Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Tweestrijd: kampioenen zijn slecht voor een ras

Ingediend door jinke op 06 januari 2021 - 10:30
Mooiste schaap van het land 2011

Of het nu gaat om kippen, konijnen, geiten, schapen, alpaca’s of runderen, er worden jaarlijks heel wat onderscheidingen toegekend aan de mooiste, de fraaiste, en de beste. Wie hebben er baat bij deze competitie? Tijd voor een aflevering van tweestrijd: kampioenen zijn slecht voor een ras.

Talrijk zijn de prijzen op de Noordshow. De organisatoren van dit evenement delen elk jaar weer ruim honderd rozetten uit. Zowel de konijnen, hoenders, dwerghoenders, watervogels, sierduiven, en cavia’s kunnen op allerlei mogelijke manieren in de prijzen vallen. De Noordshow is niet alleen de grootste kleindiertentoonstelling, maar misschien ook wel de grootste prijzenfestival op dierengebied van Nederland.

Leuk voor de fokkers, al dit eerbetoon, en ook voor de liefhebbers die op zoek zijn naar een kip of konijn. Dankzij de Noordshow weten ze bij wie ze moeten zijn. Toch mogen ze best kritisch kijken naar dieren die hoog scoren. Mooie, uitmuntende exemplaren zijn lang niet altijd de beste. Hun vormen en kleuren voldoen wellicht perfect aan de rasstandaard, maar wat is hun levensverwachting, hoe vruchtbaar zijn ze en hoe steken ze genetisch in elkaar? Dat is aan de buitenkant niet te zien, terwijl dat voor iemand die met zo’n prachtexemplaar verder wil fokken, wel zwaar weegt.

Sommige verenigingen, zoals de Fokkersvereniging Ouessantschapen (FOS), zien om deze reden helemaal af van linten en rozetten. De FOS beperkt zich tot bespreekdagen en keuringen aan huis. Op de bespreekdagen gaan de dieren onderling geen competitie aan. Wel krijgen ze van een keurmeester een kwalificatie mee, die kan variëren van onvoldoende tot uitmuntend. Alleen de eigenaar van een schaap dat een onvoldoende scoort, kan het dier maar beter niet gebruiken voor de fokkerij. ‘’Het doel is de populatie te verbeteren’’, aldus de FOS. Door af te zien van prijzen, voorkomt de vereniging, die tevens dienst doet als stamboekorganisatie van dit ras, dat er een te grote toeloop komt op topdieren, dat er een versmalling optreedt van de bloedvoering en dat variatie binnen het ras verloren gaat. Ook vermijdt de vereniging op deze manier mogelijke rivaliteit tussen de fokkers, met alle negatieve effecten van dien.

Gulden middenweg
Veel ras- en fokverenigingen zoeken naar een gulden middenweg: ze willen houders informeren die op zoek zijn naar een goed fokdier en uiteraard hun leden belonen voor hun inspanningen. Daarbij hebben ze ook rekening te houden met de opdracht om inteelt tegen te gaan. Dit geldt vooral voor de verenigingen die zeldzame rassen onder hun hoede hebben. Maar ook stamboekorganisaties die wat ruimer in de genen zitten, zijn daartoe verplicht.
Bij een verantwoord fokbeleid hoort een publicatie van keuringsuitslagen: lijsten met fokdieren en hun scores op diverse onderdelen. Zo doet de vereniging Holland Dexter dat, om maar een voorbeeld te noemen, en zo gaat ook de Landelijke Fokkersclub Nederlandse Landgeiten ermee om. Beide verenigingen delen net als de FOS geen prijzen uit.

Een stapje verder gaat de Vereniging Speciale Schapenrassen, stamboek voor vijftig rassen. Die stuurt jaarlijks inspecteurs op pad om de lammeren te controleren op stamboekvereisten. Fokkers kunnen dieren van ouder dan een jaar ook opgeven voor de zogeheten ‘rasbalk’. Schapen die 85 of meer punten scoren voor algemeen voorkomen, ontvangen de gouden "Top-Dier"-sticker. De beste drie dieren van het seizoen worden in het zonnetje gezet op de algemene ledenvergadering.

Bokkendagen
Nog weer verder gaan de verenigingen voor houders van angorageiten en dwerggeiten. De eerste kent op de jaarlijkse, centraal gehouden keuringen prijzen toe in diverse categorieën en wijst ook een kampioensbok en een kampioensgeit aan. De Nederlandse Federatie van verenigingen van Dwerggeitenhouders organiseert zelfs voorafgaand aan het dekseizoen speciale bokkendagen, met uitverkiezing van kampioenen boklammeren, jeugdbokken en oudere bokken. De bokkendag in augustus van dit jaar leidde tot de publicatie in het verenigingsorgaan van vijftien veelbelovende boklammeren. De redactie zette deze dieren in de etalage, inclusief zeer nuttige afstammingsgegevens.
Het is de vraag in hoeverre al deze kampioenen sturing geven aan de fokkerij en de ontwikkeling van een ras in negatieve zin beïnvloeden. Onderzoek ontbreekt. Ervaringen en meningen zijn er wel.

Eens
Dinant Sok, eigenaar van Kune Kune varkens,  Herdwick schapen en Walliser Schwarznasen

Ten eerste: wie bepaalt hoe een rasdier eruit moet zien? Rassen zijn van oudsher variabel; het rasbeeld kan van plaats tot plaats verschillen en verandert voortdurend in de loop van de  tijd. Een rasstandaard is een persoonlijke en tijdgebonden interpretatie. Is het niet vreemd dat fokkers soms doen alsof de rasstandaard een onaantastbaar en heilig geschrift is?
Ten tweede: kampioenschappen gaan grotendeels over uiterlijke schoonheid. Raseigenschappen die veel belangrijker zijn, zoals gezondheid, temperament, karakter, en allerlei gebruikseigenschappen, blijven ernstig onderbelicht. Daardoor worden uiterst waardevolle rasdieren, met misschien een verkeerd geplaatst vlekje, volkomen ten onrechte als minder waardevol beschouwd.
Ten derde, het belangrijkste argument: schoonheidswedstrijden leiden tot genetische versmalling en verarming, en tot toename van inteelt, met alle gevolgen van dien. Gezondheid, vitaliteit, levensverwachting en vruchtbaarheid nemen af, erfelijke gebreken en ziekten nemen toe. Iedereen wil die kampioensbok, -stier, -ram of –beer voor dekkingen inzetten in de hoop zelf ook een kampioen te fokken, waardoor zo’n dier – met al zijn ongetwijfeld aanwezige “verborgen verbreken”- een veel te zwaar genetisch stempel op de populatie van het ras drukt. Die gebreken zullen in volgende generaties niet meer verborgen blijven, en dat terwijl de waardevolle genetische eigenschappen van de dieren die naast het kampioenschap grepen verloren gaan. Verstandige fokkers selecteren op gezondheid en niet op schoonheid, en zetten in het belang van de genetische diversiteit zoveel mogelijk (mannelijke) dieren in, en liever geen kampioenen.

Oneens
Evert Jan Regelink & Marco Snip, dwerggeitenliefhebbers en fokkers uit Lippenhuizen en Blokker

Kampioenen zijn heel belangrijk voor een ras. De fokkers van het ras geven de richting aan en bewaken de ontwikkeling van het dier en van de komende generaties. Niet alleen de fokkers maar ook de dierhouders die op basis van liefhebberij de dieren van het ras houden, profiteren hiervan. 
Echter, het is belangrijk om te fokken op kenmerken die ten dienste staan van het ras. In de commerciële rundveesector is wel degelijk aangetoond dat koeien die gemiddeld meer punten krijgen van de inspecteur, ouder worden en meer melk produceren. Exterieurkenmerken die een positief effect hebben op de duurzaamheid, worden extra benadrukt. In de dwerggeitenfokkerij waarderen wij op de keuringen de dieren op duurzame kenmerken, waarmee ze makkelijk kunnen leven, oud kunnen worden, en makkelijk lammeren kunnen werpen. De dieren moeten goed en soepel kunnen bewegen, het beenwerk is een belangrijk en zwaar item. De kruisligging moet niet te vlak en niet te hellend zijn om de lammeren makkelijk geboren te laten worden. Geboortehulp is relatief weinig nodig; een groot goed binnen onze houderij. Het betaalt zich terug dat de dieren zeer makkelijk aflammeren. Er moet voldoende ruimte zijn voor hart en longen en voor een vier-magige herkauwer is een gevulde middenhand noodzakelijk. Wanneer je als fokkersclub dit ook nog eens goed hebt vastgelegd, dan is de toekomst van het ras op een duurzame manier veilig gesteld.
 

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier