Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Tweeslachtigheid

Een kween is een onvruchtbaar vrouwelijk dier met zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtskenmerken. Het wordt ook wel een hermafrodiet genoemd. Ze is onvruchtbaar. De aanwezigheid van een baarmoeder geeft geen uitsluitsel of een geit wel of geen kween is. Ingrijpen met hormonale middelen die direct op de bronst werken, is niet aan te raden. Niet alle onvruchtbare geiten zijn kwenen. Misschien is er een Corpus Luteum (geel lichaam) op de eierstok aanwezig waardoor de geit niet ovuleert (een zogenaamd persisterend geel lichaam). Dit gele lichaam produceert tijdens dracht progesteron, waardoor de dracht in stand wordt gehouden. Het gele lichaam verdwijnt iedere cyclus en er wordt weer een nieuw CL gevormd. Meest makkelijke manier om te behandelen is prostaglandine spuiten en na tien dagen herhalen. Het gele lichaam gaat daarna in regressie waardoor je in de volgende cyclus een goede (zichtbare) bronst en ovulatie (LH - piek) krijgt. Mocht hierna geen reactie ontstaan in de vorm van een bronst, dan kun met redelijke zekerheid worden aangenomen dat het hier gaat om een kween of om een dier dat problemen zal houden met de voortplantingsorganen.

Veel voorkomende oorzaken van tweeslachtigheid of freemartin zijn: inteelt (broer - zus; vader - dochter, etc), tweeling of meerlingdracht van één of meerdere mannelijke dieren en één vrouwelijk dier. Het vrouwelijke dier is dan vaak freemartin ten gevolge van de hormonenafgifte van haar broer(s) in de baarmoeder. Genetische componenten kunnen ook meespelen (aanleg zit bij de bok die je hebt gebruikt voor de dekking). Vaak is een freemartin of een kween niet te herkennen aan uiterlijke kenmerken. Maar als er sprake is van een kleinere vulva en als de afstand vulva / anus groter is dan normaal, dan zou je wel eens te maken kunnen hebben met een kween. Hetzelfde geldt voor een niet aangelegde uterus (baarmoeder) of ovaria (eierstokken). Tot het einde van de zeventiger jaren was de eis dat melkgeiten ongehoornd moesten zijn. De ongehoornde geiten kregen echter veel bokken en kwenen. Ongeveer 15% van de geboren lammeren waren kwenen. Gehoornde geiten kregen vrijwel geen kwenen. Hieruit bleek dat er een samenhang is tussen het ontstaan van kwenen en het ontbreken van de hoornfactor. Sindsdien probeert men kwenen te voorkomen door erop te letten dat minstens één van de ouders in het bezit is van de hoornfactor. (1)
(1) Is onze geit een kween, Levende Have april 2006

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier