Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Kruiden voor de geit

Ingediend door jinke op 30 november 2017 - 10:17

door Jinke Hesterman
 

Planten en bomen zijn goed voor de gezondheid en het welzijn van geiten. Het onderzoeksinstituut HAS Kennistransfer maakte een inventarisatie van geschikte soorten. De resultaten van het onderzoek zijn te vinden n het rapport 'Planten en bomen in en om de geitenstal'.

 

De onderzoekers maken onderscheid tussen kruiden en zogeheten 'voederbomen'.  Kruiden – denk aan peterselie, weegbree, karwij, brandnetel, duizendblad, cichorei, paardenbloem, pastinaak en wilde peen - kunnen in het geheel en vers aan de geiten worden aangeboden. Ze hebben een medicinale werking en ze kunnen heel goed dienen als aanvulling op het rantsoen. Geiten zullen echter kiezen wat ze lekker vinden en niet wat ze nodig hebben. Preventief moet van het aanbod van kruiden dan ook geen wonderen worden verwacht.

 

Looistoffen

Voor het algeheel welzijn is het wel goed om geiten te laten grazen in een kruidenwei. Maar niet alle kruiden zijn geschikt. Vaak zijn delen van planten giftig. Ook hebben lang niet alle kruiden een toegevoegde waarde. Het onderzoek naar de werking van kruiden staat nog in de kinderschoenen. Wel is al aangetoond dat planten die looistoffen bevatten, werkzaam zijn tegen de meeste maagdarmwormen die in West-Europa een probleem vormen. Deze stoffen komen voor in de bladeren van bijvoorbeeld gewone rolklaver, moerasrolklaver, esparcette en rode hanekop, maar ook in twijgen en bladeren van struiken en (voerder)bomen. Zilverschoon, brunel, melisse en knoflook kunnen eveneens de druk van worminfecties verlagen. Andere kruiden met looistoffen zijn bijvoorbeeld kamille, lijnzaad, en kaneel.

 

Looistoffen of tannines zijn echter niet ongevaarlijk. Hoge concentraties verlagen de voeropname en de verteerbaarheid van de voedingsstoffen. Lage concentraties daarentegen kunnen de vertering juist verbeteren door minder eiwitafbraak in de pens. Het precieze mechanisme waarmee tannines bijdragen in de eiwitvertering is nog niet volledig ontrafeld. In de juiste dosis remmen tannines diarree en werken ze antibacterieel. Zo verminderen eikenbast en tormentil diarree, knoflook en kaneel helpen om de microbiële veroorzakers van diarree te verminderen. Ook kan eikenbast tegen pensverzuring werken. Kamille en lijnzaad kunnen geïrriteerde slijmvliezen weer tot rust brengen.

 

Bitterstoffen

In de composietenfamilie (samengesteldbloemigen) komen planten voor die bitterstoffen bevatten. Een interessante plant in deze familie is cichorei. Van cichorei is de werking tegen maagdarmwormen aangetoond in onderzoek. De bitterstof in het blad van de paardenbloem werkt positief bij lever- en nieraandoeningen en heeft een urine afdrijvende werking. Mariadistel ondersteunt dankzij de bitterstof de leverfunctie en werkt hierdoor ontgiftend. Andere kruiden met bitterstoffen zijn onder meer gentiaan en duizendguldenkruid. Enkelvoudige bitterstoffen stimuleren de productie van de spijsverteringssappen. Voldoende speekselsecretie bevordert de eetlust en buffert de pensvloeistof, zodat er minder kans is op pensverzuring. Let wel op: bitterstoffen in hoge dosis zijn giftig, de bittere smaak waarschuwt de dieren voor gevaar.

 

Weerstand

Kruiden met antibiotische stoffen zijn bijvoorbeeld knoflook, jeneverbes en tijm. Antibiotische stoffen hebben een sterk infectie-bestrijdende werking. Uit een onderzoek naar knoflookolie blijkt dat deze stof bijdraagt aan de pensvertering en bovendien zorgt voor een lagere methaanuitstoot. Ook draagt knoflookolie bij aan een grotere melkopbrengst en een hoger eiwitpercentage in de melk. Het kan wel een effect hebben op de smaak van de melk. Rode zonnehoed verhoogt de weerstand. Het is een natuurlijke infectiebestrijder die helpt bacteriën, virussen en schimmels te doden. De plant stimuleert cellen van het immuunsysteem die de belangrijkste wapens tegen infecties vormen. Het kruid versterkt bovendien de productie van interferon, een natuurlijke bestrijder van virussen.

 

Andere kruiden die de gezondheid en de mineraalopname bevorderen en een positief effect hebben op de vertering van voedsel zijn peterselie, weegbree, karwij, brandnetel en duizendblad. Wilde peen bevat carotenoïden, die het zicht in de schemering bevorderen en van belang zijn voor het zicht (gezichtsscherpte en gezichtsvermogen). De geit kan in tegenstelling tot de koe caroteen omzetten naar vitamine A. Verder werkt wilde peen tegen maagklachten, het drijft urine af en heeft een anthelmintische werking. De pastinaak is ook een kruid dat bij verschillende kwaaltjes ingezet kan worden, zoals nierklachten. Pastinaak is goed voor de algemene gezondheid. De werking van dit kruid is bloedzuiverend, urine-afdrijvend en verzachtend bij inwendige krampen of pijnen.

 

Voederbomen

Door de geiten toegang te geven tot zogeheten 'voederbomen', zoals de wilg, eik en de zwarte els, kunnen ze hun natuurlijke gedrag vertonen. Deze voederbomen bevatten ook tannines. Voor het planten van voederbomen is wel grond nodig. Wie dat niet heeft, zou bundels snoeihout, van bijvoorbeeld de erfbeplanting, kunnen aanbieden. Tevens heeft de wilg een medicinale werking. De stof salicine in de bast van de wilg is de stof waarvan aspirine is afgeleid. Het is een preventieve, natuurlijke pijnstiller. De zwarte els bevat looistoffen in de schors en het blad. Vroeger werden de looistoffen uit de schors en blad gebruikt tegen mondontstekingen en blaren, maar deze werking is niet wetenschappelijk bevestigd. De eik bevat eveneens looistoffen in de bast en in het blad. De looistoffen werken diarree remmend, antibiotisch en ontstekingsremmend. Een teveel aan eikenbladeren is echter giftig voor geiten. Juiste doseringen zijn nog niet vastgesteld.

De hazelaar behoort tot de berkenfamilie en heeft vaak meerdere stammen. Stoffen (looistoffen, oliën) uit het blad worden medisch gebruikt om bloedvaten te vernauwen en te versterken. De bestanddelen in het blad werken goed tegen bloedingen en vaatontstekingen. De hazelaar gedijt goed op een minder vruchtbare grond. De hazelnoten zijn rijk aan vitamine E en bevatten veel energie.

 

Robinia

Robinia is een houtachtige boom die behoort tot de vlinderbloemigen. De boom doet het goed op leemhoudende zandgrond of lichte kleigrond. De robinia is een exoot met een grote kiemkracht, ideaal  voor een snelle bosvorming. De robinia is een bodemverrijker en zet stikstof af in de bodem. Voor de biodiversiteit is de robinia minder geschikt, omdat deze boom andere planten verdringt. Het blad van de robinia bevat caroteen, wat door geiten omgezet wordt in vitamine A. De bladeren bevatten looistoffen, die dienen als wondmiddel. De bloem bevat stoffen die werken tegen gastritis en kramp. De robinia heeft in vergelijking met de andere voederbomen een hoog eiwitgehalte. Ook de peulen, die gevormd worden in het najaar, bevatten aanzienlijk veel eiwitten.

 

Giftig voor de geit

Er zijn heel wat planten en bomen waarmee de geit beter niet in aanraking kan komen. Let op: deze lijst is niet compleet.

  • Amandelboom
  • Abrikoos
  • Adelaarsvaren
  • Europese beuk (ongeschilde zaden)
  • Jacobskruiskruid
  • Waterscheerling
  • Oleander
  • Taxus
  • Rhododendron
  • Pieris
  • Laurierkers
  • Vogelkers
  • Heermoes
  • Eikels
  • Gouden regen
  • Cyclaam
  • Skimmia
  • Sereptamosterd
  • Doornappel
  • Wonderboom
  • Vlasdodder of Huttentut
  • Pijpbloemfamilie
  • Zuurbes
  • Heggerank
  • Stinkende Gouwe
  • Paardenbalsem
  • Zonnedauw
  • Steenkaars
  • Watertorkruid
  • Knikkend wildemanskruid
  • Gelderse roos
  • Zwarte haagdoorn