Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Zere bekjes

Zere bekjes

Ecthyma of Zere bekjes komt vooral voor bij jonge geiten- en schapenlammeren, maar een enkele keer ook bij oudere dieren. Ook hertachtigen zijn vatbaar voor Zere bekjes.

Oorzaak
Het ecthyma-virus is familie van het pokkenvirus. Het virus dringt binnen via kleine wondjes aan de onbewolde huid.
Het veroorzaakt bij geïnfecteerde dieren of mensen een pokkenachtig beeld. Het virus bevindt zich in de bultjes en korstjes die het bij het dier veroorzaakt.
Eerst ontstaan de bultjes. Deze worden later puistjes en blaasjes die uiteindelijk een korstig plekje vormen. Bij lammeren ziet men dit vooral rond de bek, oogleden en rond de uitwendige geslachtsorganen. Niet alleen de slijmvliezen, ook de slokdarm en pens kunnen aangetast zijn, waardoor het dier dagenlang niet kan of wil eten.

Behandeling
Neem contact op met de dierenarts. Onder normale omstandigheden vallen de korsten na vier tot zes weken af. In een koppel kan het hele verloop echter maanden duren. De ziekte verspreidt zich meestal snel door de kudde. Daarom is het belangrijk besmette dieren af te zonderen.
Een tekort aan vitamine B12 ten gevolge van een tekort aan kobalt kan onvoldoende groei of achteruitgang in conditie bij lammeren veroorzaken. Lammeren met een tekort aan kobalt-/vitamine B12 kunnen ook een verlaagde weerstand en een verhoogde gevoeligheid voor infectieziekten hebben, zoals zere bekjes. 

Herinfectie
Het is onwaarschijnlijk dat na een doorgemaakte infectie dieren langdurig immuun zijn. Dieren kunnen opnieuw zere bekjes krijgen, maar de verschijnselen zijn dan vaak minder opvallend.Ook kunnen schapen en geiten die drager zijn van het virus zonder zelf de verschijnselen te vertonen, de ziekte toch overdragen.
Het virus kan ongeveer een maand nieuwe besmettingen veroorzaken, doordat het overleeft op wol of op dierenhuiden nadat de wonden zijn geheeld, en in aarde. Hygiene is daarom zeer belangrijk.
Het virus is zeer resistent en bestand tegen allerlei invloeden, behalve tegen UV-licht. Tijdens de wintermaanden kan het virus overleven op hekken, troggen en stallen. Bij lage temperaturen kunnen droge korsten jarenlang besmettelijk blijven en zelfs herinfectie bij schapen en geiten veroorzaken.
Bij warmer weer en hogere luchtvochtigheid gaat de besmettelijkheid sneller verloren. 

Vaccinatie
Schapen en geiten kunnen worden gevaccineerd met een levend en verzwakt vaccin. De effectiviteit en veiligheid van deze parapoxvirusvaccins in dieren is niet volledig bekend.

Zoönose
Ecthyma is een zoönose. Om besmet te worden, moet de mens met het virus in aanraking komen. Dit kan door contact met het dier, bijvoorbeeld door te aaien of door lammetjes flesvoeding te geven. Daarom wordt aangeraden de dieren die besmet zijn (geweest) of waarbij met een besmetting vermoedt, alleen aan te raken als men beschermende kleding draagt.

Het virus kan nog lange tijd in leven blijven buiten het dier, bijvoorbeeld in de afgevallen korstjes. Daardoor kan het ook indirect, via de omgeving (stro, staldeuren, kleding) overgedragen worden. Het virus kan alleen de huid binnendringen wanneer die enigszins beschadigd is.

Voor meer info over zere bekjes, ga naar de website van het RIVM 

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier