Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Ruiter en paard gebaat bij bitloos rijden

Ingediend door jinke op 24 januari 2020 - 14:16
bitloos rijden

Meer onderzoek nodig om bit-aanhangers te overtuigen
Ruiter en paard gebaat bij bitloos rijden

Tekst: Jinke Hesterman

Als het aan de Brits-Amerikaanse paardenarts W. Robert Cook ligt, zijn de dagen van het bit definitief geteld. Het stuk metaal in de mond veroorzaakt teveel dierenleed. Hoe nodig is het dat bitloos rijden meer aanhang krijgt?

Rijden met bit is van alle tijden. De eerste aanwijzingen dat een paard een bit in de mond kreeg, dateren van zesduizend jaar geleden. Het gebit van de zogeheten Dereivka cultushengst (gevonden in het stroomgebied van de Djnepr, in de buurt van de Zwarte Zee) vertoonde dezelfde slijtageplekken als een met bit bereden renpaard van deze tijd *). Het bit maakte in al die eeuwen een ontwikkeling door van een eenvoudig stuk textiel of bot waaraan de leidsels waren bevestigd, tot en met een ingenieus martelwerktuig van staal, met spijkers, klemmen, scharen en kettingen. Tegenwoordig zijn de bitten een stuk paardvriendelijker. Toch blijft het een hulpmiddel waaraan vele bezwaren kleven. 

Rijden zonder bit is ook van alle tijden. In zijn boek Metaal in de mond **) maakt de Amerikaanse dierenarts W. Robert Cook gewag van de neusriem die door de Sumeriërs is uitgevonden, in de 18e of 17e eeuw voor Chr. Ook een afbeelding op een Etruskische vaas van 530 voor Chr. laat een bitloos hoofdstel zien. De hele geschiedenis van het bereden paard kent tal van voorbeelden van eenvoudige en ingewikkelde systemen die ruiters hielpen en nog altijd helpen om met hun paarden te communiceren over tempo en rijrichting.
Ook tegenwoordig rijden er ruiters rond zonder bit. Uit zichzelf, omdat ze het plezieriger vinden, of onder invloed van de anti-bitcampagne die door Cook wordt gevoerd en in Nederland steun heeft gekregen van de Nederlandse Vereniging Bitloos Paardrijden. (NB deze vereniging is inmiddels opgeheven. De website bitloos.nl is overgedaan naar Marieke van Soest en Judith Nauta van BitloosPaardrijden).

Hartslag
Het boek van Cook dateert al van 2003. Nieuw is de Nederlandse vertaling en bewerking door Madeleine Calkoen, bestuurslid van de NVBP. Zelf testte ze voor het blad Mensport, samen met Mendurancemenner Jos Bodewes, het verschil tussen een aanspanning met en zonder bit. Vooral de hartslag lag bij de aanspanning zonder bit na een rondje rijden beduidend lager. 
Dit positieve resultaat is niet verwonderlijk na lezing van het boek van Cook. Hij somt op grond van vijftig jaar onderzoek zoveel nadelen van het bit op, dat de conclusie onvermijdelijk lijkt: het bit moet in de ban. Het doet hoe dan ook pijn – alleen een paard dat wordt geleid door een meester in de rijkunst heeft er niet al te veel hinder van – het verstoort de ademhaling, veroorzaakt allerlei gedragsproblemen, brengt botwoekeringen en erosie van kiezen teweeg en kan zelfs leiden tot hartfalen. 

Probleem van Cook is dat hij een commercieel belang heeft bij bitloos rijden: hij bracht een kruislings hoofdstel op de markt. Nu geeft hij dat ruiterlijk toe, dus dat weten we dan. Maar je krijgt de neiging alle gruwelijke feiten over het effect van een bit – onder meer geconstateerd op Britse en Amerikaanse renbanen - op z’n minst te nuanceren, ook al kan de professor bogen op een indrukwekkende staat van dienst in de veterinaire wereld. 

Gedragsveranderingen
Is het omdat we het liever niet weten wat een bit in een paardenmond doet? Of zijn de gevolgen minder ernstig dan Cook beschrijft? Er bestaan slechts weinig zichtbare kenmerken van bit-ellende, zoals bij een infectie, erkent Cook. De duidelijkste tekenen toont het paard door zijn gedragsveranderingen. Cook zet ze allemaal op een rij: 95 in totaal. En dan zijn er nog de effecten van het bit op de ruiter, zoals een verkeerde inschatting van de rijvaardigheid of een verstoring van de relatie ruiter-paard. Genoeg om overtuigd te raken, zou je zeggen. 
Cook legde zijn lijst met gedragsveranderingen voor aan een groep van twaalf ruiters. Zij herkenden gemiddeld 23 problemen. Met onze eigen Olga, een trekpaard van zes jaar oud, herkennen we acht problemen, waaronder hoofdschudden, met tegenzin voorwaarts gaan, hoofd langs voorbeen wrijven, korte passen, en gebrek aan moed. Deze problemen komen overigens niet altijd, maar slechts incidenteel voor. 

Opleiding
Het is lastig te bewijzen of de gesignaleerde problemen rechtstreeks voortkomen uit het gebruik van een bit, ook al namen ze bij de groep van twaalf ruiters beduidend af na omschakeling op een kruislings hoofdstel. Cook zal grootschaliger onderzoek moeten doen om de aanhangers van het bit definitief te overtuigen. Niettemin is hij met zijn studie van het bit al zover gevorderd dat zijn conclusies op z’n minst aanleiding kunnen zijn om bij de opleiding van jonge ruiters meer aandacht te schenken aan het bitloos rijden. 
Het idee dat een bit controle geeft over een paard is volgens Cook een ernstig misverstand. Op z’n best is het een ding dat seintjes geeft voor communicatie. Daar zijn betere instrumenten voor, stelt hij. ‘’Net zomin als men van een kind kan verwachten dat het veilig met een bloot scheermesje kan spelen, kan men van de gemiddelde ruiter of menner verwachten dat zij de noodzakelijke kunde en bekwaamheid toepassen bij het gebruik van een of meerdere bitten (….) Paarden zijn veel minder nerveus als ze geen pijn hebben. Als ze rustig zijn, gaat het africhten sneller en met minder terugval.’’
*) De aard van het paard, Stephan Budiansky, uitgevrij Spectrum, 2002, ISBN 90 274 7680 2.
**) Metaal in de mond, W. Robert Cook, Mensport Books Lochem, ISBN 978 908094703 0
 

Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier