Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Q-koorts regels

Ingediend door jinke op 02 oktober 2009 - 11:09

ONDERSTAANDE INFORMATIE DATEERT UIT 2012. SINDS juni 2016 ZIJN ER GEEN BEDRIJVEN MEER BESMET MET Q-KOORTS. ER GELDT NOG WEL EEN VACCINATIEPLICHT VOOR BEDRIJVEN MET MELKGEITEN EN MELKSCHAPEN EN BEDRIJVEN MET EEN PUBLIEKSFUNCTIE, ZOALS KINDERBOERDERIJEN. OOK MOETEN GEITEN EN SCHAPEN DIE NAAR KEURINGEN GAAN WORDEN GEVACCINEERD. PUBLIEK MAG NIET AANWEZIG ZIJN BIJ HET AFLAMMEREN.

Na een grootscheepse vaccinatie van alle melkgeiten en melkschapen in 2009 en 2010 is het aantal maatregelen om de Q-koorts epidemie in te dammen, versoepeld. Het aantal besmette dieren was in oktober 2011 vergelijkbaar met het aantal besmette dieren van voor de Q-koorts-epidemie. Vaccinatie wordt per 26 oktober 2011 niet langer vergoed door de overheid. De verplichting dat bedrijven met een publieksfunctie (bijvoorbeeld kinderboerderijen) drachtige dieren vier weken voor en twee weken na het lammeren gescheiden moeten houden van het publiek is vervallen. Het afzonderen van drachtige dieren is alleen nog verplicht tijdens het moment van lammeren. De nadruk wordt gelegd op het belang van een goede hygiëne op kinderboerderijen en andere bedrijven met een publieksfunctie.

Wat de maatregelen betreft maakt het ministerie van Economische Zaken onderscheid tussen verschillende typen bedrijven en houderijen (zie bijlage). Zo zijn er maatregelen voor:

  • Melkgeiten-en melkschapenbedrijven met meer dan 50 dieren ('vrije bedrijven')

  • Melkgeiten-en melkschapenbedrijven met meer dan 50 dieren die op basis van het tankmelkonderzoek verdacht zijn verklaard ('verdachte bedrijven')

  • Melkgeiten- en melkschapenbedrijven met meer dan 50 dieren die op basis van het tankmelkonderzoek besmet zijn verklaard ('besmette bedrijven')

  • Opfokbedrijven met meer dan 50 geiten of schapen bestemd voor de melkproductie

  • Bedrijven met een publieksfunctie

  • Houders van schapen in rondtrekkende kuddes en dieren in natuurgebieden

  • Bedrijven met meer dan 50 ooien en rammen (fokschapen)

  • Kleinschalige melkgeiten- en melkschapenhouders met minder dan 50 dieren zonder publieksfunctie

  • Hobbydierhouders

Kleinschalige melkgeiten- en melkschapenhouders met minder dan 50 dieren zonder publieksfunctie

Verplichte maatregelen:

  • Meldplicht: Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn houders en dierenartsen verplicht verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de nVWA. Abortussen is één van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf. Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de nVWA. Na melding doet de nVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.

  • Identificatie en Registratie (I&R): schapen en geiten moeten binnen zes maanden na hun geboorte worden geregistreerd in het I&R systeem.

Adviezen:

  • Hygiëneprotocol: In het 'Hygiëneprotocol voor melkgeiten- en schapenhouderijen' staan adviezen om de kans op verspreiding van de Q-koortsbacterie naar mensen te verkleinen. De adviezen hebben betrekking op de algemene hygiëne, de mestopslag, het vervoeren en uitrijden van mest en de aflammerperiode. Zie ook in dit dossier: Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen

Bedrijven met een publieksfunctie
De definitie van een bedrijf met een publieksfunctie is 'Een locatie waar schapen en geiten worden gehouden die is opengesteld voor publiek met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren te faciliteren'. Hier vallen naast kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren ook bijvoorbeeld campingboeren en zorginstellingen met schapen en geiten onder.

Verplichte maatregelen:

  • Meldplicht: Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn houders en dierenartsen verplicht verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de nVWA. Abortussen is één van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf. Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de nVWA. Na melding doet de nVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Qkoortsbacterie.

  • Vaccinatieplicht: alle schapen en geiten op bedrijven met een publieksfunctie moeten tussen 1 januari en 1 augustus zijn ingeënt tegen Q-koorts. Vaccinaties van ieder dier moet worden vastgelegd in het I&R systeem door de veehouder. Tevens moeten veehouders een vaccinatieformulier invullen en deze mede laten ondertekenen door hun dierenarts. Het formulier moet samen met de dierenartsfactuur twee jaar op het bedrijf bewaard worden. Schapen en geiten die voor het eerst gevaccineerd worden, moeten tweemaal worden ingeënt met een tussenpoos van tenminste 3 weken. Hetzelfde geldt voor dieren die langer dan een jaar geleden gevaccineerd zijn. Lammeren ouder dan 3 maanden die aangevoerd worden op een keuring of tentoonstelling moeten uiterlijk 3 weken voor het evenement gevaccineerd zijn. Alleen dieren die aan een evenement moeten gevaccineerd worden. Lammeren kunnen pas op de leeftijd van drie maanden voor het eerst worden gevaccineerd. Als de dieren gevaccineerd worden binnen een jaar na de vorige vaccinatie, volstaat één herhalingsvaccinatie. De vaccinatieplicht geldt niet voor dieren die in het eerste levensjaar worden geslacht en die niet ingezet worden voor de fok .

  • Gescheiden aflammeren: schapen en geiten moeten tijdens het lammeren binnen gehouden worden en worden afgezonderd van bezoekers. Als een kinderboerderij of ander publieksbedrijf niet de beschikking heeft over een dergelijke ruimte, is het bedrijf verplicht de drachtige geiten en schapen af te laten lammeren op eennlocatie zonder publieksfunctie. Deze dieren mogen na aflammeren terug naar de locatie waar ze vandaan kwamen.

  • Aanvoerbeperkingen: Alleen tijdig en volledig gevaccineerde dieren mogen worden aangevoerd. Als er (nog) geen vaccinatieplicht geldt, zoals voor dieren jonger dan 3 maanden, mogen de dieren ook ongevaccineerd worden aangevoerd.

  • Identificatie en Registratie (I&R): schapen en geiten moeten binnen zes maanden na hun geboorte worden geregistreerd in het I&R systeem. Verder moet per dier worden vastgelegd of het dier is gevaccineerd (binnen drie werkdagen na vaccinatie).

Adviezen:

  • Hygiëneprotocol: In het 'Hygiëneprotocol voor geiten- en schapenbedrijven met een publieke functie' staan adviezen voor kleinschalige bedrijven zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, en bedrijven met lammetjesaaidagen. De adviezen zijn bedoeld om de risico's van overdracht van Q-koorts van schapen en geiten naar mensen te beperken. Het hygiëneprotocol heeft betrekking op vaccinatie, aflammerperiode, aankoop en fok, mest en strooisel en algemene hygiëne.

Houders van vleesschapen en schapen in rondtrekkende kuddes en dieren in natuurgebieden

Verplichte maatregelen:

  • Meldplicht: Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn houders en dierenartsen verplicht verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de nVWA. Abortussen is een van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf. Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de nVWA. Na melding doet de nVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.

  • Identificatie en Registratie (I&R): schapen en geiten moeten binnen zes maanden na hun geboorte worden geregistreerd in het I&R systeem. Als een publieksfunctie wordt uitgeoefend door deze houders, zie de maatregelen bij ‘bedrijven met een publieksfunctie’.

Adviezen:

  • Houders van vleesschapen hebben de mogelijkheid hun dieren te vaccineren tegen Q-koorts. Zij kunnen hiervoor een afspraak maken met hun dierenarts.

  • Hygiëneprotocol: In het 'Hygiëneprotocol voor geiten- en schapenbedrijven met een publieke functie' staan adviezen voor kleinschalige bedrijven zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, en bedrijven met lammetjesaaidagen. De adviezen zijn bedoeld om de risico's van overdracht van Q-koorts van schapen en geiten naar mensen te beperken. Het hygiëneprotocol heeft betrekking op vaccinatie, aflammerperiode, aankoop en fok, mest en strooisel en algemene hygiëne. Voor zover van toepassing op de situatie op vleesschapenbedrijven en bedrijven die schapen houden in natuurgebieden en rondtrekkende kuddes gelden deze adviezen ook voor deze bedrijven. Zie ook in dit dossier: [[nodetitle:Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen]]

Hobbydierhouders

Verplichte maatregelen:

  • Identificatie en Registratie (I&R): schapen en geiten moeten binnen zes maanden na hun geboorte worden geregistreerd in het I&R systeem.

  • Meldplicht: Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn houders en dierenartsen verplicht verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de nVWA. Abortussen is één van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf (alle geiten en schapenhouders, dus ook hobbydierhouders, worden in de wet gezien als 'bedrijf'). Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de nVWA. Na melding doet de nVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.

  • Verder zijn er geen verplichte maatregelen voor deze categorie bedrijven, tenzij ze ook onder één van de categorieën bedrijven kunnen vallen genoemd onder 'Bedrijven met een publieksfunctie'.

Adviezen:

  • Hobbydierhouders kunnen hun dieren vaccineren tegen Q-koorts. Hiervoor kunnen zij contact opnemen met hun dierenarts.

  • Hygiëneprotocol: Hobbydierhouders wordt geadviseerd de adviezen uit het 'Hygiëneprotocol voor geiten- en schapenbedrijven met een publieke functie' op te volgen. De adviezen zijn bedoeld om de risico's van overdracht van Q-koorts van schapen en geiten naar mensen te beperken. Het hygiëneprotocol heeft betrekking op vaccinatie, aflammerperiode, aankoop en fok, mest en strooisel en algemene hygiëne. Zie ook in dit dossier: [[nodetitle:Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen]] .

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier