Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Chlamydophila bij geiten

Het verwerpen van de vrucht is in veel gevallen een goede oplossing van de natuur om in een vroeg stadium te voorkomen dat niet elk lam onvoldragen geboren wordt. Verwerpt er op jaarbasis niet meer dan 3 tot 5 procent van de geiten, dan is er over het algemeen niet veel aan de hand. Als er echter in korte tijd een groot aantal geiten verwerpt, spreken we van een abortusstorm. In dit geval is er reden om alert te zijn.

Zoönose
Het verwerpen bij geiten kan verschillende oorzaken hebben. Als er meerder geiten zijn die verwerpen, is het op dat moment vaak niet mogelijk te zien of het om een besmettelijke of niet besmettelijke oorzaak gaat. Toch is het van groot belang om dit zo spoedig mogelijk te weten. Omdat een aantal oorzaken van besmettelijk verwerpen ook grote risico’s kunnen hebben voor de mens.
Vooral zwangere vrouwen mogen op geen enkele manier in contact komen met dit soort verwerpende geiten. Het is namelijk zelfs mogelijk dat ze indirect besmet worden door bijvoorbeeld het wassen van vieze bedrijfskleding, met alle ernstige gevolgen van dien.

Bacterie
Eén van de veroorzakers van besmettelijk verwerpen bij de geit, is chlamydophila abortus (vroeger chlamydia psittaci genoemd). Deze bacterie kan ingesleept worden door de aankoop van een bedrijf dat hier in het verleden besmet mee is geweest. Deze geiten kunnen andere geiten besmetten. Uit elke nieuwe abortus worden grote hoeveelheden van deze bacteriën in de omgeving verspreid.

Abortus
Als de eerste besmetting in een laat stadium van de dracht plaatsvindt, kan de infectie verborgen blijven tot het volgende aflamseizoen. Het eerste jaar na introductie op een bedrijf kan tot de helft van alle ooien aborteren. De lammeren kunnen ook tijdig, maar wel dood of zwak worden geboren.
In het eerste jaar van infectie treedt abortus op bij dieren van alle leeftijden. Daarna stabiliseert de situatie en vindt uiteindelijk bijna alleen nog abortus plaats bij dieren die voor de eerste keer werpen en bij aangekochte dieren.
De infectie blijft dus in het koppel bestaan. En bij elke nieuwe abortus worden grote hoeveelheden ziektekiemen in de omgeving verspreid. Verwerpers zijn niet of slechts kort ziek. Een enkele keer blijft een dier aan de nageboorte staan (nageboorte komt niet spontaan).

Bloedtest
De indruk bestaat dat Chlamydophila de laatste tijd vaker voorkomt. Een op de 20 kinderboerderijen blijkt besmet. Voor nader onderzoek is het van belang dat de nageboorte beschikbaar blijft.
Er is ook een bloedtest waarmee de aanwezigheid van een besmetting ook buiten de aflamperiode kan worden aangetoond. Bloedonderzoek kent altijd haar beperkingen, omdat een enkele positieve bloeduitslag in een steekproef nog niet betekent dat er ooksprake is van een door Chlamydophila abortus veroorzaakt probleem. Voor een definitieve diagnose is daarom altijd nader onderzoek nodig.

Maatregelen
De aanpak op een besmet bestaat uit een combinatie van maatregelen. Direct volgend op een bevestiging van de ziekte dient een strikte scheiding en hygiëne te worden toegepast: tijdens de aflamperiode moeten drachtige dieren en dieren die hebben geaborteerd van elkaar worden gescheiden. Het gaat hierbij niet alleen om direct diercontact maar ook om indirect contact; in de praktijk zal dit meestal niet haalbaar zijn.
Houd bij voorkeur gedurende minimaal 1 jaar geen geitenlammeren aan die geboren zijn in het jaar dat de eerste abortusuitbraak zich voordeed. Hetzelfde geldt voor eenjarige geiten die niet hebben afgelamd(overlopers).
Indien de eerste uitbraak optreedt aan het eind van de aflamperiode, dan kunnen het jaar daarop de geiten die tijdens de eerste uitbraak niet hebben geaborteerd, alsnog verwerpen.
Vaccineer aan te kopen dieren voor zij aan het koppel worden toegevoegd. Geen aankoop is echter de beste preventieve maatregel. Houd geiten die hebben geaborteerd het dekseizoen daarop volgend apart van de rest en laat ze dekken door een ram die geen andere geiten dekt. Een deel van deze geiten kan namelijk tijdens de bronst opnieuw Chlamydophila abortus uitscheiden en de kans is aanwezig dat bokken deze infectie van geit naar geit overbrengen. Laat minimaal een maand vóór de dekperiode volgend op een abortusuitbraak alle dieren door uw dierenarts vaccineren (Ovilis enzovax) volgens het entschema van de fabrikant.Zeker als de eerste abortusgevallen laat in het aflamseizoen optreden, zal een gedeelte van de drachtige dieren wel worden besmet maar niet aborteren. Het is aan te bevelen een jaarlijkse herhalingsenting toe te dienen aan alle dieren, niet korter dan 4 wekenvoor de geplande dekdatum.

Oxytetracycline geeft geen gegarandeerd resultaat. Het vermindert wel het aantal abortusgevallen en verlaagt de infectiedruk. Het inzetten van antibiotica geeft geen herstel van beschadigingen die al zijn opgetreden.
Als alternatief is te overwegen alle dieren te slachten. Zeker als er naast Chlamydophila abortus ook nog andere aandoeningen spelen, zoals CL (caseous lymphadenitis) en [[nodetitle:CL en CAE|CAE]] . Koop dan alleen geiten van geitenhouders zonder abortusproblemen, waarbij bloedonderzoek heeft plaatsgevonden met uitsluitend negatieve ELISA-uitslagen.

Tips
• Mocht u zelf ziek zijn met onduidelijke ziekte verschijnselen, meld altijd aan uw huisarts dat u geiten heeft. Zeker als u die verdenkt van een besmettelijke ziekte.
• Let altijd op uw persoonlijke hygiëne na contact met geiten.
• Was handen wassen na contact met dieren.
• Bij urinerende schapen of geiten, gezicht afwenden.
• Contact met mest vermijden.
• Voor en na een verlossing uitgebreid wassen.
• Zwangere vrouwen: geen direct of indirect contact. Dus ook geen bedrijfskleding wassen.
• Geen rauwe melk drinken.
• Groenten en vlees niet op dezelfde plank snijden.

Gerelateerde onderwerpen:


Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier