Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Pauwen blijven graag bij huis als ze het goed hebben

Ingediend door jinke op 29 augustus 2007 - 11:39

door Marc van der Sterren

In het voorjaar zijn ze altijd wel ergens te horen. Ze reageren op andere geluiden en zetten het op een schreeuwen. In die periode gaan de dieren ook op onderzoek uit. Vooral hanen willen graag op zoek naar andere soortgenoten, of ze worden uit de groep gestoten. Behalve als ze het thuis goed hebben. En dat is eenvoudig te regelen.

Pauwen houden is niet voor iedereen weggelegd. Er is een behoorlijk terrein nodig en de pauweneigenaar moet beschikken over buren die geen bezwaar hebben tegen het lawaai. In een afgesloten ren is elk dier bij huis te houden, een pauw komt echter pas echt tot zijn recht wanneer hij vrij rond kan lopen. En pauwen kun je best hun vrijheid gunnen, zonder dat ze op de vlucht slaan. Het zijn echte groepsdieren. Binnen een hecht koppel blijven dieren altijd bij elkaar. En is het terrein groot genoeg en duidelijk afgebakend, dan blijven ze daar. Voor de pauwenhouder komt het er dus op aan alles in het werk te stellen de groep hecht te houden en hen een geschikt terrein te bieden, met een geschikte overnachtingsplek.

Bekenden
Een niet al te groot koppel stelt de dieren in staat een goede rangorde te bepalen. Ideaal is een groep van zes tot tien dieren, waar onder maximaal twee hanen. Enkele hanen bij elkaar kan best, zo lang het maar bekenden zijn. Dan bepalen ze onderling wel wie er de baas is. Want er is altijd maar één haan die de hennen mag dekken. Een jonge haan kan dus gerust bij de groep blijven lopen. Vanaf het begin wordt hem duidelijk gemaakt wie er de baas is. Lopen er echter binnen enkele kilometers andere pauwen rond, dan is de kans groot dat een haan op onderzoek uitgaat. De dieren horen goed, ze reageren op elk vreemd geluid in de nabije omgeving. Vooral in het voorjaar merken de buren dat.

Territorium
Vluchtgedrag ontstaat bij een koppel dieren met te veel hanen, maar ook bij een te klein terrein. Het territorium moet groot genoeg zijn. Om vrij te lopen, heeft een koppel van zo’n acht dieren minimaal vijfduizend vierkante meter nodig. En dat territorium moet duidelijk afgebakend zijn. Bijvoorbeeld met een hekwerk van een meter hoog. Daar kunnen ze gemakkelijk over, een enkele keer doen ze dat ook. Maar ze weten dan wel precies waar de grens van hun territorium ligt. Hoe meer begroeiing op het terrein, hoe beter. De dieren zijn gek op verscheidenheid en kleuren. Een moestuin gaat slecht samen met pauwen, want ze zijn verzot op de jonge aanplant. Ze pikken aan struiken en zijn gek op de bloemen van de Oost-Indische kers, magnolia en vingerhoedskruid. Voor wie de pauwen wil laten broeden is struikgewas essentieel.

Zitstok
Belangrijkst van alles is misschien wel een deugdelijk pauwenhuis waar de dieren kunnen overnachten. Zijn er geen vossen in de buurt, dan kan de deur altijd open blijven. De dieren gaan vanzelf het hok in, als ze weten dat ze daar water en voer krijgen. Vanaf het begin is het een kwestie van traditie opbouwen. Houd de dieren veertien dagen in het hok en geef ze consequent water en voer, zodat ze weten dat dit hun huis is. Het hok moet hoog zijn - minimaal tweeënhalve meter zijn, zodat de dieren ruim van de grond zitten – en licht. Ideaal is het als de dieren vanaf hun zitstok naar buiten kunnen kijken. Ze zijn immers nieuwsgierig en willen alles zien wat er om ze heen gebeurt. De oppervlakte dient ruim genoeg te zijn, ook in verband met de zitstokken. Er moet plaats zijn voor verschillende zitstokken, met voldoende ruimte ertussen. Wanneer ze te gemakkelijk bij elkaar kunnen kruipen, doordat er te weinig stokken zijn, of doordat de stokken te dicht bij elkaar zijn geplaatst, dan blijven de pauwen elkaar jennen. Erg belangrijk is ook dat de stokken allemaal op dezelfde hoogte zijn geplaatst. Anders wordt het vechten om de hoogste stok. En vechten leidt tot vluchtgedrag. Zijn de stokken even hoog, dan valt er niks te vechten. En is het rustig in het pauwenhuis.

Friese pauwen krijgen de ruimte
In het Friese Oltenterp lopen al ruim twintig jaar pauwen rond het huis van Guus Schuivens. De groep bestaat altijd uit ongeveer zes of zeven dieren, waar onder maximaal twee hanen. “Vorig jaar is er een pauw overleden, die is twintig jaar oud geworden”, vertelt Guus. “Het was de oudste van Nederland.” Zijn erf is twee hectare groot en grenst aan de bosrand. “Daar kunnen ze wel in, maar ze komen er bijna nooit.” Behalve de bosrand is het terrein omheind met een hekwerk van maar een meter hoog. “Ja, daar kunnen ze gemakkelijk over”, zegt Guus. “Als ze willen, vliegen ze op het dak van het huis.” Maar Guus heeft alles onder controle. Zijn pauwen hebben het naar hun zin op het terrein, dus waarom zouden ze vliegen. Ze hebben twee hectare tot hun beschikking, maar gaan meestal niet meer dan honderd meter van huis. De omheining geldt slechts als afbakening van het terrein. “Als ik het weghaal, gaan ze de straat op”, weet Guus. De dieren hebben een prachtig pauwenhuis van zes bij drieënhalve meter en meer dan drieënhalve meter hoog. Het bovenste stuk is net een glazen kas.

Ongezouten pinda’s
Guus heeft zijn dieren goed afgericht. “Ze zijn goed te trainen. Net als een hond.” Zijn de dieren onverhoopt toch een keer op het terrein van de buren, dan lokt hij ze terug met ongezouten pinda’s. “Daar koppel ik een roep aan”, vertelt hij. De dieren weten: bij die roep, gaan we wat krijgen. De dieren van Guus blijven altijd bij elkaar. Ze gaan samen op ontdekkingstocht. “Zijn er vreemde vogels op het terrein, een buizerd bijvoorbeeld, dan gaan ze er samen op af.” Toch kunnen ze goed opschieten met andere vogels. Met kippen bijvoorbeeld, weet Guus. “Parelhoenders wordt lastiger. Die zijn erg onrustig.”

Slacht
Bij Guus gaan de pauwen hun eigen gang. Elk jaar komen er wel wat jongen, met enige hulp weet hij er meestal wel wat over te houden. Als de groep groot genoeg is, dan slacht hij de jonge dieren. “Ik verkoop ze alleen als ik zeker weet dat ze goed terecht komen”, zegt hij. Want gaan ze voor de handel mee, dan gebeuren er de meest vreselijke dingen, vertelt hij. “Ze worden dagen achtereen opgesloten in donkere kratten. En als je ze opsluit, worden ze doodongelukkig.” Vervolgens gaan ze naar Arabische landen waar de rijken erop kunnen jagen. Dat doet Guus zijn dieren niet aan. “ik neem zelf mijn verantwoordelijkheden. Dus ik slacht ze zelf.” En is dat te eten, pauwenvlees? “Het is het beste vlees dat er is!”

Verschenen in

Aanbevolen door Levende Have
 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier