Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Taal van de alpaca en de lama

Ingediend door jinke op 08 augustus 2019 - 14:41

Goed gezichtsvermogen en gevarieerde lichaamstaal hangen met elkaar samen

De taal van de alpaca en de lama

door Jinke Hesterman
 

Alpaca’s en lama’s hebben vooral een reputatie opgebouwd als ’spugers’. Maar deze dieren doen veel meer om te laten blijken hoe ze zich voelen en wat ze van plan zijn. Alpaca’s en lama’s communiceren met hun oren, staart, en houding. Hoe aaibaar ze ook lijken, ze zullen elkaar nooit uit genegenheid aanraken.

 

Lama’s en alpaca’s zijn sociale dieren die van oudsher in kuddes leven. Zo’n kudde – een grote groep vrouwelijke familieleden met hun jongen *) - heeft een mannelijke leider, een soort directeur, die aangeeft wat er moet gebeuren. De directeur bepaalt bijvoorbeeld waar de kudde gaat grazen. Ook let hij op de veiligheid. Verder zijn er heel wat ’chefjes’ die doen wat de directeur zegt. Zij houden de kudde feitelijk bij elkaar. Die chefjes verkeren graag in het gezelschap van de directeur. Ze controleren de ‘werknemers’, dieren met hoofdzakelijk plichten. De werknemers houden de wacht als dat van ze verlangd wordt en zorgen ervoor dat de directeur niets tekort komt.

In de kudde is het natuurlijk belangrijk dat de dieren elkaar verstaan. Elk jong leert daarom van de volwassen alpaca’s en lama’s de regels van het spel. Ze ontwikkelen sociale vaardigheden en maken zich de lama- of alpacataal eigen. Die taal bestaat niet alleen uit stemgeluiden. Deze dieren gebruiken ook hun lichaam: hun oren, staart, en houding. Prooidieren als ze zijn, hebben veel signalen te maken met het uitdrukken van angst en waarschuwen voor gevaar. Maar ook met het instandhouden van de goede verhoudingen binnen de kudde, want die biedt immers bescherming. Dat lichaamstaal zo’n belangrijke functie heeft in het geheel, hangt samen met een goed ontwikkeld gezichtsvermogen. Alpaca’s en lama’s kunnen vanaf grote afstand aan het gedrag van soortgenoten zien of er iets aan de hand is.

*) Alpaca’s en lama’s komen vrijwel alleen nog in gedomesticeerde vorm voor. Ze worden gehouden in grote groepen, nabootsingen van de familiekuddes. In het wild kwamen ook kuddes van uitsluitend mannelijke dieren voor, alsmede solitair levende mannelijke dieren.

 

Stem

Lama’s en alpaca’s beschikken over een heel repertoire aan stemgeluiden. Het meest bekend is het ‘hummen’. Een alpaca of lama die ‘humt’ is een beetje bezorgd. Maar ze kunnen ook knorren en brommen, janken en jammeren, een zacht klikgeluid maken en desnoods schreeuwen. Al deze geluiden duiden op ongenoegen en angst.

 

Spugen
Een alpaca of lama spuugt wanneer hij in opstand komt tegen een soortgenoot. Het is een teken van grote afkeuring. Als ze uitsluitend willen waarschuwen dan zijn ze er niet op uit om met het spuug een ander te raken. Maar als ze echt kwaad zijn, dan kunnen ze goed richten. Het spuug ruikt onaangenaam en de spuger raakt door dit gedrag vaak even opgewonden als het dier waarvoor het spuug is bedoeld. Chefjes en werknemers kunnen elkaar bespugen, maar een chefje durft zelden de directeur te bespugen.

 

Oren

Met hun oren drukken alpaca’s en lama’s hun stemming uit. De stand van de oren voorspelt wat het dier van plan is. Naar voren gerichte oren duiden op nieuwsgierigheid. Het dier is benieuwd wat er gaat gebeuren. Naar achteren gerichte oren kunnen duiden op zowel angst, boosheid als onderdanigheid. De stand van deze oren gaat meestal gepaard met een opgeheven snuit.

 

Staart

Wanneer alles in orde is, hangt de staart van de lama en alpaca doorgaans gewoon naar beneden. Gaan lama’s lopen, dan dragen ze de staart altijd iets opgeheven. Komt de staart omhoog wanneer ze stilstaan, dan willen ze even hun status in de groep benadrukken. Als een alpaca de staart omhoog doet, dan betekent dit doorgaans wat meer: het dier is op z’n hoede of opgewonden. Als de staart ook nog krom staat, dan voelt het dier zich niet bedreigd, maar is het wel alert. Een staart die over de rug wordt gelegd, duidt op onderdanigheid. Het dier zal zich niet verzetten.

 

Stapje terug

Alpaca’s en lama’s houden er niet van om aangeraakt te worden. Dan doen ze een stapje terug. Zelfs dieren waarmee je een band hebt, vertonen dit gedrag. Ze zijn het simpel gezegd niet gewend om elkaar door middel van fysiek contact te verzorgen. Ze likken elkaar niet, knabbelen niet aan elkaar, zoals paarden doen. Zelfs moeders likken hun baby’s niet schoon. Wie toch fysiek contact wil met een alpaca, doet er verstandig aan hier rekening mee te houden. Aan het omdoen van een halster gaat een heel leerproces vooraf. De alpaca of lama moet een diepgeworteld gevoel van onveiligheid overwinnen.

 

Houding

Gaan twee of meer alpaca’s of lama’s dicht bij elkaar staan, hoofd en staart omhoog, oren naar achteren – klaar om te spugen of te bijten – dan is er tussen dieren onenigheid over hun positie in de kudde. In een stabiele kudde komt dit gedrag nauwelijks voor, maar als de verhoudingen nog niet helemaal zijn uitgekristalliseerd, nemen de dieren wat vaker een dergelijke houding aan. Als er een gebrek aan ruimte, voedsel, schaduw of water is, kan dit gedrag geregeld worden waargenomen.
Mannelijke dieren die elkaar van opzij benaderen en de ander laten zien hoe mooi en sterk ze zijn, doen dat vooral om hun dominantie te benadrukken: zij zijn de ’directeur’ van de kudde en heersers over het territorium. Doen ze daarbij hun kop omhoog en laten ze hun tanden zien, dan zijn ze bereid om te bijten. Vrouwtjes kunnen dit gedrag ook vertonen als ze niet gediend zijn van mannetjes die hen het hof willen maken.
Een jong dier dat de staart over de rug legt, de kop iets omlaag doet, en de voorpoten iets buigt, wil laten weten dat het de mindere is. Vertoont dit dier geregeld dit gedrag, dan wordt het waarschijnlijk niet geaccepteerd door de kudde omdat het zich niet weet te gedragen. Of het wordt verstoten omdat er een tekort is aan ruimte of voedsel.

 

Schoppen en bijten

Lama en alpaca’s schoppen om zich te verdedigen. Ook kan het zijn dat de dieren niet aangeraakt willen worden. Wanneer dit toch gebeurt, schoppen ze van zich af. Ze kunnen zowel met de voorpoten als de achterpoten schoppen, maar de achterpoten worden het meest gebruikt. Een dier dat een ander dier op de grond probeert te werken en er bovenop gaat liggen, is bezig de ander aan zich te onderwerpen. Jonge alpaca’s en lama’s vertonen dit gedrag bij wijze van spel, maar bij volwassen dieren is het menens.

Elkaar bijten doen ze alleen als ze erg boos zijn. Mannetjes die om een territorium vechten, kunnen elkaar met hun tanden ernstig verwonden. Alpaca’s en lama’s zullen zelden een mens bijten, tenzij er sprake is van het ’Berserk Male Syndrom’ dat voorkomt bij mannelijke dieren die geen respect voor mensen hebben. Dit gebrek aan respect is vaak het gevolg van flesvoeding of het spelen met jonge dieren: de alpaca of lama is de mens als soortgenoot gaan zien.

Zonnebaden en stofbaden
Lama’s en alpaca’s kunnen stil liggen zonnebaden, zo stil dat je je bijna afvraagt of ze nog wel in leven zijn. Zo bewegingloos als ze liggen te slapen in de zon, zo wild kunnen ze tekeer gaan als ze een stofbad nemen. Het lijkt wel alsof ze in een hevige strijd met zichzelf verwikkeld zijn. In feite ontdoen ze zich op deze manier van allerlei parasieten die zich in hun vacht genesteld hebben. Het is daarom goed in de wei een paar rolplaatsen te hebben, waar de dieren een stofbad kunnen nemen.

 

Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier