Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Schmallenbergvirus

schmallenberg

Het Schmallenbergvirus behoort tot de Orthobunyavirussen. Slechts enkele van deze virussen zijn eerder aangetroffen in Europa, zoals het Tahynavirus van de California serogroep. Virussen van de Simbu serogroep, waarmee het Schmallenbergvirus verwant is, zijn nooit eerder in Europa geïsoleerd.
Het Schmallenbergvirus werd voor het eerst in november 2011 in Duitsland aangetoond in monsters genomen in de zomer en herfst van 2011 bij ziek melkvee (koorts, verminderde melkgift). Soortgelijke verschijnselen met daarbij diarree werden gezien bij koeien in Nederland waar het Schmallenbergvirus in december 2011 werd aangetoond. Begin december 2011 werden aangeboren afwijkingen werden gemeld bij pasgeboren lammeren in Nederland; het Schmallenbergvirus werd aangetoond en geïsoleerd uit hersenweefsel.

Vanuit recente epidemiologische studies en op basis van de overdracht van andere Orthobunyaviruses is de hypothese als volgt: overdracht vermoedelijk via insecten als vectoren (knutten en/of steekmuggen; verticale transmissie via de placenta is bewezen. Eind 2012 werd bekend dat Schmallenbergvirus RNA is aangetroffen in rundersperma.
De hoge snelheid waarmee het Schmallenbergvirus zich in 2011 in de veestapel in West-Europa verspreidde, houdt zeer waarschijnlijk verband met het hoge percentage knutten dat met het virus besmet was.
De knut komt in heel Nederland voor. Knutten zijn alleen actief gedurende de zomermaanden. Gezien het feit dat het in 2011 een bijzonder mooie nazomer is geweest met zelfs in november nog relatief hoge temperaturen, mag worden aangenomen dat besmetting van (drachtige) dieren tot minimaal half november heeft kunnen plaatsvinden. Daarom moet er rekening mee gehouden worden dat er tot ver in 2012 misvormde lammeren geboren zullen worden.

Symptomen van het Schmallenbergvirus
Bij de schapen doen zich alleen symptomen voor bij de lammeren. De lammeren vertonen ernstige neuromusculaire afwijkingen zoals arthrogrypose (kromme poten), ankylose (vastzittende gewrichten), scoliose en kyfose (kromme ruggen), torticollis (gedraaide nekken), verkorte bovenkaken en afwijkingen aan de hersenen. De geboorte van deze misvormde lammeren gaat soms moeizaam. De ooien zelf vertonen geen ziekteverschijnselen.
Bij de runderen wordt bij de volwassen dieren diarre, melkproductiedaling en soms koorts gezien. Bij de kalveren is nog geen Schmallenbergvirus aangetoond.

Immuniteit en vaccinatie tegen Schmallenbergvirus
De Schmallenbergepidemie is vrij snel uitgedoofd. In 2013 blijkt tachtig procent van de onderzochte koeien op een melkveebedrijf in Nederland - twee jaar na de introductie van het Schmallenbergvirus - nog steeds antistoffen te hebben. Kalveren geboren uit met Schmallenbergvirus (SBV) geïnfecteerde moederdieren krijgen via de biest antistoffen binnen. Binnen vier tot zes maanden na geboorte zijn deze echter verdwenen. Tegen SVB is een vaccin ontwikkeld, dat een goede preventie tegen infectie kan zijn. Momenteel zijn er geen indicaties dat de via natuurlijke infectie ontstane immuniteit tegen SBV niet langdurig zou zijn, maar zeker zijn de onderzoekers daar nog niet van. Een dergelijke, langdurige immuniteit werd in Nederland ook tegen blauwtong serotype 8 gezien.
Immuniteit opgebouwd na natuurlijke infectie kan de vorming van antistoffen blokkeren als er gevaccineerd wordt. Dat gegeven is vooral belangrijk bij vaccinatie van pasgeboren dieren. Vaccinatie is in de periode van maternale bescherming niet aan te bevelen. Hoe hoger de hoeveelheid antistoffen van het moederdier des te hoger is ook de bescherming dat het jonge dier bij zich draagt.

Op deze website staat ook een dossier over het Schmallenbergvirus met nieuws en veel gestelde vragen en antwoorden

(Foto Maurits Bosgoed)

Terug naar

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier