Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Oormerkweigeraars, wel strafbaar, geen straf

Ingediend door jinke op 10 september 2007 - 15:00

Update 29 augustus 2018
Na de omvangrijke kalverfraude in de melkveehouderij heeft landbouwminister Carola Schouten besloten af te stappen van het opleggen van dwangsommen en over te gaan tot direct inbare boetes bij overtredingen van de wet- en regelgeving op het gebied van identificatie en registratie. Dit betekent dat binnenkort houders van schapen, geiten, runderen en varkens te maken krijgen met een lik-op-stuk-beleid. Als ze een fout maken in de registratie en identificatie van hun dieren, krijgen ze niet langer de gelegenheid om die fout te herstellen, maar moeten ze direct €500 of €1500 betalen, afhankelijk van de ernst van de overtreding. Uiteraard kunnen ze de boete daarna nog altijd wel voorleggen aan de rechter. Maar de kans is aanwezig dat die na de aangescherpte regelgeving tot een ander oordeel komt dan hieronder is beschreven.
De wijziging van de wetgeving ligt nog voor ter consultatie. De bedoeling is dat het nieuwe beleid per 1 januari 2019 ingaat.
Lees meer

Update 21 februari 2018: 
Een hobbymatige schapenhouder heeft vorig jaar een voorwaardelijke boete van €750 opgelegd gekregen, omdat ze haar schapen geen oormerken had ingedaan. Ze heeft een proeftijd van twee jaar. 
De vrouw kreeg in november 2016 controle van de dierenpolitie. Haar schapen waren op dat moment niet op de wettelijk voorgeschreven wijze geïdentificeerd. De vrouw wil geen oormerken gebruiken bij haar kleine schapen. De oren waren in het verleden geregeld uitgescheurd. In plaats van de merken in de oren te doen, wilde ze de oormerken met een veehalsband om de nek van de schapen bevestigen.
Ze maakte bij RVO.nl bezwaar tegen het aanbrengen van oormerken. Ook meldde ze dat al haar schapen zijn voorzien van een chip en een identificatiebewijs. In dat boekje is een koppeling aangebracht tussen chipnummer en registratienummer. Na telefonisch overleg met RVO.nl kwam ze tot de conclusie dat een halsband gedoogd zou worden, omdat de schapen op correcte wijze waren  geregistreerd in de I&R-databank.
Het openbaar ministerie bleek daar toch anders over te denken en stuurde haar een strafbeschikking. Dit mede op basis van een aanvullende verklaring van RVO.nl waarin werd gesteld dat in uitzonderlijke situaties wel eens wordt afgeweken van de wettelijke voorschriften, bijvoorbeeld als de oren zijn uitgescheurd en er geen plaats meer is voor een oormerk. ''Dan nog blijft het de eigen verantwoordelijkheid van de houder'', aldus de verklaring van RVO.nl. Met andere woorden: de schapenhouder kan niet blind varen op uitspraken van medewerkers van RVO.nl.
Lees meer

Jurisprudentie
Tot dusver konden hobbymatige houders die hun dieren chippen en hun gegevens vastleggen in een paspoort, redelijk gerust zijn, gezien de jurisprudentie over oormerkweigeraars. 
Zo kwam het Gerechtshof in Amsterdam op 31 oktober 2006 met een opmerkelijke uitspraak. Dafne Westerhof, die haar dieren niet heeft ge-oormerkt, is wel strafbaar, maar kreeg geen straf opgelegd. '’Het hof is van oordeel dat de omstandigheden waaronder het  bewezengeachte door de verdachte is begaan, zeer uitzonderlijk van aard zijn. Niet alleen houdt verdachte slechts een zeer beperkt aantal dieren (en heeft ter terechtzitting in hoger beroep  beklemtoond dat dit aantal niet zal groeien), daarnaast zijn de door haar gehouden dieren niet bestemd om op enigerlei wijze op de  markt te worden gebracht, anders dan ter vernietiging na hun overlijden.
Bovendien maakt zij met betrekking tot de door haar  gehouden dieren gebruik van een bijzonder accuraat documentatie- en identificatiesysteem, dat naar het oordeel van de ter zitting gehoorde deskundige ruimschoots voldoet aan de eisen die zijn gesteld  aan gewetensbezwaarden (met betrekking tot oormerking van runderen) die zich voor 1998 hebben aangemeld. De onderhavige dieren beschikken over zodanig onderscheidende uiterlijke kenmerken dat herkenning door een dergelijk identificatiesysteem - ook volgens de bedoelde deskundige - in dit geval zonder meer mogelijk is. Daarnaast heeft verdachte haar dieren laten voorzien van een chip en zorg gedragen dat ieder dier over een paspoort beschikt. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden vindt het hof aanleiding te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.'’
Eerder (in 2004) had Dafne Westerhof, van Het Beloofde Varkensland de oormerkplicht ook al met succes aangevochten, door een beroep te doen op ‘strijdige rechtsplichten’. Artikel 36 van de Welzijnswet voor dieren bevat namelijk het verbod tot dierenmishandeling. Dafne Westerhof deed een beroep op het hebben van gewetensbezwaren tegen het oormerken van haar oormerkplichtige dieren, omdat artikel 36 van de Welzijnswet haar verbood (en verbiedt) dieren pijn of letsel te bezorgen zonder redelijk doel of met overschrijding van wat ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is. Bovendien is er nu een ‘redelijk alternatief’: de chip!

Strafuitsluitingsgrond
Juridisch gezien deed ze een beroep op de strafuitsluitingsgrond van artikel 42 Wetboek van Strafrecht. Die bepaling luidt: “Niet strafbaar is hij, die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.” De Amsterdamse politierechter nam dit verweer over. Het verbod tot dierenmishandeling is een wettelijke plicht. Deze is bovendien neergelegd in een formeel wettelijke bepaling; een wet die door de Tweede en Eerste Kamer van onze volksvertegenwoordiging is aanvaard. De regeling Identificatie en Registratie die door het niet oormerken werd overtreden, stond in een zogenaamde ‘ministeriële regeling’. Een regeling van een lagere rangorde. Omdat verdachte Westerhof de formele wettelijke plicht om niet aan dierenmishandeling te doen, liet voorgaan op een regel van lagere orde, vond de Amsterdamse politierechter Josephus Jutta dat deze verdachte ‘de juridisch zwaarste plicht het zwaarst had laten wegen’. Ze werd ‘ontslagen van rechtsvervolging’. De rechter vond haar met andere woorden niet strafbaar.
Twee jaar later boog de politierechter van Breda (1) zich over het niet oormerken van hobbyhangbuikzwijntjes. De advocaat van de verdachte deed een beroep op de zaak Westerhof. Ze vond dat ook haar cliënte moest worden ontslagen van rechtsvervolging. Deze rechter nam het ‘dierenmishandelingsverweer’ echter niet over en greep terug op de wettekst van artikel 36 van de Welzijnswet voor dieren. Dat artikel bevat een verbod om dieren pijn of letsel te bezorgen zonder redelijk doel of met overschrijding van wat ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is. Het is, volgens hem, onvermijdelijk dat het aanbrengen van oormerken bij een dier pijn veroorzaakt. Ook kan er letsel optreden, maar dat wil nog niet zeggen dat daarom sprake is van dierenmishandeling.

Overtreding van ''geringe ernst''
De economische politierechter van Breda vond dat de oormerkplicht van varkens een redelijk doel dient, namelijk beperking van de omvang en gevolgen van besmettelijke ziekten bij dieren en bescherming van de volksgezondheid. De door het oormerken veroorzaakte pijn achtte hij toelaatbaar ter bereiking van dat doel. Dat chippen ook mogelijk is, wilde volgens hem nog niet zeggen dat het aanbrengen van oormerken dierenmishandeling oplevert. Zo werd deze verdachte wel schuldig bevonden. Maar omdat de dieren gechipt zijn, hobbymatig worden gehouden, en de rechter de overtreding ‘van geringe ernst’ verklaarde, vond hij dat er geen straf hoefde te worden gegeven.
Twee uitspraken dus in korte tijd, beide met dezelfde strekking: wie zijn dieren niet oormerkt maar wel een chip inbrengt is wel strafbaar, maar verdient geen straf.
(1) Voor de liefhebbers: Rechtbank Breda , 16 mei 2006,  nr. 02/636140-05, LJN: AY6220.

Aanbevolen door Levende Have
 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier