Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Leverbot

Ingediend door jinke op 02 november 2010 - 19:54
leverbot bij schapen

De leverbot - een inwendige parasiet die vooral de lever aantast - heeft een zoetwaterslakje (Lymnea Truncatula) nodig als tussengastheer. Omdat deze slakjes alleen onder vochtige omstandigheden overleven, doen leverbotinfecties zich vooral voor op natte, vochtige weides en glooiende overgangen tussen natte en droge gebiedem. Op hoge zandgronden of weides die goed zijn afgewaterd komt leverbot van nature niet voor. Let op: ook één natte hoek of slootkant met water kan een bron voor leverbotinfecties zijn. De slakken kunnen bovendien een periode van droogte gedurende enkele maanden overleven.

Levenscyclus
De volwassen leverbot leeft in de galgangen van de lever en produceert karakteristieke eitjes die met de mest worden uitgescheiden. Afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de aanwezigheid van water, ontwikkelt zich binnen 3 weken een larfje die in het water rondzwemt en actief op zoek gaat naar de zoetwaterslak. Het larfje dringt de slak binnen, gaat zich in het slakje vermenigvuldigen en ontwikkelt zich verder tot een volgend stadium, de zogenaamde cercariae. Deze cercariae kruipen uit de slak en zijn dan besmettelijk voor het schaap. We noemen ze dan metacercariën. De metacercariën kunnen verschillende maanden infectieus blijven. Na opname door het schaap doorboren de jonge larfjes de darmwand en kruipen naar de lever, waar ze dan enkele weken rondkruipen alvorens in de galgangen te belanden. Leverbotjes kunnen tot 10 jaar overleven bij het schaap. De volledige cyclus duurt minimaal 4 - 5 maanden.

Symptomen
Leverbotinfecties kunnen bij schapen van alle leeftijden veel problemen veroorzaken, en net als bij andere wormen worden dieren geïnfecteerd tijdens het grazen. Bij runderen zien we eigenlijk alleen chronische leverbotproblemen. Bij alpaca's kan een leverbotinfectie tot de dood leiden.
Infectie kan zich op verschillende manieren manifesteren. Bij een ernstige acute infectie kan in de herfst sterfte optreden terwijl bij chronische besmettingen conditieverlies en bloedarmoede tijdens de winterperiode het meest in het oog springen. Omdat de ontwikkeling van larfje tot volwassen eitjes leggende leverbot in het schaap 12 weken duurt, zullen bij acute infecties in de herfst geen eitjes in de mest worden gevonden. De schapen zijn nu ziek van de zich ontwikkelende leverbotjes die rondkruipen in de lever. Bij chronische infecties, die vooral optreden tijdens de late winter en het vroege voorjaar, worden wel leverbot eitjes in de mest gevonden.

Onderzoek
Bij een acute sterfte onder de dieren en het vermoeden van leverbot wordt geadviseerd om direct contact op te nemen met de dierenarts. Hij zal op grond van de ziektegeschiedenis en de symptomen tot een diagnose komen. Als de schapen in de late winter, vroege voorjaar (sterk) vermageren dan kun je chronische leverbotinfecties uitsluiten door een mestonderzoek van de aangetaste koppel. Een goed moment voor mestonderzoek is vanaf januari. Maar je kunt meer doen: bloedonderzoek bij 5 lammeren in september kan ook informatie geven of er een leverbotbesmetting is opgetreden.

Behandeling
In Nederland zijn twee ontwormingsmiddelen beschikbaar specifiek voor leverbotinfecties. Ten eerste producten gebaseerd op triclabendazole; Tribex en Fasinex. In Noord-Holland is er een wijdverspreide resistentie van leverbot tegen triclabendazole. Ook in andere gebieden neemt de resistentie van leverbot tegen triclabendazole hand over hand toe. Sinds 2009 is er weer een product met closantel op de markt; Flukiver Combi. Dit is een combinatie preparaat met mebendazole. Bij schapen die zijn behandeld met closantel, clorsulon of oxyclozanide heeft deze behandeling niet altijd het gewenste resultaat; dit komt doordat deze middelen op een andere manier moet worden ingezet dan triclabendazol.

De toegenomen resistentie van de leverbot voor triclabendazol en het onoordeelkundig gebruik van andere leverbotmiddelen ervoor gezorgd dat leverbotinfecties seeds moeilijker te bestrijden zijn.
Bij schapen en runderen die mogelijk in het voorjaar zijn besmet is mestonderzoek mogelijk vanaf medio augustus; bij lammeren die in het voorjaar zijn geboren adviseert de GD om in juli alleen bloedonderzoek uit te voeren van minimaal 5 lammeren; vanaf medio augustus kan dit bloedonderzoek worden gecombineerd met mestonderzoek; in geval van onverklaarbare sterfte kan pathologisch onderzoek uitsluitsel geven.
Via de GD kunnen houders van schapen en koeien zich aanmelden voor de leverbot-alert. Zij ontvangen dan adviezen over het risico op leverbot en wat ze daartegen kunnen doen. Ook geeft de werkgroep leverbotprognose geregeld een voorspelling van infectiegevaar.

Eenden eten leverbotslakken op
De eerste resultaten van een proef in de Alblasserwaard met loopeenden die leverbotslakken opeten zijn veelbelovend. De eenden blijken in een periode van 2 uur tot wel 60% van de slakken in een afgezet gebied op te ruimen. De besmettingsdruk van leverbot kan op die manier flink dalen, zonder dat inzet van geneesmiddelen nodig is.

Andere preventieve maatregelen
Greppelfrezen in een droge periode (van juli tot september) kan effectief zijn om de kans op een leverbotbesmetting te verkleinen. Als de greppels gefreesd worden, komen de geïnfecteerde leverbotslakken op de hoger gelegen weidestroken terecht. Door de droogte op deze hoger gelegen weidestroken sterven de geïnfecteerde slakken, voordat ze de besmettelijke cysten hebben afgezet op het gras.

Na het frezen kunnen zich binnen enkele weken wel opnieuw leverbotslakken in greppels ontwikkelen. Hoewel in de zomer de overlevingskans voor leverboteieren in de mest veel lager is, kunnen de leverbotslakken weer in aanraking komen met nieuwe leverboteieren. Zo kan een vermeerdering in de slak worden gestart.  De ontwikkelingstijd in de slak van een ei tot een besmettelijke cyste is twee tot drie maanden. Zo kan een besmetting in november weer op het gras worden afgezet.
Door de lagere temperaturen in die periode wordt de ontwikkeling van de vermeerdering in de slak wel vertraagd of vindt er helemaal geen ontwikkeling meer plaats. Daarnaast zullen de meeste runderen in oktober/november op stal worden gezet en komen ze niet of nauwelijks meer in aanraking met de dan nog afgezette besmettelijke cysten op het gras. Schapen, die in de winter buiten blijven, kunnen wel nog steeds een leverbotbesmetting oplopen. Deze besmetting zal minder zijn door het greppelfrezen.

Het zogeheten ''ontwijkend beweiden'' door mogelijk besmet gras uit te rasteren lijkt een effectief toepasbare maatregel om het aantal besmette dieren aanzienlijk te verminderen. Hetzelfde geldt voor zomerstalvoedering als men mogelijk besmet gras niet vers voert maar inkuilt of hooit. Deze maatregel verlaagt de besmettingsdruk op de melkveepercelen en buitenstukken aanzienlijk doordat de constante, jaarlijkse besmettingsaanvoer vanuit het onbehandeld blijven van de lacterende en droge koeien een steeds kleiner deel bijdraagt aan de totale besmettingsdruk op een perceel. Behandelen in combinatie met ontwijkend beweiden en maaien versnelt de afname van de besmettingsdruk. (Wat zijn de gelijkheden om een leverbotinfectie bij melkvee te voorkomen? Wageningen Livestock Research, Louis Bolk Instituut, juli 2017)

Terug naar:

Dossier

Comments

Ingediend door Aksloot44 op 04 maart 2018 - 15:00

Hallo,

De kleinste verpakking van Flukiver is 1000cc (1 liter) a 130 Euro

Als je 5 dwerggeiten hebt, heb je krap 40cc nodig. (1ml /5kg licaamsgewicht.

Wel een heel dure verpakking dus voor een paar geiten...

Weet iemand hier een oplossing voor?

Groet Hans.

Akersloot

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier