Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Topgeiten in de hoogwaardige natuur van De Mariapeel

Ingediend door beheerder op 27 maart 2013 - 10:00

Tekst: Jinke Hesterman

Het regent complimenten in de Mariapeel. ‘’Hier loopt de top van de Nederlandse landgeit’’, noteren de keurmeesters van de landelijke fokkersclub Doeke Nicolai en Albert Thalen bij hun bezoek aan de indrukwekkende kudde. Ze zijn gekomen om 24 van de honderd geiten te keuren. ‘’Ziet er in één oogopslag fantastisch uit’’, zo luidt hun oordeel. Ook bij nadere bestudering komen er lovende woorden: ‘’De oudere dieren hebben brede koppen en een geweldige hoornpartij.’’  Alle 24 geiten krijgen acht punten voor hun kop. Ook de middenhand van de geiten oogst waardering. Daarvoor krijgen ze het volle aantal punten. Het beenwerk is eveneens prima in orde. Zeven geiten krijgen daarvoor de volle twaalf punten. Gemiddeld scoren de gekeurde geiten 85 punten. ‘’Topkwaliteit’’, aldus de keurmeesters.
 
De beheerders Rob van Veghel en Martin Carree van Staatsbosbeheer, eigenaar van de kudde, weten dat ze prima geiten hebben rondlopen  - dat merken ze dagelijks - maar dat ze zó goed zijn, verraste hen toch. De hoge punten danken de geiten aan hun fokkers, maar ook aan de omstandigheden waaronder ze worden gehouden. Martin: ‘’Ze krijgen hier alles wat ze nodig hebben. Kennelijk bevat de vegetatie precies de goede voedingsstoffen. In het begin voerden we in de winter niet bij, maar daar zijn we op terug gekomen. Het idee was dat ze, als je ze niet bijvoert, flink van de berken gaan eten. In de praktijk bleek juist dat als je ze in de winter wel bijvoert en ze in een goede conditie houdt, dat ze het dan beter doen in de begrazing.’’     

De honderd landgeiten – vrijwel allemaal vrouwelijke dieren met een enkele gecastreerde bok - zijn in hun element op de Mariapeel. Ze hebben er ruim tweehonderd hectare tot hun beschikking. Dat hoogwaardige natuurgebied mogen ze helemaal op hun geheel eigen manier beheren. Zo zetten ze hun scherpe tanden in takken, twijgen, en boomstammen en doen ze zich te goed aan een grote hoeveelheid bladeren. Ook de hei mogen ze – met mate - te grazen nemen. Nietsontziend banen ze zich een weg door het struikgewas. Vooral de berken moeten het ontgelden. Dat is ook de bedoeling. Waren er geen geiten, Staatsbosbeheer zou al het opschot met de zaag moeten aanpakken.

Diergaarde Blijdorp
De geschiedenis van de kudde landgeiten gaat terug naar de jaren zeventig. In die tijd restten er nog maar weinig dieren van dit unieke Nederlandse geitenras. Hoewel de ‘all weather goat’ in het verleden zeer geliefd was bij boeren, vanwege de gehardheid, de melkgift, het vlees en de vacht, moesten degenen die het ras wilden redden, goed zoeken naar geschikte geiten. In diergaarde Blijdorp bevonden zich twee exemplaren. Dr. van Bemmel, die in 1958 het allerlaatste paar geiten, afkomstig uit het Goois Natuurreservaat, naar Diergaarde Blijdorp bracht, bouwde van daaruit een kleine fokgroep op.

In augustus 1969 gingen de nog bruikbare dieren (een bok en twee geiten) naar het Noorderdieren-park in Emmen; de rest van de kudde van de Rotterdamse Diergaarde werd opgeruimd. Uiteindelijk kwam het restant in 1971 terecht op het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Leersum, waar men onderzoek deed naar inheemse huisdierrassen voor begrazingsexperimenten. De groep kampte met veel problemen, onder meer ten gevolge van inteelt. Een aantal rasloze dieren moest samen met de landgeiten die behouden konden blijven, weer enig perspectief bieden.

’Verbossing’ tegengaan
Een deel van de geiten kwam op de Peel terecht. Daar moesten ze de ‘verbossing’ van de heide tegengaan. Ze vormden de basis voor de huidige kudde, waaraan enkele jaren geleden een dertigtal geiten van Staatsbosbeheer in Ossendrecht, is toegevoegd. Om de ‘’fusie’’ zonder al teveel problemen te laten verlopen, werden de geiten voorzien van een speciale, indringende geurstof die ook in de varkenshouderij wordt gebruikt. Door die geurstof roken alle dieren tijdelijk hetzelfde. ‘’Het stonk verschrikkelijk’’, herinneren de beheerders zich.

Het waren leden van de landgeitenclub die uiteindelijk hun stempel drukten op de kwaliteit van de groep geiten in de Mariapeel. ‘’Zoals de kudde nu is, hebben we te danken aan Wietse en Zus Velthuijs’’, zegt Martin Carree. Zij hebben steeds voor de bokken gezorgd. Zij stippelden voor ons een fokbeleid uit. Voor ons waren de geiten in het begin niet meer dan veredelde maaimachines. Gaandeweg is bij ons ook de interesse gegroeid.’’
De geiten krijgen eens in de twee, drie jaar bezoek van een bok. Niet te vaak, er moet immers gewerkt worden. Maar zo nu en dan mag een deel van de kudde voor nageslacht zorgen. Nakomelingen van zulke gezonde, sterke geiten zijn immers van belang voor het voortbestaan van de kudde en van het ras. De kudde in De Mariapeel is officieel fokcentrum van de Nederlandse Landgeit.  

Geiten te herkennen aan nummer op hoorns
De kudde geiten van Staatsbosbeheer houdt uit zichzelf afstand tot het publiek dat het natuurgebied bezoekt. De dieren zijn ‘’redelijk wild’’, zoals de beheerders het uitdrukken, maar hun vaste verzorgers weten ze vrij eenvoudig te lokken met een emmer voer. ’s Winters krijgen ze hooi en brok bijgevoerd, maar ook haver en spelt. Deze twee gewassen worden door Staatsbosbeheer zelf geteeld. Dat scheelt in de kosten.
Bij hun toezicht op de geiten krijgen de beheerders hulp van leden van de Landelijke Fokkersclub Nederlandse Landgeit. Zo staan Astrid en Mark Welten uit Liessel in de lammertijd paraat. Zij houden onder meer bij welke lammeren bij welke moeders horen. Leplammeren gaan met hen mee naar huis. Zelf beschikken ze inmiddels over een groep van twintig landgeiten en twaalf bokken. De bokken gaan in de zomermaanden naar natuurgebied Het Zinkske, onderdeel van het natuurgebied van Staatsbosbeheer. Ook brengen ze het hele jaar door geregeld een bezoekje aan de Mariapeel om te zien hoe het met de geiten gaat en vooral ook om te genieten van de mooie natuur. Wietse en Zus Velthuijs uit Schijndel geven niet alleen fokadviezen en zoeken geschikte bokken uit, ze helpen bij het bekappen en bekijken de geiten wanneer deze iets mankeren. Om te kunnen communiceren over de geiten dragen ze een nummer op de hoorns. Dit nummer is vanaf een afstand goed zichtbaar.  

Geiten zelden te vinden bij oude schaapskooi
De negentiende eeuwse Brabantse schaapskooi in natuurgebied de Mariapeel vinden de geiten maar overbodige luxe. Ze komen er zelden uit eigen beweging. Het moet wel heel slecht weer zijn willen ze er hun toevlucht zoeken. Het is dat er in de winter dagelijks wat haver en spelt is te vinden. Daarvoor willen de geiten de kooi nog wel met een bezoekje vereren. Maar verder hebben ze er weinig te zoeken. Een stroomdraad aan de onderkant van de overkapping voorkomt dat de geiten het dak op gaan. Aan de kooi valt voor de geiten dus weinig lol te beleven. Alleen in de lammertijd is het er een drukte van belang. Het hek dat toegang geeft tot het natuurgebied gaat dan dicht, zodat de geiten die moeten aflammeren in de buurt van de kooi blijven.

De Mariapeel
De Mariapeel, op de grens van Noord-Brabant en Limburg, vormt samen met de Deurnsche Peel een van de mooiste natuurgebieden van Nederland. Om verdroging tegen te gaan, zijn er allerlei maatregelen getroffen. Met succes. In de natte delen keert waterveenmos terug. Uiteindelijk moet er weer hoogveen ontstaan.
In de droge delen van de Mariapeel zijn de landgeiten actief. Ze voorkomen dat deze delen dichtgroeien met berken en zorgen ervoor dat de hei levensvatbaar blijft. Bomen met een diameter tot 15 centimeter kunnen ze aan. Om dikkere bomen te vellen, klimmen de geiten soms boven op elkaar. Op die manier trekken ze ook takken naar beneden. Soms is het al genoeg als ze rondom de bast van de bomen weg vreten. Deze bomen zijn dan ten dode opgeschreven.
Het beheer zou ook machinaal kunnen gebeuren, maar dat heeft zo z’n beperkingen. In het broedseizoen mag er bijvoorbeeld niet gezaagd worden. De geiten bereiken een resultaat dat mens en machines nooit voor elkaar zouden krijgen. De enige vegetatie waar de geiten geen belangstelling voor hebben is het pijpestrootje. Wanneer deze grassoort problemen gaat opleveren, dan is de inzet van koeien in combinatie met geiten te overwegen, aldus de beheerders van de Mariapeel.

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour