van ernstige oedeemvorming met tongnecrose is ook nog het gebruik van systemische en lokale analgetica (opiaten en lido caïne) te overwegen. Het is belangrijk vooraf de mond te spoelen met grote hoeveelheden water om overtollige brandharen zoveel mogelijk weg te spoelen en het mondweefsel zoveel mogelijk te beschermen tegen verdere inwerking.

De behandeling duurt meestal enkele dagen, afhankelijk van de voedingstoestand van de zieke dieren. Geadviseerd wordt bij het behandelen van met brandharen besmette dieren de juiste persoonlijke beschermingsmaatregelen te nemen, zoals het dragen van goed afsluitende kleding en wegwerphandschoenen. (1)
(1) De brandharen van de eikenprocessierups, (Thaumetopoea processionea L.), een mogelijk probleem voor dieren?Tijdschrift voor Diergeneeskunde, mei 2008

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier