Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Waar de mens is, is de mol

Ingediend door jinke op 24 oktober 2012 - 10:46
mol

Al eeuwen lang voert de mens strijd tegen de mol. Een heel arsenaal aan middelen is uitgeprobeerd om de levende, ondergrondse graafmachines uit te roeien. Glas, scheermesjes en spijkers. Knoflook, peper en zout. Of wat giftiger spul, zoals ammoniak en chloor. De Fransen hebben er een speciaal pistool voor uitgevonden, de Amerikanen bedachten een apparaat dat een mengsel van propaangas en zuurstof in de gangen blaast. 
Het is met de mol net als met de vos: de mens creëert omstandigheden waarin deze dieren uitstekend gedijen. Welke bestrijdingsmethode we ook kiezen, ze laten zich lastig verjagen. Is de ene weg, dan komt er wel weer een volgende. Het enige dat helpt is proberen het gedrag te begrijpen en datgene na te laten wat een averechts effect heeft.

Ellendelingen zijn het, pestkoppen, plaaggeesten. Het lijkt wel alsof ze het erom doen. Heb je de tuin net op orde, het gras opnieuw ingezaaid of de wei weer mooi aan kant voor het jongvee: hup, daar zijn ze. Grote, zwarte hopen. Wegdrukken helpt niet. Er komt net zo makkelijk een nieuwe voor terug. Wat dan wel? De waterslang pakken? Uitroken? Dynamiet?

Dankzij het boek 'Mollen' van Roeland Vranckx kom je erachter dat het meeste niet helpt en dat al het disproportionele geweld zich ook nog eens tegen de mens kan keren. De enige wraak is liefde, leert de mollenexpert. ‘’Tracht het dier eerder lief te hebben dan te haten. Begrijpt u de factoren die invloed hebben op het migratiegedrag van de mol, dan kunt u het diertje niets verwijten. Het vervolgen van mollen moet u altijd zien als een tijdelijke oplossing, zonder langdurig positief effect.’’

Acceptatie
Vranckx komt met een zeer waardevolle boodschap. Eentje van acceptatie en als het echt niet anders kan – omdat de wei beschadigd raakt en de schapen, koeien of andere dieren hun poten verzwikken in gangen en gaten – van tactisch verzet. Voor dat verzet is het van belang te weten dat een mol in z’n eentje opereert, maar zodra hij gevangen is, al snel wordt afgelost door een soortgenoot.

In een hectare weiland kunnen zich meerder eenzame gravers bevinden, afhankelijk van de aanwezigheid van voedsel, zoals wormen en engerlingen. Het liefst houden ze zich op in een losse, vochtige, goed gedraineerde bodem. Of in een boomgaard met veel rottend fruit. Dat trekt insecten aan en daar zijn mollen gek op. Ook favoriet: een rijk bemeste tuin. Eigenlijk zijn alle door mensenhand gecultiveerde bodems ideaal voor de mol. Daar is hij ongeveer de helft van de tijd bezig met het uitgraven en in standhouden van zijn gangenstelsel, dat doorgaans een oppervlakte heeft van ongeveer 400 vierkante meter.

Soorten gangen
Wist u dat een mol verschillende soorten gangen maakt? Behalve de diep gelegen tunnels (in de winter kan de mol wel tot tachtig centimeter ondergronds gaan), graaft hij ook jaaggangen (op vijf tot tien centimeter onder het maaiveld, ze behoren niet tot het permanente leefgebied van de mol) en bronstgangen (ook net onder het maaiveld).

Friese stabij
Wie toch wil proberen het van de mol te winnen, kan nog het beste een deskundige mollenvanger inhuren. Die bestudeert eerst het gangenstelsel, alvorens op de juiste plek toe te slaan. Vranckx leert de traditionele mollenklem (schaarklem) goed te gebruiken. Wie liever dieren met dieren bestrijdt, kan kiezen voor een Friese Stabij, speciaal gefokt op het vangen van mollen. Hoewel ook deze dieren weer een nadeel hebben: de tuin zit binnen de kortste keren niet vol met hopen, maar met gaten.

Levend vangen
Nog een aanlokkelijke methode om van mollen af te komen, die bij nader inzien toch minder aantrekkelijk is: het levend vangen van deze diertjes om ze vervolgens elders weer uit zetten. Dat levend vangen kan op verschillende manieren:

  • door een vangbuis (pvc buis van 25 tot 30 cm lang en 5 cm doorsnede) horizontaal in een mollengang te plaatsen,
  • door een emmer onder een mollengang te plaatsen, zodat de mol hierin valt (het zogeheten Romeins vangen)
  • of door de mol met een spade op het juiste moment uit de molshoop wippen.

Alle methoden moeten met de nodige geduld, precisie en nauwkeurigheid uitgevoerd worden. Maar dan… De mol is erg gevoelig voor stress en zal, als hij hieraan te lang blootgesteld wordt, sterven. Niet erg diervriendelijk dus. Het uitzetten van de gevangen mol valt ook tegen. Als de mol in het territorium van een andere mol terecht komt, volgt er een gevecht waarbij één van beide het loodje legt. Als de mol ergens wordt uitgezet waar geen mollen zijn, dan is de kans groot dat de biotoop ongeschikt is en er te weinig voedsel voor de mol is om te overleven. En dat is toch niet de bedoeling als je denkt een mol te redden door hem levend te vangen.

Mollen, R. Vranckx, uitgegeven door Tirion, 127 pagina’s, ISBN 9789052107370, verkrijgbaar als e-book € 13,99.

 

Dossier

Comments

Ingediend door vaneldijk op 20 februari 2015 - 00:39

Tuurlijk...wij "mensen" mogen zomaar andere aardbewoners vh leven beroven. Zie je andere wezens ons al uitroeien omdat wij hun planeet om zeep helpen.
Dus fijn dat hier omschreven staat dat je met liefde en begrip verder komt dan met geweld, zoals overal ter wereld.

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier