Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Over generatie-interval, kruisen en voortplantingstechnieken

Ingediend door jinke op 07 februari 2021 - 13:11

Geduld is een schone zaak, ook in de fokkerij. Vasthoudendheid is minstens even belangrijk, voor wie een bepaald fokdoel nastreeft. De snelheid waarmee resultaten kunnen worden geboekt, is afhankelijk van veel factoren.

Bij kippen lukt het fokkers sneller tot het gewenste resultaat te komen dan bij paarden. Bij kippen kun je de eerste resultaten van selectie vaak al binnen een jaar zien in een nieuwe generatie kuikens. Bij paarden kan het wel acht jaar duren, voordat je het eerste veulen gefokt hebt. Schapen en geiten zitten daar zo’n beetje tussenin. Het heeft te maken met het generatie-interval: de gemiddelde leeftijd van de ouders bij de geboorte van hun jongen.

Bij het generatie-interval speelt de voortplanting een belangrijke rol: wanneer kan het eerste jong geboren worden, hoeveel komen er tegelijkertijd ter wereld en hoe vaak per jaar gebeurt dat? De voortplantingsmogelijkheden bepalen ook uit hoeveel jonge dieren je een keuze kunt maken als ouders voor de volgende generatie. Bij een kip zijn er dat er meer dan bij een schaap of paard. In de dierenwereld krijgen de mannetjes bovendien doorgaans veel meer nakomelingen dan de vrouwtjes. Mannetjes kun je dus veel scherper selecteren op gewenste of ongewenste kenmerken dan de vrouwtjes.

Ten slotte zijn er nog erfelijke verschillen tussen de ouderdieren waarmee je rekening moet houden. Zijn die zichtbaar of meetbaar? Als het gaat om de groeisnelheid van een dier, kun je de erfelijke verschillen eenvoudiger meten dan als het gaat om ziekteweerstand of vruchtbaarheid. Kortom: een kort generatie-interval, intensief selecteren, een hoge erfelijkheidsgraad van de gewenste kenmerken, en duidelijke verschillen tussen de dieren bevorderen de snelheid van het fokresultaat.

Kruisen
Soms kan het heel lastig zijn om twee kenmerken van een ras tegelijk te verbeteren. Kruisen van rassen die elk uitblinken in één van die kenmerken is dan een optie. Verschillende vormen van kruisingen dienen elk een ander doel. Enkele zijn interessant voor de hobbyfokker:

  • Enkelvoudige kruising: twee rassen A en B worden met elkaar gekruist. Met de nakomelingen wordt niet verder gefokt.
  • Voortgezette kruising: ras A wordt gepaard met ras B en de nakomelingen (A*B) worden ouderdier voor een volgende generatie. Op deze manier ontstaat een nieuw ras (A*B). Denk bijvoorbeeld aan het Swifter schaap.
  • Terugkruising: ras A wordt éénmalig gekruist met ras B. Dit gebeurt vaak omdat ras B een bijzondere eigenschap bezit die ras A mist. De nakomelingen (A*B) worden weer gepaard met ras A en hun nakomelingen ook weer. Het gaat hierbij om het inkruisen van de eigenschap van ras B in ras A.

Het kruisen van rassen moet weldoordacht en beheersbaar gebeuren. In de praktijk zijn kruisingsschema’s alleen uitvoerbaar bij een strak management. Bovendien: je kunt uitsluitend kruisen als je zuivere rassen hebt. Je zult dus ook populaties met zuivere rassen moeten onderhouden (behalve bij de voortgezette kruising). En dat is kostbaar.

Kruisen is het overwegen waard als je de goede eigenschappen van twee rassen met elkaar wilt combineren en wanneer dat moeilijk lukt binnen het ras. Bedenk altijd wel dat kruisen onomkeerbaar is. Naast het overbrengen van gewenste eigenschappen van ras B naar ras A kunnen ook ongewenste eigenschappen overgebracht worden. In plaats van ras A te verbeteren, hebben we ras A verslechterd. Je moet dus het risico reduceren dat je eigenschappen inbrengt die je niet wilt. Dit kan met een goed kruising- en selectieplan, waarin je steeds nagaat of gekruiste dieren geen ongewenste eigenschappen bezitten.

Heterosis
Sommige fokkers kruisen omdat de nakomelingen van de gekruiste dieren beter presteren dan je dan je op basis van de ouders zou verwachten. Dit effect heet heterosis. Het effect van heterosis wordt wel iedere volgende generatie gehalveerd. Heterosis treedt vooral op bij kenmerken met een lage erfelijkheidsgraad: vruchtbaarheid en gezondheidskenmerken. Hoe meer de rassen van elkaar verschillen hoe groter de heterosis. Een kruising tussen een Nederlands Landvarken en een Chinees varken zal een grotere heterosis geven dan een kruising tussen twee Europese Landrassen.

Voortplantingstechnieken
Enkele voortplantingstechnieken kunnen de selectie en dus het bereiken van het fokdoel versnellen. Door kunstmatige inseminatie is er een scherpere selectie mogelijk van het aantal vaderdieren dat nodig is voor de volgende generatie. De erfelijke vooruitgang wordt ook nog eens benut in een groot aantal dochters per vaderdier.
Dankzij superovulatie en embryotransplantatie kan de generatie-interval worden verkleind door van één moederdier, dat van nature één nakomeling werpt, meerdere nakomelingen te krijgen. Door het afzuigen van eicellen en een speciale kweektechniek voor embryo’s kan een koe bijvoorbeeld 15 embryo’s per week produceren en kunnen er met behulp van draagmoeders 250 kalveren van een donorkoe per jaar worden geboren.
Met behulp van klonen kan een exacte kopie van een gewenst dier worden geproduceerd. In Frankrijk is men erin geslaagd om een kloon te fokken van een ruin die het in de sport uitstekend deed en waarvan men graag veulens wilde fokken.
Enkele runder KI-verenigingen passen spermascheiding toe. Door mannelijke (Y) en vrouwelijk spermacellen (X) van elkaar te scheiden vergroten ze de kans op de geboorte van een vaarskalf. Een boer kan met behulp van deze techniek uit zijn beste koeien vaarskalveren verkrijgen. Deze vaarskalveren zijn zijn melkkoeien voor de toekomst. De minder goede koeien worden geïnsemineerd met een vleesras. De (liefst mannelijke) nakomelingen uit deze kruising worden alleen gebruikt voor de vleesproductie.

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier