Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Paardenwei

Paarden in de wei

De grasrassen in moderne weilanden zijn vooral ontwikkeld voor koeien. Paarden hebben behoefte aan structuurrijk voer. Een te eiwitrijke wei kan gevaren opleveren voor de gezondheid van paarden, zoals overgewicht en koliek. Bij het inzaaien of doorzaaien van een weiland voor paarden, zou altijd gebruik gemaakt moeten worden van graszaadmengsel voor paarden, al dan niet voorzien van kruiden. Zie bijlage met factsheet ''Is natuurgras geschikt voor paarden?''

Voor het behoud van een goede weide is het aan te bevelen om de weide niet alleen te laten begrazen door paarden. Het beste is om het weiden af te wisselen met maaien (voederwinning) of het weiland te laten begrazen door schapen, geiten of koeien.

Intensieve beweiding
In weiden die intensief worden gebruikt kan de mest het beste geregeld worden verwijderd. Daarvoor zijn zogeheten paddock cleaners op de markt. De weide geregeld slepen is eveneens goed voor de grasmat. De mest wordt op die manier uit elkaar gehaald en verspreid.
Bij intensieve begrazing kan het gras zo kort worden afgegraasd dat het te langzaam weer aangroeit en suikergehalten toenemen. Dit is te voorkomen door de paarden geregeld om te weiden. Hierdoor krijgt de weide de mogelijkheid om te herstellen. Dat neemt drie tot vier weken in beslag. Wanneer er niet voldoende gras beschikbaar is, kan ervoor gekozen worden om de paarden tijdelijk in de paddock te houden met voldoende ruwvoer.

Extensieve beweiding
In weiden die extensief beweid worden is het niet noodzakelijk de paardenmest te verwijderen. De wormbesmetting is niet zo hoog en in een natuurlijke wei zullen mestkevers de mest opeten en verteren zodat de voedingsstoffen beschikbaar komen voor het grasland.
Wil je een koeienwei geschikt maken voor paarden zonder de wei helemaal opnieuw in te zaaien, hou dan met het volgende rekening:

  • Het omschakelen van een koeienweide naar schraal grasland vereist een minimum aan bemesting, bij voorkeur alleen nog ruige mest in het voorjaar
  • Inkuilen of hooien bespoedigt verschraling van voedselrijk grasland door afvoer van onder andere stikstof
  • Door perceelranden af te rasteren kan zaad van bloeiende grassen en kruiden gemakkelijker verspreiden, zodat de gewenste botanische samenstelling mogelijk sneller bereikt wordt

Naast een goed graslandbeheer kunnen de volgende maatregelen worden genomen om de veiligheid en welzijn van paarden te bevorderen:

  • Een enkele of een aantal bomen met rondom struiken planten in of tegen de perceelsrand (zie hieronder Bomen in de wei). Zij vormen een beschutting tegen wind, regen en zon. Een bijkomend voordeel is dat bomen nogal wat water opzuigen, waardoor het weiland droger wordt.
  • Reliëf aanbrengen. Paarden vinden het fijn om op een heuveltje op de uitkijk te staan.
  • Door elders in het land een poel te graven, ontstaat een natuurlijke drinkvoorziening. Met de vrijgekomen grond kan er een heuvel gecreëerd worden.

Voor meer informatie over de graslandvernieuwing, bemesting, en onderhoud zie bijlage Grasland voor paarden.

Schimmels en mycotoxinen
Op het gras in de wei komen schimmels voor. Schadelijk zijn de mycotoxinen die de schimmels in het gras achterlaten: fusarium, endofieten, lolitrems, ergotamine, slaframine. Deze stoffen kunnen ook terecht komen in het hooi, vooral wanneer dat te vochtig wordt opgeslagen.
Voor de productie van graszaad wordt vaak gebruik gemaakt van gras dat met zogenaamde endofyten is besmet. Deze endofyten beschermen het gras tegen vraat en maken het gras sterker sterker. Maar ze produceren ook lolitrem: een mycotoxine. Lolitrem veroorzaakt bij paarden, koeien en schapen neurologische verschijnselen zoals incoördinatie, een stijve, atactische tot hypermetrische gang, gevolgd door omvallen met krampen en fietsbewegingen, vooral na opjagen en bij opwinding van de dieren. Bij rust herstellen de krampen weer en kunnen de dieren weer overeind komen. Dit wordt raaigraskramp genoemd (rye grass staggers).
Fusarium kan ernstige, neulogische aandoeningen veroorzaken. Endofyten leven voornamelijk op rietzwenkgras en veroorzaken onder meer een verminderde vruchtbaarheid. Lollitrems leven voornamelijk op raaigras en veroorzaken krampen. Ergotamine is giftig voor een paard en tast het zenuwstelsel, immuunsystemen en  voortplantingssysteem aan. Van slaframine gaat een paard heel erg kwijlen of aan de diarree. De schimmel leeft op diverse gras- en klaversoorten en komt vrij veel voor.
Schimmels zijn moeilijk te bestrijden en lijken het beter te doen op gestresst gras (gras dat is aangetast door droogte of overbegrazing). Vooral een vochtige herfst na een droge zomer kan schimmelvorming bevorderen.

Bomen in de paardenwei
Niet alle bomen zijn even geschikt voor de paardenwei. Giftige bomen zijn o.a. de walnoot, kastanje, beuk, de gewone esdoorn en de vederesdoorn en kersen- en pruimenboom. Het beste is om een paard simpelweg geen toegang te geven tot takken, bladeren en vruchten van deze bomen. Eikenbomen zijn eveneens mild giftig, vooral de bladeren en onrijpe, groene eikels. Bovendien is er het probleem met de eikenprocessierups. 

Eikels bevatten een giftige stof, tannine of tanninezuur. Een klein beetje van deze giftige stof is niet erg, maar van te veel kunnen paarden ziek worden. Deze tannine of tanninezuur kan bloedvaten laten samen trekken, maar ook bloedstolling veroorzaken of eiwitten laten klonteren.
Hierdoor kunnen onder meer nierproblemen ontstaan. Te herkennen aan donkere  urine. Bij ernstige ziekte gaan de dieren binnen enkele dagen (soms zelfs binnen 24 uur) dood, bij minder ernstige vorm vermageren ze, maar herstellen ze binnen enkele weken. Soms echter wel met blijvende nierschade. Bij drachtige merries is er een verhoogde kans op abortus. De meeste tannine zit in de jonge, groene eikenblaadjes en de onrijpe, groene eikels. Deze blijven normaal wel aan de boom hangen, maar tijdens storm en flinke windstoten, vallen ze in grote getale van de boom. Oude, rijpe, bruine eikels bevatten veel minder tannine en zijn dan ook veel minder gevaarlijk.

Losse bladeren van de rode esdoorn zijn zeer giftig en opname is meestal fataal. Van de beuk zijn vooral de nootjes giftig. Naast deze bomen zijn de taxus en buxus veelvoorkomende struiken die zeer giftig zijn en waarmee ieder contact moet worden vermeden. Gemaaid gazongras is eveneens een risicofactor, omdat hierin endofyten (schimmels) kunnen zitten die gevaarlijke gifstoffen produceren.

Takken en bladeren van andere bomen en struiken, zoals de berk, wilg en druif zijn niet giftig. Toch is het af te raden om grote hoeveelheden aan een paard te geven. Vooral takken bevatten bijvoorbeeld veel lignine, een niet-verteerbare vezel, die verstoppingen kan veroorzaken. Verder is van lang niet alle bestaande bomen en struiken onderzocht wat het effect is na opname door paarden.

De schimmel die de spierziekte Atypische myopathie veroorzaakt, kan voorkomen op esdoornbladeren en zaden van de esdoorn. De zoete smaak van esdoornbladeren is voor paarden aantrekkelijk. Let daarom goed op esdoornbomen langs de weide. Verwijder niet alleen bladeren, maar ook zaden en zaailingen.

Alternatieven voor de esdoorn zijn:

  • Alnus glutinosa (zwarte els)
  • Alnus incana (witte els)
  • Fraxinus excelsior (gewone es)
  • Prunus avium (zoete kers)
  • Castanea sativa (tamme kastanje)

Niet alleen bomen, ook bepaalde planten kunnen acuut of op de lange termijn de gezondheid van een paard negatief beïnvloeden. De Vlaamse dierenarts Hilde Nelis maakte een dossier met daarin een handig overzicht van de meeste schadelijke planten. 

Bemesten
Alle meststoffen zorgen dat gras sneller gaat groeien. Hiervoor kan dierlijke mest van koeien worden gebruikt. Ca. 10 kuub dierlijk mest per ha. is voldoende voor een paardenweide. Het voordeel van dierlijke mest  is dat de meststoffen uit de mest verspreid over het weideseizoen vrijkomen.
In de meeste paardenweiden is de zuurgraad te laag. Dit betekent dat de bodem verzuurt is en de pH te laag is. De pH van een paardenweide zou tussen de 6,5 en 7,2 moeten zijn. Door kalk te strooien kan de pH waarde verhoogd worden en de zuurgraad verlaagd. Voor meer informatie zie de links onderin naar artikelenreeks ''Van knollenveld tot grasland'' uit Levende Have, 2009.

Paddock Paradise
Steeds meer houders van paarden maken van hun wei een paddock paradise. Een van de grondleggers van het paddock paradijs is de Amerikaanse hoefsmid Jamie Jackson. Zijn methode komt, kort gezegd, neer op het nabootsen van de natuurlijke slijtage bam de hoeven. Dat kan door regelmatig een stukje te bekappen, maar het is uiteraard nog gemakkelijker en beter als de slijtage plaatsvindt doordat de leefomstandigheden worden nagebootst. En zo kwam Jackson uiteindelijk op het idee van een ‘’paddock paradise’’. Natuurlijke slijtage treedt op als paarden meer gaan lopen. Paarden in een wei lopen weinig, maar als in de wei een route wordt uitgestippeld lopen ze opeens veel. Dit idee is gebaseerd op observaties van in het wild levende paarden. Die blijken ook vaak vaste routes te lopen, met een drinkplaats als terugkeerpunt. De route die wordt gelopen, kan per dag wisselen, maar het zijn wel routes die na een tijd opnieuw worden gelopen. In de wei kan dit worden nagebootst door een pad met aan beide kanten omheining aan te leggen. Het moet wel een rondlopend pad zijn. Het liefst met in iedere hoek een reden om daarheen te gaan. Dat kan water zijn, een zandplek om in te rollen, een hooinet of een schuilplek die bescherming biedt tegen zon, wind en regen. Meer info over paddock paradise in de wiki over dit onderwerp, met leuke video's.

Van knollenveld tot grasland (1)
Van knollenveld tot grasland (2)
Van knollenveld tot grasland (3)
Van knollenveld tot grasland (4)

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier