Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Tweestrijd: Fokken van kuifeenden moet aan banden

Ingediend door jinke op 24 februari 2019 - 17:00
Hollandse kuifeend

Tekst: Jinke Hesterman

Foto: Jan Smit/Dierenbeeldbank

 

Het fokken van dieren met een afwijking is van alle tijden. Pas de laatste jaren ontstaat er zo nu en dan enige ophef over honden zonder haar, dwergkonijnen, en kippen met te korte poten. In deze aflevering van Tweestrijd de kuifeend. Leuk om te zien, maar welke tol betaalt dit dier om te zijn zoals het is? Moet de fokkerij niet aan banden?

 

Het lijkt zo leuk: een paar eenden in de vijver met een pluizenbol op de kop. Net deftige dames die op hoedjesdag allemaal voor hetzelfde parmantige hoofddeksel hebben gekozen. Deze zogeheten kuifeenden – niet te verwarren met de wilde gekuifde eenden – zijn geen natuur, ze zijn zo gefokt. De kuif op een eend is een afwijking, een mutatie die samenhangt met een misvormde schedel. In de schedel van het kuiken zit een gaatje waardoor de veertjes naar buiten komen.

 

Uit afbeeldingen van de Nederlandse schilders Melchior d'Hondecoeter en Jan Steen en Marmaduke Craddock uit het Verenigd Koninkrijk valt af te leiden dat de kuifeenden al in de zeventiende eeuw voorkwamen. Ook Darwin heeft ze bestudeerd. Hij had zelfs een kuifeend uit Nederland en eentje uit Maleisië in zijn bezit. De overeenkomsten tussen beide eenden waren volgens hem terug te voeren op de handelsbetrekkingen tussen beide landen rond 1600.

 

Dat de dieren al die eeuwen hebben stand gehouden, mag een wonder heten. Het fokken met kuifeenden is immers geen sinecure. Heeft moedereend een kuif en vadereend ook, dan brengen ze kuikens voort die al in het ei sterven. De kuif is een zogeheten ‘’lethaalfactor’’, hij is dodelijk. Zolang slechts een van de ouderdieren een kuif heeft, is de kans op dode kuikens een stuk minder groot. Wel is het aantal nakomelingen met kuif altijd beperkt: slechts vijftig procent. De fokkerij vergt dus nogal wat kennis en ook geduld.
 

Op vrijwel elk ras kan een kuif
Het kan natuurlijk zijn dat de huidige kuifeenden helemaal niet afstammen van hun soortgenoten uit de zeventiende eeuw. Misschien heeft de kuifeend als apart ras al lang geleden het loodje gelegd en is de huidige eend met gevederde kopversierselen het resultaat van avontuurlijke fokkers die enkele eenden hadden waarin het ‘’kuifgen’’ nog aanwezig was. In feite kan met vrijwel elk ras een kuifeend worden gecreëerd, mits een van de ouderdieren maar een aanleg tot een kuif heeft. Dan is er altijd de kans dat er een kuikentje met een kuif tevoorschijn komt.

In Duitsland zijn er zelfs zoveel fokkers in de kuiven gegaan, dat zich allerlei missstanden voordeden. Want, zoals gezegd, het fokken vergt nogal wat kennis en kunde en niet iedereen heeft er evenveel verstand van. Veel dode kuikens en eenden die zich amper konden voortbewegen waren het resultaat. Die bewegingsstoornissen werden onder meer veroorzaakt door te zware kuiven. De kuif groeit namelijk op een vettige substantie die, wanneer deze op de hersenen drukt, problemen met motoriek teweeg brengt.

 

Fokverbod

In Duitsland leidden de misstanden tot een fokverbod. Onderzoek moest helderheid verschaffen: is het fokken met kuifeenden onverantwoord of ontstaan de gebreken vooral doordat er nogal wat fokkers zijn die niet weten wat ze doen? Dat laatste bleek het geval. Veel narigheid met kuifeenden kan dus voorkomen worden.Duitse houders van kuifeenden kregen adviezen hoe ze het beste kunnen fokken zonder dat het dierenwelzijn in gevaar komt. Een zorgvuldige selectie van fokdieren zou problemen moeten kunnen verminderen.

 

In Nederland, dat zich graag profileert als gidsland op het gebied van dierenwelzijn, valt vooralsnog geen onvertogen woord over de kuifeend. Dat heeft vooral te maken met de zeer beperkte schaal waarop deze dieren hier worden gehouden. Er is in Nederland niet echt een markt voor. Op Marktplaats staan er hooguit tien te koop. Daaronder geen dwergkuifeenden, volgens kenners het enige echte oud-Nederlandse kuifeendenras. Een handjevol fokkers mag zich kuifexpert noemen. Zij weten de lethaal factor aardig te omzeilen. Toch gaat het ook hier om misvormde dieren, die zich lang niet altijd even gemakkelijk voortplanten.

 

Tijd voor een aflevering van Tweestrijd: het fokken met kuifeenden moet aan banden worden gelegd.

 

Voor

Er is niets mis met een kuifeend. Als je bij het fokken nergens anders op hoeft te letten dan op de kuif, dan kan een kuifeend zich zonder problemen voortplanten. Zo is het fokken met Oudhollandse kuifeenden minder problematisch dan het fokken met eenden die naast een kuif ook nog aan andere eisen moeten voldoen. Met Oudhollandse kuifeenden is van oudsher gefokt. Bij die eenden werd vroeger alleen naar de kuif gekeken. Wat voor kleur die had, of ze klein waren of groot, dat maakte niet uit.
Is het genetisch materiaal echter al beperkt en moet een eend, naast een aantal andere uiterlijke kenmerken ook nog eens een kuif hebben, dan ontstaan er vaak problemen. Zo ben ik tegen krombekeenden met een kuif. Daar komt niets van terecht. De problemen zijn veel te groot om daarmee door te gaan. Zeker bij eenden met eigenschappen die al niet ten gunste komen van de fokkerij. Zoals bij de krombekeenden: hoe krommer de snavel, hoe moeilijker de kuikens uit het ei komen. Of zoals bij de kwakertjes: hoe kleiner het kwakertje, hoe slechter de fok.
Mijn advies is: fok alleen op een kuif als de kuif overeenkomt met de grootte van de eend, als je nergens anders op hoeft te letten en het dus niet uitmaakt hoe de eend er verder uitziet. En fok zeker niet op een kuif als het genetisch materiaal al heel beperkt is.

Roelof Jan Breman, keurmeester van Kleindier Liefhebbers Nederland, afdeling watervogels
 

Tegen

Als fokker van Oud Hollandse eendenrassen, woonachtig in Duitsland, heb ik de discussie over een fokverbod al achter de rug. De Duitse dierenbescherming voerde diverse punten aan ter verdediging van een fokverbod: de letale factor, open schedels, vroegtijdig afsterven in het ei, niet uit het ei kunnen komen door de kuif. Vooral afwijkingen aan de motoriek en de hersenen zouden fataal kunnen zijn.

Wij hebben onze eenden in Duitsland kunnen redden door ze in Nederland te houden of onder te brengen in een Duitse dierentuin, waar ze als parkvogel geregistreerd stonden. Zo konden wij blijven fokken en is de genetische diversiteit niet verloren gegaan. Men moet namelijk niet vergeten dat deze rassen cultureel levend erfgoed zijn en er nog steeds zo uitzien als op de schilderijen van de grote Nederlandse kunstenaars uit 1600/1700.

Op dit moment zijn er nog maar weinig zuivere Oud Hollandse kuifeenden, Dwergkuifeenden en gekuifde Noord Hollandse Krombekeenden. Wel zijn er andere rassen die voor sier worden gehouden en die ‘opgepimpt’ worden met een kuif. Juist bij die rassen doen zich problemen voor. Maar de oorspronkelijke gekuifde rassen hebben niet te lijden onder de kuiffactor, dat is wetenschappelijk bewezen.

Doordat er maar weinig zuivere dieren over zijn, kunnen mensen ze ook nog maar op enkele plaatsen zien. Ook hier geldt: onbekend maakt ongeliefd. Reden te meer om als fokkers en liefhebbers samen te werken.

Mariano Zamorano, fokker van zeldzame gedomesticeerde watervogels, Heinsberg, Duitsland

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier