Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Stuurmanskunst bij de voorplanting

Ingediend door jinke op 27 mei 2011 - 16:37

Fokkerij kan niet zonder voortplanting; voortplanting kan niet zonder stuurmanskunst. Het moment waarop de mannelijke en vrouwelijke dieren bij elkaar worden gebracht, luistert nogal nauw. Datzelfde geldt voor het moment waarop ze van elkaar worden gescheiden.

De selectie van de dieren die de volgende generatie dieren mogen voortbrengen is een belangrijke taak voor de fokkers. Maar dit werk slaagt alleen als de aangewezen dieren zich daadwerkelijk voortplanten: wanneer ze vruchtbaar zijn en het resultaat van de dekkingen of inseminaties gezonde, levende jongen oplevert.

De voortplanting bestaat uit een opeenvolging van gebeurtenissen in het leven van een dier. Het begint al bij de bevruchting: daar wordt bepaald of het embryo zal uitgroeien tot een mannetje of een vrouwtje. Na de geboorte groeit het dier verder uit en komt het in de puberteit: het vrouwtje gaat eicellen produceren en het mannetje spermacellen. De leeftijd waarop dit gebeurt hangt heel sterk af van de diersoort.

De diersoorten vertonen ook een verschillend voortplantingsgedrag en paringspatroon, wat gevolgen heeft voor het bepalen van het juiste moment van dekking of inseminatie. Dat moment wordt meestal aangegeven in het aantal uren dat verstreken is na het zien van de eerste bronstverschijnselen. Bij de meeste diersoorten zien we bronstkenmerken, zoals onrustig gedrag, springen en vaak urineren. Ook gaat de bronst gepaard met allerlei geluiden. Hengsten en rammen flemen, ze krullen de bovenlip. Bij varkens schuimbekken en kwijlen de beren. Dat bevordert de berigheid bij de zeug.

Dracht, geboorte en zoogperiode
Wanneer een dekking slaagt, groeien er bij de zoogdieren in de baarmoeder één of meerdere embryo’s uit tot jonge dieren die bij de geboorte levensvatbaar zijn. Ook de draagtijd is sterk afhankelijk van de diersoort: een hond draagt 2 maanden, een paard 11 maanden. De draagtijd vertoont binnen een diersoort eveneens de nodige variatie. Een week eerder of later werpen dan de gemiddelde draagtijd is heel normaal.

Het verloop van het geboorteproces is voor elke diersoort verschillend. Voor beginnende fokkers is het aan te raden zich hierin verder te verdiepen (geldt ook voor bronst en dekking) en te profiteren van de kennis van ervaren fokkers. Na de geboorte produceren de vrouwelijke zoogdieren melk in hun uier voor hun jongen. Tijdens de zoogperiode, na het spenen van de jongen (waarbij de leeftijd sterk van de diersoort afhangt), gaan de vrouwelijke dieren weer eicellen produceren en kan het proces opnieuw beginnen. Het produceren van jongen vraagt het nodige van het moederdier. Daarom wordt afgeraden jonge dieren al vroeg te laten dekken en zijn er optimale perioden tussen twee opeenvolgende drachten bij de verschillende diersoorten.

Praktische tips
De leeftijd bij het begin van de puberteit is een belangrijk moment in de veehouderij, want voordat de puberteit begint, moeten de mannetjes van de vrouwtjes gescheiden worden, ook de moeders van hun zonen. Anders is de kans op een ongewenste dracht groot, met alle gevolgen van dien: niet uitgegroeide moederdieren die een jong ter wereld moeten brengen, dat ook nog sterk is ingeteeld (zeker bij een moeder-zoon paring). Lastig hierbij is dat het moment waarop de puberteit intreedt, sterk kan variëren; binnen een diersoort, binnen een ras, zelfs binnen een koppel. Daarom is het altijd verstandig mannetjes en vrouwtjes die beter niet met elkaar kunnen paren, gescheiden te houden.
Wanneer de dieren in de puberteit komen, gaan ze voortplantingsgedrag vertonen. De mannetjes hebben dan bijvoorbeeld de neiging koppelgenoten te bespringen. Bij de meeste diersoorten ligt het moment van de eerste dekking een aantal maanden na het intreden van de puberteit. Dan produceren ze een goede kwaliteit zaad en eicellen en zijn de vrouwelijke dieren bij de geboorte van hun eerste jongen ook goed uitgegroeid. Er is overigens op dit punt een grote variatie tussen rassen. Zo kunnen Lakenvelder kalveren al op een leeftijd van drie maanden vruchtbaar blijken en Lakenvelder stierkalveren met vijf maanden.

Het is erg belangrijk om in de periode van 2,5-3,5 weken na de dekking, de gedekte dieren te controleren op bronstgedrag. Is de dekking mislukt dan worden ze opnieuw bronstig. Soms worden dieren na langere tijd weer bronstig, omdat het embryo is afgestorven. Bij enkele diersoorten komt schijndracht voor, bijvoorbeeld bij geiten (zie kader).
Bij een aantal diersoorten is de bronst seizoensgebonden: schaap en geit in de herfst, paard in het voorjaar en de zomer. Dit leidt ertoe dat hun jongen in het voorjaar worden geboren en ouders en jongen buiten opgroeien. Bij het houden van zoogkoeien kan het daarom gunstig zijn ze in de zomer te laten dekken, zodat hun kalveren in het voorjaar geboren worden.

Speenleeftijd bij lammeren
De Code voor goed houderschap schapen en geiten*) zegt: de lammeren worden tot een leeftijd van minimaal 12 weken door de moeder gezoogd (uitgezonderd lammeren van melkgeiten en melkschapen). Na drie maanden hebben lammeren geen melk meer nodig en zijn zij al volledig gewend aan het eten van ruwvoer en brok. Ook zijn zij op dat moment geestelijk en sociaal rijp genoeg om gescheiden te worden van hun moeder. Lammeren leren veel lichaamstaal van de moeder. Dat is van groot belang voor hun latere gedrag in de kudde.
*) Zie bijlage.

Schijnzwangere geiten
Bij geiten komt nogal eens schijndracht voor. De baarmoeder zit dan vol met steriel vocht. De geit voelt zich drachtig en gedraagt zich daar ook naar. Wie twijfelt en zekerheid wil, kan de geit laten scannen. Mocht de geit inderdaad schijndrachtig zijn, dan kan de dierenarts prostaglandine inspuiten. Al het vocht stroomt uit de baarmoeder. Deze behandeling moet na 14 dagen worden herhaald. Behandel de geit alleen als vaststaat dat het om een schijndracht gaat. Drachtige dieren verwerpen een lam na behandeling met prostaglandine. Het kan verstandig zijn schijndrachtige geiten niet nogmaals te laten dekken. De kans is aanwezig dat het lam later ook schijndrachtig wordt.

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier