Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Pleidooi voor een moreel herontwerp van de veehouderij

Ingediend door jinke op 31 maart 2023 - 10:50

Uiteenlopende opvattingen over het houden van dieren kunnen leiden tot polarisatie, conflicten zelfs. De verwarring is vaak groot doordat in de discussie verschillende ethische beginselen door elkaar worden gehaald. De studenten van hoogleraar ethiek in levenswetenschappen aan Wageningen Universiteit Bart Gremmen vonden het maar knap ingewikkeld. Gremmen schreef het boek ‘’Dierethiek & Veehouderij’’, waarin hij een nieuw ethisch kompas ontwerpt. Bestaande ethische benaderingen blijken niet toereikend of niet toepasbaar.

Je zult maar een boer zijn en voortdurend het gevoel hebben dat iedereen over je schouder meekijkt om te zien of je wel goed voor je dieren zorgt. Of een paardenmeisje dat voor het eerst op de rug van haar lievelingsdier aan een wedstrijd deelneemt, daarbij iets te hard aan de teugels trekt en direct commentaar krijgt van een toeschouwer. Het houden, en vooral het gebruiken van dieren door mensen staat volop ter discussie. In alle geledingen van de vee- en dierhouderij. De roep om meer controle en maatregelen neemt toe. 

Filosoof en ethicus Gremmen (66) zoomt in op de veehouderij. Daar ziet hij tal van ‘’immorele onderdelen’’, ‘’morele systeemfouten’’. Dan heeft hij het niet over incidentele of structurele geweldsincidenten, maar over zaken als het doden van eendagshaantjes. Immorele onderdelen van een systeem waaraan niet eenvoudig een eind kan worden gemaakt.


‘’Men zou kunnen stellen dat de hele veehouderij problematisch is''
 


Het dierenwelzijnsbeleid dat jarenlang is gevoerd, heeft geleid tot enkele aanpassingen hier en daar. Maar aan de zogeheten vijf vrijheden van Brambell *), die tot dusver leidend waren bij de beoordeling van het welzijn van gehouden dieren, wordt nog altijd niet volledig voldaan. Dieren in de veehouderij hebben doorgaans geen honger en dorst, maar ze ervaren geregeld ongerief en zijn kwetsbaar voor allerlei ziekten. Ook de vrijheid om normaal gedrag te vertonen en de vrijheid van angst en spanning zijn onvoldoende gegarandeerd. Daarnaast zijn integriteitsschendingen aan de orde van de dag. En het lukt maar niet om stalbranden definitief uit te bannen, massale ruimingen bij grote uitbraken van dierziekten te voorkomen, het aanpassen van dieren door ingrepen of via fokkerij te beëindigen.

Gremmen draait er niet omheen. ‘’Men zou kunnen stellen dat de hele veehouderij problematisch is. Daarom wordt soms beweerd dat de hele veehouderij moreel ter discussie moet worden gesteld’’, schrijft hij in zijn boek ‘’Dierethiek & Veehouderij’’. Maar tegelijkertijd laat hij zich van zijn pragmatische kant zien en wijst hij de veehouderij niet principieel af. Mensen consumeren immers nog volop vlees, eieren en zuivel, stelt hij vast. De maatschappij is er nog niet aan toe om de veehouderij te verwerpen. Wel hebben we, aldus Gremmen, ‘’behoefte aan een ethiek waarmee we dierlijke productiesystemen kunnen beoordelen, en daarmee de vinger kunnen leggen op de immorele aspecten van deze systemen. We moeten toe naar een moreel herontwerp van de veehouderij.’’

Die oproep is opmerkelijk. Alsof er helemaal geen dierethisch en juridisch kader bestaat. We hebben in Nederland een Wet Dieren, waarin de intrinsieke waarde van het dier is vastgelegd. De wet zit weliswaar vol met uitzonderingen die een intensieve veehouderij mogelijk moeten maken, maar daar valt wat aan te doen. ‘’Dat dieren een op zichzelf staande waarde hebben, moet nog worden uitgewerkt: niet alleen in rechtsnormen, maar ook in de instituten van de democratische rechtsstaat. Die moet ''dier-inclusiever'' worden’’, stelt de juriste en rechtsfilosoof Janneke Vink. ''Als wij vinden, zoals wij hebben vastgesteld in 1981, dat het dier intrinsieke waarde heeft en juridisch beschermwaardig is, dan moeten wij zorgen dat de instituten die bescherming linksom of rechtsom faciliteren.’’ 

Vier ethische benaderingen zijn elk afzonderlijk ontoereikend
Gremmen kent uiteraard de dierenrechten- en de dierenwelzijnsethiek, hij gaat er in zijn boek uitgebreid op in. Maar volgens hem kunnen deze voor de veehouderij niet als het noorden van een ethisch kompas dienen. In beide ethieken is geen plaats voor een veehouderij die menselijke belangen voorop stelt. Iets wat binnen het huidige systeem onontkoombaar is. De visie van de dierenrechtenethiek houdt in dat dieren en mensen in principe dezelfde rechten hebben. Daarom is veehouderij per definitie uitgesloten, aldus Gremmen. Hetzelfde geldt voor de dierenwelzijnsethiek. Die gaat bovendien over individuele dieren en in de veehouderij gaat om het welzijn van dieren in (grote) groepen.

Om de immorele aspecten van de veehouderij te kunnen aanpakken, moet er een specifieke ethiek komen, vindt Gremmen. Bestaande ethische benaderingen zijn elk afzonderlijk ontoereikend, of niet toepasbaar. Ze brengen oplossingen die een einde moeten maken aan morele systeemfouten niet dichterbij. Ook de contractethiek (dieren zijn een product en een verdienmodel) en de eco-ethiek (dier is onderdeel van ecosysteem) zijn als richtsnoer onbruikbaar. In de contractethiek heeft het dier geen morele status. Volgens de eco-ethiek is er alleen plaats voor zeer extensieve veehouderij.
 

Ethisch kompas Bart Gremmen
De vier bestaande ethische benaderingen, met een centrale plaats voor de zorgethiek. De mate waarin intrinsieke waarde en autonomie worden toegekend aan dieren is bepalend voor de ethische beginselen die men kan hanteren. De beginselen van de zorgethiek blijven in alle gevallen van toepassing.

 

      Vier soorten ethiek

  • De contractethiek is de belangrijkste  ethische benadering voor de moderne, economisch georiënteerde  veehouderij. Dieren hebben geen morele status. Er is een verschil in relaties tussen mensen onderling en de relaties tussen mensen en andere dieren. De contractethiek veronderstelt dat intrinsieke waarde alleen toekomt aan mensen.
  • De welzijnsethiek is gebaseerd op het streven naar welzijn van alle betrokken partijen, dus ook van dieren. Belangen van mensen en dieren zijn in principe hetzelfde. Vanuit deze ethiek geredeneerd is veehouderij per definitie uitgesloten, omdat daarin de belangen van mensen voorop staan.
  • De dierenrechtenethiek houdt in dat mensen en dieren dezelfde rechten hebben. Dieren hebben een morele status. Veehouderij is per definitie uitgesloten.
  • De eco-ethiek richt zich op diersoorten en ecosystemen in de natuur en niet op individuen, zoals de andere drie ethische benaderingen. Hoewel de veehouderij werkt met grote aantallen dieren in een systeem dat weinig ruimte laat voor het individu, is er wel een groot verschil tussen wilde en gedomesticeerde dieren. Volgens de eco-ethiek zijn in de veehouderij alle menselijke interventies die het natuurlijk gedrag van het vee aantasten verboden.

 
Centrale plaats voor zorgethiek
Geen van de vier ethieken kan volgens Gremmen dienen als moreel kompas voor het houden van grote aantallen dieren. Hij zocht daarom naar een alternatief en kwam uit bij de zorgethiek, met als belangrijke waarden respect en zorgvuldig handelen. De bestaande vier ethische benaderingen gooit hij niet weg. Integendeel. Hij integreert ze in een nieuw ethisch kompas, waarin zorgzaamheid gebaseerd op zorgethiek een centrale plaats inneemt. Over de ene as zet hij de mate van intrinsieke waarde van dieren uit en over de andere as de mate van autonomie. Een grote mate van intrinsieke waarde en autonomie komen overeen met dierenrechtenethiek, geen of een geringe autonomie en een grote mate van intrinsieke waarde komen overeen met de dierenwelzijnsethiek. De eco-ethiek krijgt een plaats bij een geringe of geen intrinsieke waarde en veel autonomie. In de contractethiek is geen of weinig sprake van intrinsieke waarde en autonomie.

De zorgethiek – ontstaan in de gezondheidszorg waar verpleegkundigen behoefte hadden aan een eigen ethisch kader - ziet Gremmen als basis voor het handelen in de veehouderij. Hij heeft oog voor het grote verschil tussen de zorg voor mensen en zorg voor dieren. ‘’Dieren vertrouwen zich niet zelf toe aan de zorg van de veehouderij’’, erkent hij. Ander belangrijk verschil: ‘’Zorgzaamheid betekent bij landbouwhuisdieren dat ze in groepsverband worden verzorgd en niet per individueel dier, zoals de gewoonte is in de zorg voor mensen of huisdieren.’’ Maar dat hoeft volgens hem geen beletsel te zijn. ‘’De zorgethiek gaat ervan uit dat je voor je dieren moet zorgen zoals je in de mensengerichte ethiek voor sommige mensen zorgt, waar we niet zonder meer mee kunnen communiceren maar wel voor moeten zorgen. Denk bijvoorbeeld aan baby’s, demente bejaarden en comateuze patiënten.’’

Noodzaak van checks and balances 
Die baby’s kunnen niet voor hun belangen opkomen, maar hebben wel ouders die dat kunnen doen. Zij kunnen verpleegkundigen aanspreken op het naleven van hun beroepscode. Baby’s worden ook niet doodgemaakt omdat ze teveel zorg nodig hebben. Of over grote afstanden vervoerd om ze elders op te laten groeien. Met dieren gebeurt dat wel. Dieren zijn weerloze wezens. 
Gremmen spreekt over de noodzaak van ‘’checks and balances’’. De veehouderij mist een intern controlemechanisme. Er zijn wel heel wat maatschappelijke krachten die corrigerend kunnen werken. Maatschappelijke acceptatie vervult een centrale rol. In zijn boek laat hij zien dat wanneer zorgzaamheid wordt ingezet om snelle groei en meer efficiency te bereiken, terwijl dieren op onnatuurlijke wijze worden gehouden, dit type veehouderij geen lang leven is beschoren. ‘’Als een innovatie alleen helpt om efficiency te vergroten, dan wordt het ethisch kompas niet goed gebruikt, want dan is er uitsluitend sprake van contractethiek’’, licht hij toe. ‘’Als een innovatie tegelijkertijd aantoonbaar dierenwelzijn vergroot, zal het geaccepteerd worden.’’ 

Handelen vanuit de zorgethiek, zo blijkt, kan alleen als andere ethische benaderingen daarbij worden betrokken. Maar daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost. Gremmen illustreert dat aan de hand van het doden van eendagshaantjes (gerechtvaardigd vanuit de contractethiek) en de mogelijke alternatieven, zoals het doden van haantjes in het embryonale stadium (strijdig met dierenrechtenethiek). Die alternatieven brengen nieuwe dilemma’s met zich mee en worden niet breed maatschappelijk geaccepteerd. Gremmen: "De huidige aanpak (het doden van eendagshaantjes, red.) is volgens de meeste mensen de minste van meerdere kwalen." 

Halve eeuw
Een halve eeuw, schat hij, is er nodig om de immorele aspecten van de geïndustrialiseerde veehouderij kwijt te raken. Het is ongeveer hetzelfde tijdsbestek waarin de veehouderij door schaalvergroting en intensivering is verworden tot een bedrijfstak, vol ‘’morele systeemfouten’’. Met behulp van een moreel herontwerp kunnen we de komende tijd vooruit, zonder dat we blijven hangen in oeverloze discussies, met veel strijd vanuit de verschillende dierethische stellingen. Inzicht in de onderliggende ethische principes kan helpen om uit impasses te komen. 
Maar eenvoudig zal het niet zijn. De boer die zich bekeken voelt, zit klem tussen wensen vanuit de maatschappij en financiële mogelijkheden. De minister van landbouw die worstelt met een vergaande wijziging van de Wet Dieren (welzijn benadelen mag niet, ook niet als er een ‘’redelijk doel’’ zou zijn), staat voor het blok. Hij probeert van de wetswijziging af te komen door met vertegenwoordigers van de vee-industrie een convenant dierwaardige veehouderij te sluiten.
Hoe loopt dat af?
Volgens Gremmen is er inmiddels consensus over dat systemen moeten worden aangepast aan het dier en niet omgekeerd. Maar de vertaling naar de praktijk laat nog op zich wachten. Nu vragen om wroetende varkens is hetzelfde als vragen aan de veehouderij om op te houden te bestaan, meent hij. Hij zou willen dat zijn boek voorkomt dat tegenstellingen verder worden aangejaagd. Vooralsnog zal het convenant ten prooi vallen aan de contractethiek, aldus Gremmen. Hetgeen betekent dat niet het belang van de dieren maar dat van de mensen voorop blijft staan.
‘’Boeren zijn van goede wil, maar het anders inrichten van de veehouderij kan niet uit. Dat kan alleen als ze financiële mogelijkheden krijgen, een hogere prijs. Voor de burger zal voedsel op de eerste plaats moeten komen te staan. De overheid kan daar een grotere rol in spelen door garanties te bieden.’’

Gezelschapsdieren en hobbydieren
Rest nog wel een vraag: als de veehouderij een nieuw ethisch kompas nodig heeft, gaat dat dan ook op voor de houderij van gezelschapsdieren en hobbydieren? Volgens Gremmen ligt dat anders. Houders van kleine aantallen dieren, zoals particulieren die voor de hobby of als gezelschap één of meerdere dieren houden, kunnen het belang van het dier voorop stellen. ‘’Bij hen kan er meer aandacht worden besteed aan het individu. Zij hebben vaak geen financieel doel. Hun doel hangt samen met het dier zelf.’’ Of het dier in dat doel is geïnteresseerd? Gremmen spreekt daar geen oordeel over uit. ‘’Ik ben een ethicus, geen moralist’’.

Redactie Levende Have/Jinke Hesterman

Cover

Dierethiek & Veehouderij bij bol.com €22,90

*) De vijf vrijheden van Brambell
In 1979 heeft de Farm Animal Welfare Council, een onafhankelijk adviesorgaan van de Europese Commissie, vastgesteld dat dieren in de veeteelt recht hebben op de volgende 5 ‘vrijheden: 
1) Vrijheid van honger en dorst: direct toegang tot vers water en voedsel om gezond te blijven; 
2) Vrijheid van ongemak: het bieden van een comfortabel onderdak en rust; 
3) Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte: door dit te voorkomen of snel te diagnosticeren en te behandelen; 
4) Vrijheid om normaal gedrag te vertonen: door voldoende ruimte, mogelijkheden en gezelschap van soortgenoten; 
5) Vrijheid van angst en spanning: door voor omstandigheden te zorgen die lijden vermijden

 

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag
Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag €14,95

Bestellen? Klik hier
Schapen in de weiden van de lage landen
NIEUW! Schapen in de weiden van de lage landen  € 24.90

Bestellen? Klik hier

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier