Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Omgevingstemperatuur voor paarden

Omgevingstemperatuur voor paarden

Paarden zijn warmbloedige dieren met een constante lichaamstemperatuur van 37,2 tot 38,2 graden Celsius. Ze kunnen hun warmte goed reguleren bij temperaturen tussen de 5 graden onder nul en 25 graden.
Frisse stallen bevorderen het reguleren van de lichaamstemperatuur en daardoor de weerstand en de gezondheid. Voor paarden die hoge prestaties leveren, ligt de optimale omgevingstemperatuur tussen de 10 en 15 graden. Voor veulens wordt 15 tot 20 graden aanbevolen.

De Sectorraad Paarden heeft een protocol extreme weersomstandigheden opgesteld (zie bijlage). Dat is van belang vanwege de klimaatverandering. De comfortzone voor een paard ligt ongeveer tussen de +5°C en de +25°C. 's Zomers is het vaak te warm en hebben paarden vooral schaduw nodig. 's Winters is het buiten vaak te nat.

Als het koud is, let dan hier op:
• paarden hebben het niet snel te koud en als dit wel het geval zou zijn kan bijvoorbeeld bij rillen dit met een deken goed verholpen worden;
• paarden kunnen zonder problemen met hun onderbenen in de sneeuw staan, zij krijgen geen ‘bevroren’ voeten omdat de bloedvoorziening in de onderbenen heel anders gereguleerd wordt dan bij mensen;
• er moet voldoende goede kwaliteit (en dus niet bevroren) drinkwater ten minste iedere 4-6 uur ter beschikking staan/ter beschikking worden gesteld en er moet voldoende ruwvoer worden verstrekt;
• bij transport is het grootste gevaar niet de onderkoeling van de paarden, maar de eventuele gladheid;
• paarden hebben een lagere comfortzone dan mensen en zijn dus veel beter tegen kou bestemd; als het voor paarden echt te koud zou worden (temperatuur < -10° tot -20° C), moeten extra maatregelen worden genomen; deze lage temperaturen komen in Nederland vrijwel nooit voor. Bij extreme koude is transport alleen nog toegestaan in vervoermiddelen met klimaatcontrole.

Als het warm is, let dan hier op::
• paarden moeten in de schaduw (kunnen) staan, het voordeel van een afdak boven bomen of een bomenrij is dat er onder een afdak doorgaans ook minder insecten zijn, zeker als het afdak nog 1 of meer wanden heeft; wel moet er voldoende ruimte zijn voor alle in de wei aanwezige dieren;
• paarden moeten zo nodig voldoende gekoeld worden (met water of ventilatoren);
• er moet voldoende goede kwaliteit drinkwater ten minste iedere 4-6 uur ter beschikking staan/ter beschikking worden gesteld en er moet voldoende ruwvoer worden verstrekt;
• transport is bij voldoende ventilatie wel mogelijk (zie ook eerder), maar de koeling moet voldoende zijn en bij dreigende filevorming moet er niet op pad worden gegaan;
• door organisatoren van evenementen moeten de omstandigheden ter plaatse meegenomen worden bij de beslissing een evenement wel/niet door te laten gaan;
• eigenaren, ruiters en menners hebben ook een eigen verantwoordelijkheid om wel of niet aan een evenement deel te nemen
• bij een te verwachten temperatuur > 35°C is het verstandig een evenement af te lasten.

Als het erg nat is, let dan hier op:
• paarden niet die niet worden gepoetst c.q. gewassen hebben een haarkleed dat prima beschermt tegen regen; rijpaarden zonder voldoende beschermend haarkleed kunnen zo nodig met een waterdichte, wel ademende, regendeken worden beschermd tegen regen
• kortdurend in de regen lopen vormt zelden of nooit een probleem, ook niet voor wedstrijdpaarden zonder goed beschermend haarkleed
• langdurig met de voeten in de modder staan zal tot hoefproblemen leiden
• een afdak is een veel betere beschutting dan bomen of een bomenrij mits de grond onder het afdak droog is.


Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier