Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

CL (caseous lymphadenitis)

CL is een chronische ziekte veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium pseudotuberculosis. Deze bacterie kan lang overleven in de bodem. Met name kleine herkauwers (geiten en schapen), maar ook andere diersoorten, zoals runderen, paarden en alpaca's kunnen de ziekte krijgen.

De aandoening is ook bekend onder de namen pseudotuberculose, kaasachtige lymfklierontsteking en ‘bultenziekte’. De CL-bacterie komt via beschadigingen van de huid of de slijmvliezen het dier binnen en nestelt zich in de regionale lymfklieren. Daar ontstaan abcessen die spontaan kunnen openbreken.

Symptomen CL bij geiten en schapen
Bij geiten komen de meeste abcessen voor in de lymfklieren van hals en kop, maar soms ook in de lymfeklieren van de borst. De abcessen kunnen een doorsnee hebben van 0.5 cm tot 10 cm. Opengebroken abcessen bevatten veel besmettelijk materiaal en zijn gevaarlijk voor de verspreiding van de bacterie.
Een geit zonder inwendige abcessen vertoont geen andere klinische symptomen dan verdikking of abcedering van één of meer oppervlakkige lymfklieren. Aantasting van de inwendige lymfklieren wordt bij schapen vaker waargenomen dan bij geiten.
Bij schapen zitten de bulten meer inwendig, hoewel ook bij deze dieren de abcessen zichtbaar en voelbaar kunnen zijn. Besmette schapen zijn nauwelijks ziek. Wel zijn er aanwijzingen dat CL een rol speelt bij het met vermagering gepaard gaande ‘thin ewe syndrome’ bij schapen.
De incubatietijd (de tijd van besmetting totdat abcessen in de oppervlakkige lymfklieren worden opgemerkt) varieert van twee tot zes maanden of zelfs veel langer. Volgens een ruwe schatting van de GD is in Nederland vijf procent van de geitenbedrijven met CL besmet en minder dan 0,001 procent van de schapenbedrijven. Op die bedrijven is circa dertig procent van de dieren besmet. Een groot aantal geitenbedrijven is CL-vrij gecertificeerd. Voor schapenbedrijven bestaat op dit moment nog geen officiële certificering.

Besmettelijk voor de mens
CL is een zoönose, dit betekent dat ook de mens met deze bacterie kan worden besmet. Uit de literatuur is een aantal gevallen bekend van CL bij schaapherders, schaapscheerders en slachthuispersoneel. Eén consument raakte besmet na het drinken van rauwe geitenmelk. De mens kan zelf door contact met besmette dieren en vervolgens een vrij koppel te bezoeken, dit koppel infecteren. Vanwege het besmettingsgevaar is het ongewenst met CL besmette dieren te laten slachten.

Maatregelen
CL is niet te genezen, maar ook niet dodelijk. Dieren kunnen wel lijden onder de ziekte. Behandeling van zieke dieren is niet aan te raden, omdat het risico van de verspreiding erdoor kan worden verhoogd. Bovendien is behandeling met bijvoorbeeld antibiotica lastig, omdat de ziekteveroorzaker zich schuil houdt in de abcessen.
Wie de abcessen laat openbarsten en het pus (kaasachtig, wit, substantie lijkt een beetje op tandpasta) eruit laat lopen, creeert voor zichzelf en de dieren een groot probleem. De bacterie kan zeker 18 weken overleven in een vochtige, donkere ruimte. Alleen bij direct zonlicht gaat de bacterie binnen een week dood.

Gebeurt het toch dat een abces open breekt, zet het dier dan in elk geval apart, gebruik een keukenrol om het abces zover mogelijk uit te knijpen, druk vanaf verschillende kanten het abces dicht, behandel de plek met jodium, ontsmet jezelf, je schoeisel, was je kleding en verbrand alle materialen die mogelijk met de bacterie in aanraking zijn geweest en hou het dier in isolatie totdat de wond geheel is genezen. 

Het beste is dieren met CL direct te doden en af te voeren. Is dat niet mogelijk, zet dan de besmette dieren apart. Het kan overigens heel goed mogelijk zijn dat dieren besmet zijn zonder dat het duidelijk zichtbaar is. Dus hygiëne telt altijd. Indien de diagnose CL bij een dier is bevestigd, zijn verschillende beslissingen mogelijk:

  • de afvoer (dwz euthanaseren) van alle besmette dieren, na bloedonderzoek van het gehele koppel. Dit onderzoek zal in het algemeen vaker moeten worden uitgevoerd om alle besmette dieren op te sporen.
  • de afvoer (dwz euthanaseren) van het gehele koppel en deze vervangen door een CL-vrij gecertificeerd koppel dieren.

CL kan voorkomen bij zowel schapen als geiten. Dat betekent dat geiten ook geïnfecteerd kunnen worden door schapen en vice versa. Als je beide diersoorten hebt, zul je hiermee rekening moeten houden. Het tijdelijk bijeenbrengen van geiten b.v. voor keuringen vormt een risico. Aangezien dieren besmet kunnen worden tijdens transport is het daarnaast van groot belang dat geiten en uiteraard ook schapen worden vervoerd in een vooraf goed gereinigde en gedesinfecteerde wagen.

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier