Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Staart- en maneneczeem

Staart- en maneneczeem

Staart en maneneczeem (SME), ook wel zomereczeem genoemd, is duidelijk seizoensgebonden en wordt veroorzaakt door een insect. De klachten beginnen meestal voor de zomer en eindigen ergens tussen september en december. Niet de knut, maar één van de vele knuttensoorten brengt bij paarden de vervelende aandoening teweeg, die met het klimmen der jaren vaak steeds ernstiger vormen aanneemt. Het beestje behoort tot dezelfde familie die bij schapen en runderen het blauwtongvirus verspreidt: de Culicoïdes muggen. Er bestaan vier- tot vijfhonderd soorten van deze muggenfamilie. SME is wereldwijd een probleem voor paarden, maar kennelijk heeft elk gebied op aarde z’n eigen knuttensoort(en) die deze hinderlijke kwaal veroorzaakt. De knut prikt het paard, laat daarbij wat speeksel achter om stolling van het bloed tegen te gaan en zuigt vervolgens bloed op. Dat speeksel veroorzaakt de allergie. Of er een allergische reactie optreedt, wordt mede bepaald door erfelijke factoren (zie bijlage).

Ontwikkeling van test SME
Wageningen Universiteit en de Faculteit Diergeneeskunde ontwikkelen een test waarmee kan worden bepaald of een paard of pony inderdaad lijdt aan SME, of dat er iets anders aan de hand is. Bij de test wordt een extract van gemalen culicoidesmugjes net onder de huid gespoten. Als de huid allergisch reageert (dik wordt) op de injectieplaats, is sprake van een overgevoeligheidsreactie. De test werkt nog niet goed genoeg, maar is wel veelbelovend.

Preventie en therapie
Sommige houders van paarden die lijden aan SME, houden hun dieren binnen, omdat ze daar minder risico lopen op een knuttenbeet. De knut blijft immers graag buiten. Hoe vaker het dier wordt gepikt, hoe meer de allergie toeneemt. Is de allergische reactie eenmaal opgetreden, dan blijft deze aanwezig. Dieren met staart-en-maneneczeem (een betere naam is 'insectenovergevoeligheid') die toch naar buiten gaan, krijgen eventueel een speciale jas aan. Zolang er geen therapie bestaat, is dat een effectieve methode om de dieren te beschermen.

Paardenhouders verzinnen van alles om hun dieren te verlossen van de aandoening, die gepaard gaat met matige tot hevige jeuk. Voorlopig is het vermijden van contact met de culicoidesmugjes de beste preventie én ook de beste therapie. Deze bestaat uit:

      • De paarden gedurende de zwermtijden van de insecten opstallen. Recent onderzoek toonde aan dat verreweg de meeste culicoidesmugjes rondom paarden tegen zonsondergang worden gezien. Het is dus belangrijk de paarden/ pony's rond die tijd op te stallen.
      • De stallen voorzien van fijnmazige horren, die geïmpregneerd zijn met een insecticide. De mazen moeten zeer fijn zijn, want de mugjes zijn erg klein.
      • Doe het paard een jas aan.
      • Overweeg het gebruik van insectenwerende middelen en insecticiden zoals pyrethrines (permethrin). Sommige paarden hebben baat bij koeien-oorlabels die geïmpregneerd zijn met synthetische pyrethrines, aan de halster of ingevlochten in de staart/manen. Houd er echter rekening mee dat permethrin een giftige stof is en ook  insecten als bijen en kleine zoogdieren schade kan toebrengen.
      • De manen- en staartaanzet bedekken met een laagje vloeibare paraffine of mineralenolie maakt het de culicoidesmugjes lastig om de huid te bereiken. Dit is echter een bewerkelijke en rommelige methode, die zelden succesvol is.
      • De larven van knutten ontwikkelen zich in stilstaand water. Ruim alle rommel in de wei op waarin zich restanten van regenwater water bevinden en voorzie de drinkbak eventueel van een fontein, zodat het water blijft stromen en de knutten er hun eieren niet in kunnen leggen.


        Bestrijden van de heftige jeuk:

        • Regelmatige wasbeurten met zwavelteershampoo verwijderen niet alleen korsten en schilfers, maar verminderen ook de jeuk.
        • Het toedienen van glucocorticosteroïden (via de mond) kan worden toegepast om aanhoudende, hevige jeuk te verminderen.
        • Wonden behandelen met zalf.
        • Zie ook op deze website: artikel over zalf werkzaam tegen verschijnselen zomereczeem


        Voeding en zomerczeem
        Er zijn significante verschillen gevonden voor kuilgras en stro. Paarden die in de winter kuilgras eten, hebben minder last. Hetzelfde geldt voor paarden die zomer en winter als ruwvoer stro krijgen aangeboden. De interpretatie hiervan is evenwel nog niet zo eenvoudig, omdat het aanbieden van stro ook kan betekenen dat het dier binnen wordt gezet. Daarom is verder onderzoek noodzakelijk.
        Er zijn diverse krachtvoeders op de markt verkrijgbaar, waarvan wordt beweerd dat ze de oplossing zijn bij zomereczeem. Er is echter nog geen bewezen product, waarbij zomereczeem gegarandeerd verholpen wordt. Wel wordt algemeen het advies gegeven om een paard niet te belasten met teveel krachtvoer, omdat het lichaam bij een allergische reactie al belast is. Kies een voerproduct met een laag eiwitgehalte(RE < 11%) en een laag zetmeelgehalte(< 25%).
        De weerstand van een paard met zomereczeem kan worden verbeterd met behulp van Vitamine E, Vitamine C en mineralen zoals koper, mangaan en zink. Deze zijn belangrijk voor een gezonde huid/vacht.

        Zie ook wiki: Supplement werkzaam bij staart- en maneneczeem

        Genetische aanleg en fokkerij
        De gevoeligheid voor staart- en maneneczeem wordt voor een aanzienlijk gedeelte (20%) bepaald door erfelijke factoren. Geen enkele andere factor heeft een dergelijk grote impact. Selectie met behulp van DNA informatie resulteert in de snelste vermindering van het aantal paarden met SME. Maar die methode is erg duur. Er kan bij de selectie ook gebruik worden gemaakt van klinische symptomen om zo een inschatting te maken van de genetische aanleg van een fokdier. Daarbij moeten wel tenmiste tien maar bij voorkeur twintig of meer nakomelingen worden betrokken. Wanneer er een strenge selectie in dekhengsten plaatsvindt, zal het percentage paarden met SME met 3% per generatie verminderen. (1)

        Ontwikkeling van allergeen
        Nader onderzoek naar de Nederlandse SME-knut zou kunnen leiden tot de ontwikkeling van een allergeen waarmee paarden minder gevoelig gemaakt zouden kunnen worden voor de allergische prikkel. (2)
        (1) Anouk Schurink: Insect bite hypersensitivity in horses: genetic and epidemiological analysis (201
        (2) [[nodetitle:Onderzoek staart-en maneneczeem moet leiden tot test en therapie]] Levende Have, oktober 2006 

        Terug naar:

        Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier