Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Inteelt

Inteelt is het paren van (bloed)verwanten. Dat zijn dieren die familie van elkaar zijn. Ze hebben een of meer gemeenschappelijke voorouders. De mate van inteelt wordt aangegeven met een zogeheten inteeltco-efficient. Dat is de kans dat dit dier twee identieke genen heeft ge-erfd van zijn ouders, zodat beide genen van het paar gelijk zijn.

Inteelt kan twee oorzaken hebben:

  • het gebeurt opzettelijk door nauw verwante dieren te paren
  • het treedt op als een ras uit een klein aantal dieren bestaat.

Inteelt heeft overwegend negatieve gevolgen. Het leidt tot verlies van erfelijke variatie, er ontstaat een verminderde gezondheid, vruchtbaarheid en productie, er komen meer erfelijke gebreken voor. Bekend voorbeeld is CMV bij melkvee, een skeletaandoening waardoor er misvormde kalveren worden geboren. Als het gen waardoor het gebrek ontstaat niet bekend is, zijn er maar weinig mogelijkheden hier iets tegen te doen. Het heeft geen zin de hele familie van een aangetast dier uit te sluiten van de fokkerij. In een klein ras kan dat zelfs negatief werken, omdat het aantal dieren erdoor afneemt. De inteelt neemt dan toe, in de volgende generaties duiken nieuwe erfelijke gebreken op.

Omgaan met inteelt in de fokkerij
Opzettelijke inteelt kan worden voorkomen door geen nauw verwante dieren te paren. Om te weten welke dieren nauwe verwanten zijn, moet de afstamming van circa drie generaties bekend zijn. Zit er geen gemeenschappelijke voorouder in deze drie generaties, dan is de inteelt gering.
Bij gedwongen inteelt - tengevolge van een kleine populatie waarin de gemiddelde verwantschap tussen alle dieren geleidelijk is toegenomen - moet men proberen de toename van verwantschap te beperken. Omdat in veel diersoorten het aantal mannelijke fokdieren veel kleiner is dan het aantal vrouwelijke fokdieren, dragen de mannelijke dieren het sterkst bij aan de toename van verwantschap en inteelt. Een andere belangrijke factor voor inteelttoename is de variatie in het aantal nakomelingen. De toename is kleiner als ieder fokdier precies evenveel nakomelingen krijgt.

Gedwongen inteelt kan worden voorkomen door:

  • gebruik van voldoende fokdieren van beide geslachten in iedere generatie,
  • ervoor te zorgen dat ieder fokdier evenveel nakomelingen krijgt,
  • fokdieren te gebruiken die niet sterk aan elkaar verwant zijn.

Een praktische manier om inteelt te beperken zonder dat er voortdurend stambomen hoeven te worden nageplozen, is een fokcirkel. In zo'n cirkel krijgt iedere fokker steeds een dier van de vorige fokker in de cirkel. Tegelijkertijd wordt een ander dier doorgegeven aan een volgende fokker in de cirkel. Op deze manier wordt de bloedvoering gespreid en de kans op inteelt verkleind.(1)
Een goed voorbeeld van een dergelijke fokcirkel is de rammencirkel .
(1) Piter Bijma, WUR, in het kwartaaltijdschrift van het Kenniscentrum voor Friese Rassen, It Griene Nest.

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier