Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Slootwater voor paarden

Paard drinkt uit de sloot

Slootwater of oppervlaktewater (poel, vijver) kan geschikt zijn als drinkwatervoorziening voor paarden, maar het moet wel schoon genoeg zijn (helder, kleurloos en geurloos) en regelmatig gecontroleerd worden op kwaliteit. Een sloot waar niet zichtbaar op wordt geloosd is niet automatisch een 'schone' sloot. Een heel eind verderop in de sloot kunnen ook afwateringsbuizen op de sloot uitkomen. Verder kan het water dat afvloeit via percelen of wegen in de omgeving voor vervuiling zorgen. Denk aan resten van motorolie, bemesting en landbouwgif. Vooral de bollenteelt is erg vervuilend.

Ook natuurlijke drab, slib, dierlijke mest en plantenresten kunnen een sloot danig vervuilen door rottingsprocessen. Daarbij ontstaat zwavel, dat zenuwafwijkingen kan veroorzaken. E. coli- en salmonellabacteriën in het water geven darmproblemen, die zeker bij jonge en zwakke dieren heel ernstig kunnen uitpakken. Grote hoeveelheden vogels rondom de watervoorziening kunnen salmonellabesmettingen veroorzaken via de bacterien in de vogelmest. In de herfst, als veel vogels doodgaan en in het water terechtkomen, ligt het gevaar van botulisme (clostridiumvergiftiging) op de loer. Botoxgif verlamt de zenuwen van paarden.
In het noorden van het land en in Zeeland kan soms zout kwelwater in de sloot sijpelen. Ook dit kan zenuwafwijkingen geven door de zwavelverbindingen die dan ontstaan. 
Bij hoge temperaturen kunnen in ondiep water blauwalgen de kop opsteken. Ze geven een groenblauwe, maar soms ook roodgele sluier over het water. Blauwalgen zijn zeer giftig. De gifstoffen tasten de lever en de nieren van het paard aan.

IJzer
In verschillende gebeden in Nederland kan het water te veel ijzer en zuren bevatten. Een paard vindt dat water niet smakelijk en zal er zo min mogelijk van drinken. Bij warmte kan dan uitdroging ontstaan. Ook kan een paard bij gebrek aan beter toch van het slootwater met ijzer drinken. Er zijn gevallen bekend van paarden met een chronische ijzervergiftiging doordat ze meerdere jaren slootwater dronken met hoge ijzergehalten. Bij de overleden paarden werd ijzerstapeling aangetroffen in de lever, milt, longen, hersenen en zelfs gewrichten.
Hoge ijzergehalten in het water zijn met het blote oog niet altijd zichtbaar. Ook al is het water helder, dan kan er toch teveel ijzer in zitten.

Oppervlaktewater en slootwater hebben ten slotte ook nog niet altijd de ideale mineralensamenstelling.

Gezien alle risico's kun je het beste een laboratoriumtest laten doen voordat je je paard slootwater laat drinken. Hierbij worden bezinksels beoordeeld, verontreinigingen onderzocht, kiemgetallen bepaald en de minerale samenstelling vastgesteld. Op de uitslag staat of het water wel of niet geschikt is als drinkwater. Let op: dit is een momentopname. De test dient regelmatig herhaald te worden en ook dient de sloot regelmatig geïnspecteerd te worden.

De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en LTO Nederland ontwikkelden een doehetzelftest sloot- en oppervlaktewater voor de beoordeling van de waterkwaliteit.

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier