Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Soort zoekt soort: erf en weilanden zijn onderdeel van landschap

Biodiversiteit soort zoekt soort

Alle inspanningen ten gunste van biodiversiteit hebben niet direct de gewenste uitwerking. Soms duurt het jaren voordat bijvoorbeeld een houtwal de juiste afmetingen krijgt om kleine zoogdieren en vogels te gaan huisvesten. En maatregelen om het bodemleven te bevorderen, laten zich in eerste instantie hooguit verraden door de komst van meer mollen.
Geduld is een schone zaak. Soms is geduld alleen niet voldoende en hebben maatregelen weinig tot geen zin, omdat de gewenste diersoort niet in de omgeving voorkomt. Gierzwaluwpannen op het dak leggen in een omgeving waar geen gierzwaluwen te vinden zijn? Dat leidt geheid tot een teleurstelling. Aansluiten bij het landschap en de omgeving geeft meer kans op succes en motiveert om door te gaan.

Nederland kent verschillende landschappen met verschillende specifieke planten en diersoorten. Zo staat Friesland bekend om zijn ruime weidelandschap, Drenthe om zijn bossen, Zuid-Limburg om het heuvellandschap met holle wegen en Noord-Holland om het strakke patroon van wegen en vaarten van de vele droogmakerijen. De verschillende landschapstypen hebben hun specifieke eigenschappen, plant- en diersoorten. Elke streek heeft binnen zo’n landschap weer een eigen uiterlijk, vaak bepaald door grondsoorten, natte en droge plekken en een lange cultuurhistorie.

Goed kijken
Om goed te voorspellen welke planten en diersoorten op het erf hun intrede zullen doen, is gedegen kennis van deze planten en diersoorten noodzakelijk. Maar ook zonder deze kennis kan het erf biodiverser worden. Het begint met goed kijken in de omgeving. Ga eens met een flora en vogelgids op zak een wandeling maken in de buurt. Kijk welke bloemen er in de bloemrijke bermen staan, welke bomen je tegen komt in de houtsingels en welke vogels deze singels bewonen. Bekijk ook goed welke plantensoorten zich in en langs de sloten bevinden. En ga eens met een schepnet door het water om te bepalen welke diersoorten hier leven. Gebruik gevonden plantensoorten als basisbeplanting op het eigen erf. Gevonden diersoorten zijn dan te verwachten.

Topografische kaart
Niet alleen de directe omgeving van het erf is belangrijk. Ook het landschap daaromheen, de structuur van sloten en beken, de bossen en weiden hebben invloed. Op een topografische kaart zijn dergelijke structuren goed te zien. Ligt het erf of het weiland tussen twee kleinere bosjes (van een andere eigenaar) dan kan de aanleg van een struweelhaag of bomensingel dieren de mogelijkheid geven om de oversteek te wagen. Is verderop een moerassig gebied en voor het huis een sloot, dan kan een paddenpoel juist een verbinding vormen tussen deze twee landschapelementen. Op topografische kaarten zijn cultuurhistorisch elementen vaak  goed zichtbaar, zoals bossen van oude landgoederen of sloten en zandwegen waarlangs dieren zich bewegen. Hier kan dan op aangesloten worden.

Provinciale landschappen
Nog een mogelijkheid om informatie te verzamelen over het oude landschap is het gemeente archief. Elementen die in de loop der tijd verdwenen zijn, kunnen in ere worden hersteld, zoals kleine bospercelen, heuvels in het landschap of heggen tussen weilanden. Goede cultuurhistorische informatie over de omgeving, met planten en diersoorten erbij, is ook te vinden bij de provinciale landschappen. Elke provincie kent een dergelijke particuliere natuurbeschermingsorganisatie, met als doel het beschermen van natuur, landschap en cultureel erfgoed. Particulieren kunnen hier terecht voor advies over ondermeer de inrichting van hun erf en weilanden. Ook geven deze landschappen advies over subsidiemogelijkheden voor de aanleg van bepaalde landschapselementen. Meer informatie over de twaalf provinciale landschappen is te vinden via www.de12landschappen.nl. Daarop staan links naar elke provinciale site.

Aansluiten op wat buiten het erf bestaat
Als het erf en de weilanden te sterk afwijken van de rest van de omgeving is het voor plant en dier niet aantrekkelijk om te komen. Stel: in de omgeving zijn alle erven van oudsher omzoomd door eikensingels en zwarte elzen. Dan is het niet verstandig om de struweelhaag op te bouwen uit witte abelen en duindoorn. Grote kans dat de grondsoort en de waterstand van de streek minder geschikt is voor deze boomsoorten, waardoor de struweelhaag maar slecht tot wasdom komt. Zo heeft ook een steenuilenkast in een wijds en open landschap zonder boomsingels waarlangs deze uil zich kan verplaatsen, weinig kans van slagen.
 
Agrobiodiversiteit
Naast de natuurlijke biodiversiteit bestaat er ook zoiets als agrobiodiversiteit. Dit is de diversiteit in agrarische producten, zoals verschillende groenten- en fruitrassen en verschillende landbouwhuisdierrassen. Doordat de landbouw steeds grootschaliger gaat produceren, zijn er de laatste decennia veel groenten-, fruit- en dierrassen uit de gratie geraakt. Zozeer zelfs dat rassen dreigen uit te sterven. Om dit te voorkomen kan de hobbyboer een belangrijke rol spelen, door bijvoorbeeld streekeigen hoogstam fruitboomrassen, zoals Brabantse Bellefleur of Groninger Kroon (oude appelrassen) in de boomgaard te planten of oude soorten groente, zoals zwarte eenoogboon of Limburgse gele van mollenstaart (knol) in de moestuin te verbouwen. Ook kent elke streek zijn authentieke veerassen, die vanuit cultuurhistorisch oogpunt grote waarden hebben. Iedereen kent wel de Groninger blaarkop ( Gronings runderras), het Drents heideschaap, het Chaams Hoen (kippenras uit Chaam, Brabant) en de Bonte Bentheimer (Twents varkensras).
Meer informatie over oude, streekeigen groenten, fruit en (landbouw)huisdieren is te vinden bij de diverse organisaties die deze rassen promoten. Groenterassen: www.vergeteneten.nl, fruitrassen: www.npv-pomospost.nl en authentieke Nederlandse (landbouw) huisdierrassen: www.szh.nl.

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier