Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Coccidiose bij geiten

Coccidiose is een belangrijke parasitaire infectie bij geitenlammeren. De ziekte kan voor jonge lammeren dodelijk zijn. Bij lammeren in de leeftijd van drie weken tot vijf maanden is coccidiose is de belangrijkste oorzaak van diarree.
Coccidiēn zijn diersoortspecifieke, ééncellige parasieten (Eimeria spp.). Geitenlammeren nemen de parasiet via de bek op. Hier dringt het de darmcellen binnen om zich te vermeerderen. Daarbij beschadigt de parasiet de darmcellen, met diarree als gevolg.
In Nederland komen bij geiten ten minste acht soorten Eimeria spp. voor. De belangrijkste soorten bij volwassen geiten zijn: Eimeria arliongi, Eimeria caprina en Eimeria alijevi. De belangrijkste soorten bij jonge geiten zijn: Eimeria ninakohlyakimovae, Eimeria aspheronica en E. caprina.
Eimeria caprovina en Eimeria parva worden in beide leeftijdsgroepen aangetoond.

Symptomen
De periode direct na spenen is het meest risicovol voor coccidiose. Door stress en weerstandsvermindering kan diarree optreden. Subklinische coccidiose wordt gekenmerkt door een slechte groei en zelfs gewichtsverlies.
Lammeren met acute coccidiose vertonen verminderde eetlust, lusteloosheid, zwakte en buikpijn (‘kromme rug’). Bij een zware infectie heeft het lam een bloederige, teerachtige diarree. Deze lammeren sterven vaak aan uitdroging.
Bij coccidiose hoeft niet altijd diarree op te treden, maar in een besmet koppel lopen vaak een aantal dieren met dunne mest te zien. Andere symptomen zijn een dof haarkleed, slechte groei en opgezette buikjes.

Preventie
Coccidiën gedijen goed bij een vochtig stalklimaat. Een droge bedding en een lage luchtvochtigheid remmen coccidiën daarentegen af. Een droge stal met goede ventilatie zijn dus zeer belangrijk bij de preventie van coccidiose. Hebben lammeren last van tocht dan vermindert hun weerstand en zijn ze vatbaarder voor ziektes.
Ook voeren moet hygiënisch gebeuren. Komt het voer in contact met mest dan kunnen coccidiën-eitjes vanuit de mest over gebracht worden in het voer en zo opgenomen worden door het dier. Op dezelfde manier zijn ook vieze waterbakken een bron van besmetting.(1)
(1) Louis Bolk Instituut 2008

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier