Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Mest als bodemverbeteraar

Mest als bodemverbeteraar

Streven naar biodiversiteit in het grasland is streven naar meer kruiden- en grassoorten én streven naar een levendig bodemleven. Dus veel wormen, kevers, insecten, muizen en mollen in en op de bodem. Een levendig bodemleven zorgt voor een losse, luchtige grond waarin planten goed kunnen groeien. Om dit te bereiken is matig mesten verstandig. Matig mesten heeft als doel de bodem te verbeteren. Dat is belangrijk, want niet alle soorten mest bevorderen het leven in de bodem. Er zijn verschillende soorten mest: ruige (vaste) mest, drijfmest (gier), kunstmest en compost. Al deze soorten mest dragen in meer of mindere mate bij aan het vruchtbaarder maken van de grond. Als we meer plantensoorten in ons grasland willen, dan hoeft de bodem niet vruchtbaarder, maar gebruik je de mest als bodemverbeteraar. Oude, ruige mest heeft dan de sterke voorkeur. Hieronder een filmpje van hoe het kan. Met dank aan www.gydjulind.nl/ IJslandse paarden.

"We bemesten onze weides altijd met de gecomposteerde mest van onze eigen paarden. We hebben twee mesthopen naast elkaar: een gebruiksmesthoop - de verse dus - en een oude mesthoop. We voegen ook ons groenafval aan de mesthoop toe. Eén keer per jaar rijden we de oude mesthoop uit over de wei m.b.v. een mestspreider achter de tractor (die wordt geladen door de loonwerker met een loader). Daarna wordt de verse gebruiksmesthoop door de loonwerker omgezet en weer neergelegd op de plek van de oude mesthoop, en we beginnen ernaast weer een nieuwe gebruiksmesthoop. De oudste mesthoop wordt dan een jaar helemaal met rust gelaten. We voegen nooit wormen of compostversnellers o.i.d. toe; de wormen en het composteringsproces komen vanzelf. Na een jaar is de mesthoop voor de helft geslonken en de mest mooi korrelig."

Er zijn diverse soorten mest:

  • Stalmest vermengd met stro (of een andere vaste stof zoals vlasvezel) waar de urine voor een groot deel uit is gezakt.
  • Ruige mest, verzameld op een mesthoop, ligt meestal geruime tijd, waardoor het verteringsproces op gang is gekomen en de kwaliteit verbetert. Ruige mest van ongeveer een jaar oud is met name als grondverbeteraar werkzaam. Dé ideale mestsoort voor het bevorderen van biodiversiteit.
  • Drijfmest: Mest, meestal afkomstig van runderen, uit een gierkelder. Deze mest bestaat uit mest én urine en bevat geen vaste stof. Drijfmest mag alleen door middel van een drijfmestinjecteur op grasland worden verspreid. De injecteur vernielt de bodem en het bodemleven. Daarnaast heeft drijfmest nauwelijks een bodemverbeterende werking. Zelfs een kleine hoeveelheid drijfmest heeft een averechtse werking op de biodiversiteit.
  • Kunstmest: Kunstmatig gewonnen voedingselementen die in een fabriek worden verwerkt. Bijna alle kunstmest bestaat uit zouten/mineralen die te koop zijn in de vorm van witte korrels of poeder. Kunstmest maakt de bodem vruchtbaarder maar verbetert te bodem niet, waardoor kunstmest nauwelijks bijdraagt aan meer biodiversiteit.
  • Compost: Donkerbruin/zwart, kruimelig product (of in korrels geperst) bestaande uit plantaardige resten (GFT, bladeren, maaisel etc.) die door micro-organismen bijna tot humus zijn afgebroken. De bodemverbeterende werking is in vergelijking met ruige mest gering, omdat alle vaste stof reeds voor een groot deel is verteerd.

Een hobbyboer heeft altijd wel wat mest. Vaak gaat het hier om waardevolle ruige mest, omdat de mest van uw paarden/ezels, koeien, varkens, schapen en geiten vermengd is met stro uit de stal. Mest van kippen en pluimvee kan echter óok gebruikt worden voor de bemesting van uw eigen land. Verzamel de ruige mest op een mesthoop of op kleinere mesthopen verspreid aan de rand van het grasland. Mest van kippen en pluimvee kunt u het beste mengen met stro, voordat het de mesthoop op gaat. Deze mest heeft een hoog gehalte organische stof, maar ook een erg hoog stikstofgehalte. Om een teveel aan stikstof te voorkomen moet met kippen- en pluimveemest wat minder royaal bemest worden dan met andere soorten mest. Zeer oude kippenmest, ouder dan twee jaar, bevat ook minder stikstof. U kunt het dus ook langer op de mesthoop laten liggen voordat u het gebruikt.

Kringloop van mineralen

Door het gebruik van eigen mest op eigen land is de kringloop van mineralen weer rond. Om de bodem te verbeteren is slechts lichte bemesting voldoende, maximaal 20 ton ruige mest per ha. Te veel mest heeft een averechts effecten en leidt juist tot verarming van het aantal soorten. Het opbrengen van ruige mest kan het beste in de late winter of vroege voorjaar (half februari), zodra het land berijdbaar is. Wacht niet tot maart of april. De mest krijgt dan langer de tijd om de werkzame stoffen vrij te geven. Dit duurt bij ruige mest langer dan bij andere soorten mest. Ook hebben de bodemdiertjes meer tijd om de bodemstructuur te verbeteren. Dit zal de biodiversiteit in het grasland ten goede komen.

Bemest niet vaker dan één keer per jaar. Hierdoor zou de grond te voedselrijk worden, wat juist een eenzijdigere plantengroei geeft. Ruige mest is bij uitstek een bodemverbeteraar die twee kanten op werkt. Het half vergane stro samen met de mest trekt veel insecten, wormen en kevers aan. Zij leven van de mest en zorgen ervoor dat dit omgezet wordt in humus. Hoe meer wormen in de grond en insecten/kevers op de grond, hoe sneller het proces. Veel actieve wormen zorgen voor een luchtige grond en trekken muizen en mollen aan. Die zorgen op hun beurt weer voor holletjes en gangen in de grond, wat een natuurlijke afwatering bevordert.

Gerelateerde onderwerpen:

 

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier