Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Jacobskruiskruid

Jacobskruiskruid is een gevreesd onkruid, vooral voor houders van paarden en runderen. Deze dieren mijden de plant zolang die in het weiland staat, maar zodra die in het hooi terecht komt, krijgen ze hem toch binnen.
De gifstoffen (pyrrolizidine alkaloïden) veroorzaken schade aan de lever.  Eén hapje Jakobskruiskruid kan er al voor zorgen dat levercellen afsterven. Herhaalde opname van de giftige stoffen kan de lever zo beschadigen dat deze niet meer goed kan functioneren. Dit heeft de verschijnselen van een leverziekte en kan uiteindelijk tot de dood leiden.

De plant komt, mede door gewijzigd bermbeheer en de uitbreiding van natuurterreinen, steeds vaker voor. Net als de akkerdistel heeft Jacobskruiskruid een voorkeur voor bewerkt land. Dierhouders, gemeenten en provincies binden steeds vaker de strijd aan tegen het Jakobskruiskruid. Het kruid laat zich echter moeilijk uitroeien.

Staat er een enkel exemplaar in de wei, dan is uitsteken de beste optie. Onderzoek wijst uit dat de plant vanzelf weer naar de achtergrond zal verdwijnen. In situaties waarin geen beheersmaatregelen genomen worden, zorgen bodemorganismen uiteindelijke voor vermindering van de zaadproductie (door groeiremming). Voorwaarde is wel dat Jakobskruiskruid eerst de kans krijgt zich uitbundig te ontwikkelen. Wanneer de vegetatie zich verder ontwikkelt, verdwijnt Jakobskruiskruid als toonaangevende soort en zullen de problemen met vergiftiging afnemen. Wie daarop niet kan of wil wachten, zal geregeld moeten maaien om zaadvorming te voorkomen. Ook is het goed om te zorgen voor een dichte vegetatie waardoor het Jacobskruiskruid zich moeilijk kan vestigen.

Schapen
Andere mogelijkheid is een verdere verspreiding van het Jacobskruiskruid tegen te gaan met behulp van schapen. Schapen zijn minder gevoelig dan andere zoogdieren voor Jacobskruiskruid. De dieren beschikken over enzymen in het maagdarmkanaal die de alkaloïden gedeeltelijk onschadelijk maken. Het kruid is pas dodelijk voor schapen als de dieren meer dan 300 procent van hun eigen lichaamsgewicht aan gedroogd Jacobskruiskruid binnen krijgen. Bij paarden en runderen bedraagt dit percentage slechts vijf procent van het lichaamsgewicht. Uit praktijk in het buitenland is gebleken dat winterbeweiding met schapen een goed middel is om uitbreiding van het kruid tegen te gaan.

Verlies gifstoffen
Van nature afgestorven Jacobskruiskruid bevat in het volgende voorjaar géén giftige stoffen meer. De resten vormen dus geen gevaar meer voor paarden en ander vee tijdens de voorjaarsbeweiding. Dit is verrassend, omdat gemaaid gedroogd materiaal wél zijn giftigheid behoudt. Onderzoekers vermoeden dat de gifstoffen in de natuurlijk afgestorven stengels uitspoelen of tijdens de winter afgebroken worden.

Foto's
Op http://www.jakobskruiskruid.com/ staat een groot aantal foto’s aan de hand waarvan de plant kan worden herkend. Wie toch de natuur een handje wil helpen en het Jakobskruiskruid in een vroeg stadium met wortel en al wil verwijderen, kan aan de hand van foto’s ervoor zorgen dat niet de verkeerde plant wordt uitgestoken. Op deze website staat ook het artikel Voorkomen is beter dan bestrijden. Het is mogelijk de gevreesde plant te weren door goed weidebeheer.

Brochure over Jacobskruiskruid
Het Louis Bolk Instituut heeft een informatieve brochure gemaakt over Biologie en beheersing van het Jacobskruiskruid. Zie bijlage.

Lees ook:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier