Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Introductie vermeerderen en fokken

Ingediend door jinke op 07 februari 2021 - 13:18

We gaan in dit dossier uit van drie begrippen: 
•    vermeerderen 
•    fokken van een type 
•    fokken van een ras

Onder vermeerderen wordt verstaan dat dieren nageslacht krijgen zonder rekening te houden met de genetische achtergrond. De doelstelling is om meer dieren te verkrijgen. Dat gebeurt soms op professionele basis (bijvoorbeeld bij de productie van slachtdieren), maar het kan ook hobbymatig zijn: het plezier hebben in de voortplanting van je eigen dieren. 

Tot voor kort werd onder fokken verstaan: het selectief vermeerderen van gedomesticeerde dieren met de intentie om wenselijke eigenschappen te verbeteren in de volgende generaties. Met de huidige inzichten over genetica, inteelt en genetische diversiteit hoort het begrip erfelijk daar ook bij.  De definitie luidt dan als volgt: het selectief vermeerderen van gedomesticeerde dieren met de intentie om wenselijke en erfelijke eigenschappen te verbeteren in de volgende generaties.

Fokken naar type heeft een duidelijke doelstelling. Er is behoefte aan een bepaald type dier. Er wordt meestal rekening gehouden met genetische achtergrond, maar vooral met de prestaties van de voorouders, bijv. vruchtbaarheid, kracht, kwaliteit van de vacht, enz. Dit fokken op type kan met een bepaald ras, waarbij door middel van kruisingen een type wordt versterkt. Dat gebeurt doorgaans zonder bemoeienis van een stamboek. De fokker bepaalt zelf zijn doel en is zodoende zijn eigen ‘keurmeester’.

Bij het fokken naar ras wordt er ook rekening gehouden met rasstandaarden. Fokkers hebben te maken met een rasvereniging of stamboek, en met keuringen. Het hoofddoel is een ras goed in stand te houden of verbeteren. Het kan zelfs zijn dat het ras ‘hersteld’ wordt, bijv. als er een te grote mate van inteelt ontstaat. Daarnaast is het belangrijk bij deze manier van fokken dat ook rekening wordt gehouden met de fokwaarden van individuele dieren voor de algehele populatie. Dit laatste gebeurt nog maar mondjesmaat.

Fokken of vermeerderen doe je nooit zomaar. 
Aan het fokken of vermeerderen gaat een aantal vragen vooraf. 

  • Waarom zou je meer dieren op de wereld willen zetten? 
  • Heb je een goede bestemming voor de nieuwe dieren?
  • Wat doe je met de dieren waar geen vraag naar is?

De Raad voor Dieren Aangelegenheden (RDA) werpt daarnaast in het advies over Fokkerij en Voortplantingstechnieken een fundamentele morele vraag op die vooral voor fokkers van een bepaald ras van belang is:

  • Hoe ver mag je gaan in het aanpassen van dieren aan onze behoeften en belangen?

En vervolgens stelt de RDA de vraag:

  • Hoe bepaal je het evenwicht tussen het fokprogramma en/of voortplantingstechniek en de (mogelijke) schade aan gezondheid en welzijn van het dier?

Genetisch gesproken selecteren we bepaalde genen ten koste van andere waardoor ‘de aard van het beestje’ over generaties heen (soms drastisch) wordt bijgestuurd. Dat is lang niet altijd in het belang van de betreffende dieren, getuige enkele voorbeelden van (ongewenste) effecten op diergedrag en het vermogen van dieren om zich aan te passen, zoals leghennen die minder broeds worden, dikbillen die alleen nog via een keizersnede kalveren ter wereld kunnen brengen, biggensterfte en inteelttoenames boven de 1% per generatie. 

Verwantschap en inteelt
Of je nu gaat vermeerderen of fokken, fokken op type of fokken op ras, het is altijd belangrijk de verwantschap van de dieren goed in de gaten te houden. Die dient minimaal te zijn. Bij te grote verwantschap is sprake van inteelt. Inteelt was lang de manier om gewenste eigenschappen te verkrijgen. Maar inmiddels weten we ook dat door inteelt goede eigenschappen verloren gaan en slechte eigenschappen de overhand kunnen krijgen. Dit komt doordat de genetische diversiteit afneemt, met als gevolg dat een populatie overmatig te kampen krijgt met afwijkingen. 

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier