Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Proef moet einde maken aan patstelling vaccinatie vogelgriep

Ingediend door jinke op 17 januari 2022 - 20:09
Brandganzen vogelgriep Friesland

Doorbraak nodig in ‘’we willen wel, maar we kunnen niet’’
Proef moet einde maken aan patstelling vaccinatie vogelgriep

Met bijna 1 miljoen dode dieren op de teller sinds oktober vorig jaar neemt de roep om het inenten van pluimvee tegen vogelgriep toe. Vanuit de hoek van de commerciële houderij treden nu ook pleitbezorgers van vaccinatie naar voren. Het ministerie van LNV heeft een proef met een vaccin aangekondigd. Levende Have sprak met twee wetenschappers die bij de proef zijn betrokken: epidemioloog Arjan Stegeman van de Universiteit van Utrecht en viroloog Nancy Beerens van Wageningen Bioveterinary Research.

door Jinke Hesterman

Om meteen maar al te hoge verwachtingen te temperen: de proef is van weinig betekenis voor het hobbypluimvee. Op korte termijn komt er geen vaccin beschikbaar. Ook indirect schieten hobbypluimveehouders er niet veel mee op, aangezien de proef dit jaar en ook volgend jaar geen doorbraak oplevert voor de naar schatting 100 miljoen vleeskuikens en leghennen in Nederland. Daarvoor is de reikwijdte van de proef te beperkt. ‘’Er moet beweging in het dossier komen. Daar is de proef belangrijk voor’’, zegt Arjan Stegeman. Nancy Beerens: ‘’Van belang is het signaal dat ervan uitgaat. Ik heb niet de illusie dat we nu al werken aan een oplossing, dat we straks kunnen gaan vaccineren. Met alle regels in de EU is dat toch erg lastig.’’

De beweging richting preventieve vaccinatie tegen vogelgriep is vorig jaar voorzichtig in gang gezet. Jarenlang hielden betrokken partijen elkaar gevangen in een situatie waarin iedereen wacht totdat de ander een stap zet. Nu het virus endemisch is geworden en de wetenschap er steeds sterker op aandringt de ‘’we willen wel, maar we kunnen niet’’-blokkade te doorbreken, begint er iets te schuiven. Binnen het ministerie groeit het besef dat vaccinatie niet eindeloos op de lange baan kan worden geschoven, en vorig jaar kwam er ook druk vanuit de Tweede Kamer. In een motie noemden Thom Van Campen (VVD) en Tjeerd De Groot (D66) na een nieuwe serie uitbraken het ‘’V’’-woord. Alleen PVV, FvD en BBB stemden tegen het verzoek om de weg vrij te maken voor preventieve vaccinatie.

Toenmalig landbouwminister Carola Schouten liet op 20 september 2021 aan de Tweede Kamer weten in overleg te zijn met de sector over de mogelijkheden. Ze zei te werken aan een concreet stappenplan en ook actie te ondernemen richting Brussel. Daar lijken de geesten inmiddels rijp voor onderzoek naar aanpassing van het juridisch kader. Nu nog kunnen lidstaten afzonderlijk toestemming vragen voor preventie vaccinatie. Maar zolang vaccinatie vrijwel zeker leidt tot handelsbelemmeringen, wordt daar weinig tot geen gebruik van gemaakt. Dus moet Europa met een vaccinatiestrategie komen die de pluimveehouderij in alle lidstaten bescherming biedt tegen het vogelgriepvirus én tegen economische schade.

In dit krachtenveld treffen onderzoekers van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en van Wageningen Bioveterinary Research nu voorbereidingen voor een proef. Ze hebben de beschikking over een lab in Lelystad, waar de strengste veiligheidsmaatregelen gelden en uiterst gecontroleerde omstandigheden kunnen worden gewaarborgd. De commissie dierproeven moet nog toestemming geven. De eerste berichten over de test verschenen op 29 november 2021. Carola Schouten sprak in een brief aan de Tweede Kamer over een proef met AI-vaccins, ‘’waarvan experts vermoeden dat deze werkzaam kunnen zijn tegen de vogelgriepvirussen die hier de laatste jaren circuleren.’’

Vectorvaccin
Arjan Stegeman geeft aan dat de keuze in eerste instantie is gevallen op een zogeheten vectorvaccin.  ‘’Dat is een vaccin gebaseerd op een ander virus (herpesvirus of turkeys, ofwel Marekvirus), waarin een H5-eiwit van een vogelgriepvirus is ingebouwd. Het is een bestaand vaccin dat op verschillende plaatsen wordt gebruikt in Azië. In onze proef zullen we het toepassen bij eendagskuikens. Het vaccin zal levenslang bescherming moeten bieden. Dat moet, want de gevaccineerde kip kan haar hele leven worden blootgesteld aan het vogelgriepvirus.’’

Nancy Beerens: Er zijn meer vaccins op basis van het vector-principe, ook voor andere ziekten. Die werken goed. Het vaccin dat we gaan testen en waarvan we de kans hoog inschatten, werkt alleen voor kippen. De kuikens komen uit gewone broedeieren die ook commerciële pluimveebedrijven gebruiken. Een deel van de kuikens wordt als ze uit het ei zijn gekomen, op dezelfde dag nog ingeënt. Het gevaccineerde kuiken krijgt dan 3 weken de tijd om antistoffen op te bouwen. Als ze zes weken zijn, worden ze geïnfecteerd en dan gaan we de besmette dieren twee weken volgen. We kijken of het vaccin voorkomt dat ze ziek worden en doodgaan en we volgen de eventuele overdracht van virus op andere kuikens. We kiezen voor een proef in het lab omdat je ervan uit mag gaan dat als een vaccin in het lab niet werkt, dat het dan ook niet buiten het lab werkzaam is. ‘’

Gaat het om een bestaand vaccin dat door de fabrikant reeds is getest?

Nancy Beerens: ‘’Soortgelijke proeven met dit vaccin zijn eerder gedaan, alleen weten we niet of het ook tegen de overdracht van het virus van het ene dier op het andere werkt. We hopen dat we met onze proef hierover meer duidelijkheid krijgen. Voor ons is het namelijk heel belangrijk dat een virus zich niet kan verspreiden. We willen eerst te weten komen of het vaccin onder optimale omstandigheden bescherming biedt tegen transmissie. In een volgend stadium zouden we de gevaccineerde kippen nog eens kunnen challengen om te zien of ze ook op latere leeftijd nog beschermd zijn. Hoewel je er dan ook wel altijd rekening mee moet houden dat andere infecties de mate van bescherming tegen vogelgriep kunnen beïnvloeden.’’

Waarom niet direct ook een veldproef, zoals de Fransen doen?

Arjan Stegeman: ‘’Een veldproef met kippen kan onmiddellijk consequenties hebben voor de export. Nederland is exportland. Frankrijk is meer op de interne markt gericht. De Fransen kunnen zich een veldproef wat makkelijker permitteren.’’
Nancy Beerens: ‘’In Frankrijk gaat het ook om een noodvaccinatie. De eenden lopen daar buiten. Ze hebben geen houderijsysteem waarbij ze de eenden binnen kunnen houden.

De onderzoekers zijn er nog helemaal niet zo zeker van dat het vaccin de test in het lab goed gaat doorstaan. Nancy Beerens: ‘’Het is wel spannend. Het H5 in het vectorvaccin komt van een ander dan het circulerende virus. Je hoopt dat ze nog voldoende op elkaar lijken. Tegelijkertijd wil je dat het niet alleen werkt tegen één stam. Het vaccin moet geschikt zijn voor preventieve vaccinatie, dat wil zeggen dat het een bredere werking moet hebben.
Arjan Stegeman: ‘’We oriënteren ons nog wel op een ander bestaand vaccin. Eén fabrikant heeft een DNA vaccin met een variant van de huidige clade. Een aantal andere fabrikanten hebben geïnactiveerde vaccins. We twijfelen nog. Levend verzwakte vaccins zijn geen optie, vanwege het risico op vermenging van het vaccinvirus met een stam in het veld.’’ (Voor het verschil tussen de verschillende soorten vaccins, zie uitleg onder dit artikel)


'Het heeft veel tijd gekost te laten indalen dat dit probleem niet meer weggaat, maar jaarlijks terugkomt'


Wereldwijd wordt er al jaren gewerkt aan de ontwikkeling van een vaccin tegen vogelgriep. Bestaande vaccins worden verbeterd; nieuwe technieken toegepast. Ook in Nederland. De vaccins moeten veilig zijn, zo breed mogelijk werken en er moet onderscheid kunnen worden gemaakt tussen antistoffen van gevaccineerde dieren en van besmette dieren (het zogeheten DIVA-principe). In 2011 is het zogeheten Castellum project van start gegaan. In 2012 werd melding gemaakt van een prototype DIVA vaccin H5N1, dat in het kader van Castellum verder zou worden ontwikkeld. Een van de betrokkenen zei destijds: ‘’Momenteel werken we aan de optimalisatie van de productie ervan’’. Hoezeer de techniek ook voortschrijdt en er nu synthetische vaccins in ontwikkeling zijn, dé remmende factor is steeds de export. De angst is groot dat bestaande vaccins niet veilig of werkzaam genoeg zijn en buitenlandse afnemers van pluimveeproducten, eieren en vlees van gevaccineerde dieren links laten liggen.

Arjan Stegeman: ‘’Sinds 2003 is er een hoop onderzoek gedaan. Door de grote variatie in uitbraken van jaar tot jaar was het vaak lastig de aandacht vast te houden. Het heeft veel tijd gekost te laten indalen dat dit probleem niet meer weggaat, maar jaarlijks terugkomt. Niemand heeft nu nog de illusie dat we, als het vogelgriepseizoen weer voorbij is, ervan af zijn. Sinds 2014 komt het virus steeds weer terug. Dat is een probleem voor heel Europa. We moeten ons afvragen of ruimen nog duurzaam is. We komen met vogelgriep in een situatie als met New Castle Disease terecht, met telkens weer blootstelling.’’

Wat is de proef waard op het moment dat de zoönotische potentie van vogelgriepvirussen verder toeneemt?

Arjan Stegeman: Het is nog maar de vraag of het zoönotische potentieel toeneemt. Het risico daarop is met het heersende virus beperkt. Maar het klopt dat het virus steeds verandert. Er kan ook sprake zijn van ‘’escape mutanten’’, dat wil zeggen varianten die niet meer gevoelig zijn voor afweer opgewekt door vaccinatie. We zouden daarom het liefst een vaccin willen hebben dat zo breed mogelijk bescherming biedt. We proberen de stammen in de gaten te houden. Probleem met een vectorvaccin op basis van het herpesvirus is dat het op de eerste levensdag van een kuiken moet worden toegediend. Dan kun je daarna niet nog een keer met een andere variant vaccineren.  Wat dat betreft hebben DNA-vaccins betere papieren.’’

De reikwijdte van de proef is dus beperkt?

Arjan Stegeman: ‘’Er moet beweging in het dossier komen. Daar is de proef belangrijk voor. Net als de proef van de Fransen. Nu investeren de fabrikanten van vaccins niet verder omdat vaccinatie nog niet is toegestaan.  Deze proef zal niet alles oplossen. Maar de Fransen zijn nu voorzitter van de EU. Misschien dat dit voorzitterschap iets teweeg gaat brengen.’’
Nancy Beerens: ‘’Belangrijk is het signaal dat ervan uitgaat. Ook wanneer de in de proef geteste vaccins nog onvoldoende werkzaam zijn, dan wordt toch het signaal afgegeven dat Nederland de mogelijkheden voor vaccinatie onderzoekt.

Vanuit het perspectief van de hobbypluimveehouder hoeven er geen extreem hoge eisen te worden gesteld aan een vaccin. Een vaccin hoeft de overdracht van virus niet voor 100% tegen te gaan, als het maar beschermt tegen ziekte van dier en houder/verzorger. Is het denkbaar dat er twee typen vaccins komen: één voor het hobbypluimvee (bv. een reeds bestaand geïnactiveerd vaccin) en één voor het commercieel pluimvee?

Nancy Beerens: ‘’Hangt ervan af wat je onder hobbypluimvee verstaat. Heb je het over iemand met een paar kippen, dan ligt een geïnactiveerd vaccin meer voor de hand. Maar dan zul je er wel eerst voor moeten zorgen dat dat vaccin is toegelaten door de EU en dat je het mag toepassen. De regels zijn veranderd, waardoor sinds kort particulieren met meer dan 50 dieren bij een besmetting bestrijdingsplichtig zijn. Ga je die hobbydierhouders toestaan om hun dieren te vaccineren, dan heeft dat heeft dat direct invloed op het grote geheel.’’

Nancy Beerens doelt op gewijzigde EU-regelgeving die het moeilijker in plaats van makkelijker maakt om, zolang vaccinatie van bedrijfsmatig gehouden pluimvee niet is toegestaan, een uitzondering te maken voor een paar hobbypluimveehouders. Hobbypluimveehouders met meer dan 50 dieren worden dit jaar voor het eerst net zo behandeld als een groot bedrijf. Treedt bij hen een besmetting op dan heeft dat gevolgen voor bedrijven in de omgeving en in het uiterste geval voor de gehele commerciële pluimveehouderij in Nederland.

Het overgrote deel van de hobbypluimveehouders heeft aanzienlijk minder dan 50 dieren. Moeten zij wachten totdat de vaccinatie van commercieel pluimvee is geregeld?

Arjan Stegeman: ‘’Ik wil nog graag opmerken dat het ook in de hobbyhouderij onwenselijk is als het vaccin ervoor zorgt dat het virus constant blijft spreiden. Verder verwacht ik dat als de EU een uitzondering wil maken en toestemming geeft om hobbypluimvee in te enten, dan zal dat op vrijwillige basis gaan en dat maakt de situatie een stuk ingewikkelder. Ongeveer tien tot twintig procent zal zijn dieren willen beschermen.’’ Nancy Beerens: ‘’Het is een grote klus om bij te houden welke dieren wel en welke dieren niet zijn gevaccineerd. Dat wordt heel lastig.’’

Uitleg: welke verschillende soorten vaccins zijn er?

  • Levend verzwakte vaccins
    Virus wordt door selectie of bewerking verzwakt, is niet meer ziekmakend, maar bevordert wel de aanmaak van antistoffen. Is goedkoop te produceren en gemakkelijk via spray of drinkwater toe te dienen. Levend-verzwakte vogelgriepvirussen worden echter niet gebruikt voor de productie van een vaccin, uit angst dat deze bij een besmetting met een andere stam via uitwisseling van genen kunnen veranderen in nieuwe ziekmakende variant of dat het virus door mutatie weer virulent wordt.
  • Geïnactiveerde of dood vaccin
    Hierbij is een veldvirus onder laboratoriumomstandigheden in grote hoeveelheid vermeerderd en daarna gedood. Dat maakt deze vaccins kostbaar. Dit vaccin kan alleen per injectie worden toegediend. Daarbij zijn vaak twee of meer herhalingen nodig voor een goede bescherming. Het gekozen virus moet dezelfde antistoffen opwekken als het heersende veldvirus om goed werkzaam te zijn.
  • Vector-vaccin
    Een vectorvaccin bevat een dragervirus, de vector, die een klein stukje van een ander virus “draagt”. Wanneer een vectorvirus met bijvoorbeeld eiwit van het H5-virus de cellen van de vogels infecteert, dan wordt een immuunrespons tegen het vogelgriepvirus opgewekt. Het vectorvirus kan zich niet verspreiden en is daarom helemaal veilig. Een vectorvaccin met H5 kan tegen allerlei varianten van dat H5 type bescherming bieden. Maar als er gebruik wordt gemaakt van een dragervirus dat veel in de doeldieren voorkomt, hebben veel dieren al weerstand tegen het vectorvirus en slaat de vaccinatie niet aan. In dat geval zijn alleen heel jonge dieren succesvol te vaccineren.
  • DNA-vaccins
    DNA-vaccins worden gemaakt uit genen. Bij inenting dringen de genen binnen in de cellen, die als reactie eiwitten gaan produceren die dienen als antigenen voor het immuunsysteem en die een immuunrespons veroorzaken. Het DNA zelf wordt door het immuunsysteem niet herkend als antigeen, maar wordt in verschillende stappen vertaald naar een eiwit. Na korte tijd wordt het DNA in de cel afgebroken. Genetisch materiaal is in principe eenvoudiger en goedkoper aan te maken dan eiwitten in celculturen of in eieren. Bovendien kan je in één vaccin coderend materiaal stoppen voor meerdere eiwitten. De samenstelling valt makkelijk bij te stellen wanneer een virus muteert. 

Lees ook: Nederland krijgt vogelgriep niet onder controle

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag
NIEUW! Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag €14,95

Bestellen? Klik hier
Schapen in de weiden van de lage landen
NIEUW! Schapen in de weiden van de lage landen  € 24.90

Bestellen? Klik hier

 

 

 

 

 

 

 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier