Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Hilton voor de ezels

Ingediend door jinke op 14 februari 2020 - 10:37

door Jinke Hesterman

Het is vrijwilligerswerk, maar het is ook een bedrijf en eigenlijk nog veel meer. Noem het een verlengstuk van hun leven. Op de Ezelsociëteit – sinds acht jaar een stichting met keurmerk ‘’Goed besteed’’ – lopen wonen en werken in elkaar over. Harry en Vera Dekkers hebben er een veelzijdig bestaan aan te danken, met heel veel ezels en alle aanloop die daarbij hoort.

Op het terrein van de Ezelsociëteit heerst een serene rust. Komt het door de hoge bomen die het geluid uit de omgeving dempen? Heeft het te maken met de vanzelfsprekendheid waarmee de vrijwilligers hun taken uitvoeren? Of zorgen de 25 ezels ervoor dat stress en spanning buiten het hek blijven? Niemand die het precies kan vertellen. Er valt heus wel eens een onvertogen woord, laat Harry Dekkers weten. ‘’Als iemand ergens mee zit, dan zeg ik al gauw: gooi het eruit. Je moet het ijzer smeden als het heet is.’’ Maar over het algemeen vormen mens en dier er een harmonieus geheel. 
Vera Dekkers wijst op een van de vrijwilligers die een ezel een borstelbeurt geeft. ‘’Zij werkt in de psychiatrie in Amsterdam en komt hier elke vrijdagmiddag naar toe om een paar van onze ezels te verzorgen.’’ Onthaasten, daar biedt de Ezelsociëteit alle gelegenheid toe. Ondertussen wandelt een echtpaar het terrein op. Ze nemen plaats in de serre waar koffie en thee worden geschonken. ‘’Deze mensen houden wekelijks de administratie bij van onze 180 pleegezels’’, vertelt Vera. 

Iedereen weet wat hem of haar te doen staat op het terrein aan een doodlopende weg in Zeist. Verscholen in het groen doen de meeste ezels er staande hun middagdutje. Het is er zo stil dat je bijna zou gaan fluisteren. Een enkele ezel loopt wat heen en weer. De kleine Dinky, een negentienjarige door zijn moeder verstoten mini-ezel, houdt een van de vrijwilligers in de gaten, die met wat klinkers een deel van het terras bestraat. Plotseling begint Kaat luidkeels te balken. ‘’Ja Kaat’’, antwoordt Vera Dekkers. Haar reactie blijkt afdoende want de ezel doet er vrijwel onmiddellijk het zwijgen toe.

Tact en wijsheid
Rust, reinheid en regelmaat – deze drie pijlers onder een evenwichtig bestaan, houden ook de Ezelsociëteit overeind. De kruiwagens staan in slagorde tegen een muur opgesteld. De halsters van de ezels hangen keurig aan haakjes op een rij. Elk dier heeft zo zijn eigen benaderingswijze, geen vrijwilliger wordt zomaar ‘’op een paar ezels gezet’’. De overgrote meerderheid van de langoren die hier verblijven, moet met veel tact en wijsheid worden behandeld. De bijzondere kenmerken van elk dier zijn bij de vaste verzorgers bekend. Voor het geval iemand mocht twijfelen, hangen er bordjes met nadere instructies. Zoals de mededeling dat Karthia ’s nachts een fleece aan moet. Karthia blijkt een blinde ezel met artrose. ‘’Zo hebben we ook Jojo en Eva’’, licht Vera Dekkers toe. ‘’We noemen ze blezels. Ze worden verzorgd door Willeke, die ook bijna niets ziet.’’

‘’Al die karakters – geen ezel is hetzelfde. Dat maakt de Ezelsociëteit zo waardevol’’, menen Vera en Harry Dekkers. Neem Zena, ze lag - zeer vernederend - in de stront op een markt in België. ‘’Een topezel. Geestelijk ongebroken. We noemen haar de Freule.’’ Of neem Kaat, die plotseling begon te balken. Vera: ‘’Ze vormt met Kareltje en Klaartje, haar dochter, echt een gezinnetje. Kijk, daar komt Kareltje. Het is een wonder dat hij weer loopt. Hij heeft in z’n jeugd een trap gehad en daar een halve dwarslaesie aan overgehouden. Het is zo mooi dat ze nu met z’n drieën als gezinnetje naar hetzelfde opvangadres gaan. Daar ben ik heel blij mee. Kareltje moet nog wel geregeld fysiotherapie krijgen. Daar kun je zo’n opvangadres natuurlijk niet mee opzadelen, dus daar blijven wij voor betalen. Ik weet nog goed dat Kaat hier kwam. Ze was er slecht aan toe, stapte uit de auto en je voelde gewoon aan haar dat ze dacht: verrek, ’t lijkt hier wel het Hilton. Ze is hartstikke opgeknapt. Dat is toch top van zo’n dier. Ik vind dat helemaal het einde. Ja, dan wrijf ik in m’n handen.’’ 

Corfu
Vera, onlangs geëerd met de Held uit het Hart-penning van RTV Utrecht, een onderscheiding die haar ten deel viel dankzij de burgemeester van Zeist, staat op het punt om naar Corfu te vertrekken. Ook al gaat ze maar een week weg, een van de vrijwilligers komt toch even afscheid nemen. Het tripje naar Corfu, in gezelschap van de hoefsmid, de ezeltandarts en twee vrijwilligers, is geen vakantie, maar hard werken, zegt ze. Op de ezelopvang van Judy Quinn staan 62 ezels klaar die nodig verzorgd moeten worden. ‘’Wel spannend. Vorig jaar ben ik er ook geweest. Toen stond ik met de tandarts midden in een dorpje de kiezen van een paar ezels te slijpen. Geen Griek die op of om keek. Ik vond dat zo gek.’’

Hoe anders gaat dat in Nederland. Op de Ezelsociëteit, die volledig draait op donaties, is het een komen en gaan van belangstellenden. De brandweer uit Zeist is er al eens wezen ‘’klussen’’, dankzij banden met de Rotary komen er geregeld medewerkers van bedrijven even ‘’bijtanken’’. Vera Dekkers geniet van dergelijke bedrijfsuitjes. ‘’Dan gaan we verven en de boel opknappen. Heerlijke dagen zijn dat. We hebben eigenlijk een heel afwisselend leven zo. We ontmoeten ook bijzondere mensen. Laatst hadden we een prijsvraag in onze nieuwsbrief. Joop had ‘m bedacht. De prijsvraag ging over worteltrekken. Komt er ineens een man in driedelig grijs pak hier het terrein op. Mag ik Joop even spreken?, vroeg hij, want hij was het niet eens met de puzzel. Ja hoor, dat mag, zei ik. Alleen, Joop is een ezel..’’

Vrijwilliger met de vrijwilligers
Een goede onderneming is eenvoudig van opzet, zegt ze wijlen Paul Fentener van Vlissingen – een van Nederlands bekendste topmannen uit het bedrijfsleven - na.  Om het simpel te houden zijn Vera en Harry vrijwilliger met de vrijwilligers. Harry: ‘’We hebben korte lijnen. Als een vrijwilliger een goed idee heeft, mag hij of zij het uitvoeren. We vergaderen niet, maar we moeten wel overleggen. Dat moet sinds we het keurmerk Goed Besteed hebben. Van dat overleg moeten we notulen bijhouden. Maar dat is alles.’’ 

De meeste aandacht van Harry en Vera gaat naar de ezels en de vrijwilligers. Harry (in het verleden werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg) is coördinator logistiek, hetgeen zoveel wil zeggen dat hij de gesprekken met de vrijwilligers voert, de mest afvoert, en de ezels haalt en brengt. Op het gebied van de verzorging is hij alleen nog stand by. ‘’Voor mij lag het accent eerst op de dieren. Maar gaandeweg zijn de ezels middel geworden in het contact met de mensen. We hebben hier vrijwilligers van allerlei instanties. We zijn net een zorgboerderij, niet officieel, maar we werken wel op die manier. Ik ben hier zeven dag in de week, van ’s morgens zes tot tien uur ’s avonds mee bezig. Ik zie het niet als werk, niet in de zin dat ik ervoor betaald krijg. Ook voor mij is het gewoon vrijwilligerswerk. Het neemt veel van me. Maar het geeft ook veel. De talenten die in de vrijwilligers zitten, als blijkt wat ze allemaal kunnen, zonder dat ze daarmee te koop lopen, daar blijf ik me elke keer weer over verbazen. You get more than what you see.’’

Opvangadres
Met 25 ezels in Zeist, 9 op een adres in Bunnik, drie muildieren in Austerlitz en 180 ezels op opvangadressen zijn hun dagen goed gevuld. Daarnaast dient de Ezelsociëteit dient ook nog eens als opvangadres voor in beslaggenomen paarden, pony’s en herten. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag. Harry en Vera staan, zoals het medewerkers van een Hiltonhotel betaamt, elk moment klaar voor de dieren. Vera schetst hoe ze ’s morgens vroeg in haar nachtgoed altijd eerst de ezels gaat begroeten, om zich pas daarna aan te kleden en een ontbijt klaar te maken. Vervolgens kruipt ze meestal achter de computer, waar ze zo’n vier uur per dag besteedt aan de afhandeling van emails, aanvragen voor bezoeken, vragen van ezelhouders, communicatie met de pleegadressen. 
Twee dagen in de week werkt ze als balie-agent in het district Binnensticht in de regio Utrecht. Ze heeft voor haar werk bij de politie onlangs een examen moeten doen in wetskennis op het gebied van strafvordering. Ze haalde het, met de hakken over de sloot. ‘’Alles over ezels kan ik heel goed onthouden. Dat interesseert me ook. Maar met dat examen had ik toch echt wel moeite. Laat Ernst (Hirsch Ballin, minister van justitie en haar hoogste baas, JH) het niet horen.’’
 
Al die uren die ze aan de ezels besteden: ‘’het is zeer ingrijpend eigenlijk’’, geven ze toe, maar Harry en Vera blijven er reuze relaxed onder. Harry heeft af en toe een dagje vrij. Dan gaat hij bij voorkeur op bezoek bij mensen die helemaal niets met ezels hebben. ‘’Nee, dat doe ik niet om het vol te houden. Dat klinkt veel te zwaar. Het is meer om even helemaal los te zijn van de ezels. Als ik dan terug kom, heb ik er weer zin in. Zie ik ook weer dingen die ik eerder door een soort bedrijfsblindheid niet zag.’’

Lekkere dingen
De meeste ‘’slechte’’ ezels blijven. Daar zijn geen pleegadressen voor. Belastend? ‘’Het is niet alleen maar narigheid’’, benadrukt Vera. ‘’Wat voor ellendige achtergrond een ezel ook heeft, zodra ze hun voeten hier op het terrein zetten, zijn ze niet meer zielig. Het is hier verboden om zielig te zijn. Ook als ze niet lang te leven hebben. Dan stoppen we ze vol met lekkere dingen. We zijn blij met kleine verbeteringen of momenten van opleving. Als het staartje van Greetje gaat wapperen, dan drinken we met z’n allen een glaasje. En als het echt niet meer gaat, dan laten we ze inslapen. Daarbij vullen we elkaar goed aan. Ik moet dan de dierenarts regelen en erbij blijven tot de ezel is overleden.’’ Harry: ‘’Dan is het mijn beurt en breng ik de ezel naar de kadaverplaats. Dat is vaak heel macaber, maar het heeft ook wel iets moois. Ik vind ook dat ik dat einde moet meemaken. Het dier is dood. Ik maak er een beetje een ritueel van. Dat is voor mij een mooie afronding.’’

Vera: ‘’Natuurlijk vragen we ons wel eens af waar we mee bezig zijn. Als er iets niet goed gaat en ik eigenlijk te moe ben om het op te lossen. Zo stonden we een keer in de winter ’s nachts bij acht graden vorst dieren te behandelen. We keken elkaar aan en dachten allebei hetzelfde. Op hetzelfde moment was die gedachte weer weg. Je ontwikkelt ook een zekere hardheid. Dat moet ook, want je moet kunnen blijven handelen. Het is een vorm van professionalisering. Dat hebben we moeten leren. We gaan ook naar markten om ezels voor de slacht weg te halen. Dan sluit je je af voor wat je daar ziet. Dat kan niet anders.’’

Vera van Koten is op 11 februari 2020 op 69-jarige leeftijd overleden.

Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier