Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Van knollenveld tot grasland (3)

Ingediend door jinke op 05 maart 2010 - 14:08
meerdere dieren in de wei

Tekst: Jinke Hesterman

Je ziet het niet vaak: koeien in de wei met een paard, geiten met ezels, of paarden met schapen. Niet elke combinatie is ook even gewenst, toch kan het houden van verschillende diersoorten - tegelijk of afwisselend – een heilzame uitwerking hebben op het grasland. Het gecombineerd weiden van verschillende diersoorten werkt vooral preventief: het houdt het weiland in een goede conditie. Is de wei eenmaal aan het degenereren, dan zal er eerst gemaaid, bemest, bekalkt en eventueel ingezaaid moeten worden om het herstel op gang te brengen en weer een sluitende graszode te krijgen.

Worminfecties
Het laten begrazen door verschillende diersoorten heeft niet alleen als voordeel dat de ene diersoort grassen en kruiden eet die de andere laat staan. Er is ook het voordeel dat twee verschillende diersoorten, zoals schapen en paarden, het risico op worminfecties voor elkaar kunnen verkleinen. Zoals zo vaak zit er ook hier een andere kant aan het verhaal. Zo kunnen ezels en paarden beide longwormen bij zich dragen. Deze longwormen zijn voor paarden schadelijk. Ezels hebben er geen last van. Een goede ontworming met ivermectine kan dit probleem echter verhelpen.
Met koeien en schapen is het eveneens oppassen geblazen. Zij kunnen beter niet samen in de wei in de periode vanaf een paar weken voor het dekken van de schapen tot enkele weken na het aflammeren. Oplettendheid is tevens geboden wat betreft leverbot. Zowel runderen, paarden als schapen zijn daar gevoelig voor. Maar besmetting doet zich vooral voor op natte percelen. Dergelijke percelen kunnen dus beter gemeden worden. Ook schimmelinfecties kunnen overgaan van paard op schaap en andersom.

Uitproberen
Niet elk paard of ezel is overigens gesteld op de aanwezigheid van schapen en geiten. Het is een kwestie van uitproberen. Geef de kleinste diersoort in elk geval altijd de gelegenheid om weg te vluchten naar een veilige plek achter een stroomdraad. Ander bekend fenomeen is dat geiten nogal eens aan de staarten van een paard eten en dat ze ook niet erg geschikt zijn om achter een afrastering van paarden te houden. Elk dier stelt z’n eigen eisen op dat punt en het is goed daar rekening mee te houden, voordat de verschillende diersoorten in de wei worden losgelaten.

Het afwisselend weiden van schapen en koeien biedt zeker voordelen, maar de combinatie van paarden en koeien lijkt minder gewenst. Koeien snijden het gras af met hun tong. Er blijft altijd redelijk lang gras staan. Schapen en geiten bijten het gras lager bij de grond af, waardoor er na een weidegang met koeien nog genoeg voor deze dieren overblijft. Paarden echter, “millimeteren” het gras met hun tanden. Een combinatie van koeien en paarden leidt dus al gauw tot té kort gras en overbegrazing.
Koeien hebben bovendien een voorkeur voor bladrijk gras, waardoor de stengels overblijven. Juist in die stengels schuilt een zeker gevaar voor hoefbevangenheid bij paarden: ze bevatten meer ‘Niet Structurele Koolhydraten’ (NSK ) dan grasblad. De voet van de grasstengel wordt beschouwd als een orgaan voor opslag van koolhydraten voor vele grassoorten. Uit onderzoek is gebleken dat het gehalte aan koolhydraten hoger is wanneer monsters dichter bij de grond worden genomen. Ook is er bij te kort gras nog het gevaar dat de paarden teveel zand opnemen en koliek krijgen.

Klaver
Paarden hebben in elk geval structuurrijk voer nodig om gezond te blijven. Die structuur is te vinden in grassen, bloemen en kruiden. Klaver biedt geen extra structuur. Het brengt wel extra stikstof in de weide waardoor het gras harder gaat groeien. Het gras wordt bovendien eiwitrijker. In de paardenweide moet worden voorkomen dat klaver de overhand krijgt. Door het kort afgrazen kan klaver zeer goed concurreren met de grassen. Vaak krijgt klaver extra groeikracht waardoor het gehele veld met klaver komt te staan. Dat is gevaarlijk voor paarden. Bevat de paardenwei veel klaver, dan is inzet van schapen en/of geiten te overwegen. Ook koeien kunnen in dit geval een nuttige functie vervullen. Ezels laten de klaver doorgaans staan.
Dat koeien, paarden, ezels en kleinvee niet helemaal hetzelfde eten blijkt ook uit de afzonderlijke grasmengsels die in de handel zijn. Het grasmengsel voor koeien bestaat doorgaans uit Engels raaigras, timothee, beemdlangbloem en witte klaver, voor paarden uit Engels raaigras, veldbeemdgras, timothee en roodzwenkgras en voor kleivee uit Engels raaigras, timothee en beemdlangbloem.

Maaien
Het weiden van dieren is overigens niet voldoende om grasland in conditie te houden. Daarvoor moet er ook gemaaid en bemest worden. Het maaien kan gebeuren nadat de verschillende diersoorten elkaar hebben afgewisseld en er nog enkele bossen gras en onkruid zijn blijven staan waarvoor geen van de dieren belangstelling had. In deze bossen kan zich een overdaad aan grassen en kruiden bevinden die zich wel makkelijk uitzaaien.
Een gezamenlijke begrazing door verschillende diersoorten zal een snelle uitbreiding van deze mestplaatsen of ‘’schijtbossen’’ aanzienlijk afremmen, maar door zo nu en dan te maaien en ook te bemesten wordt het gras in staat gesteld om te concurreren met de onkruiden. Het bevordert de groei van een dichte zode, waardoor ook loopschade beperkt blijft, zaad van bijvoorbeeld de distel geen kans krijgt en de levensduur van de wei wordt vergroot.

Tip: Om te weten te komen hoe het is gesteld metde kwaliteit van een stuk grasland, kan de hoepeltest uitkonst bieden. Klik hier voor het artikel ''Biodiversiteit beoordelen metde hoepeltest''.

Gerelateerde onderwerpen:

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier