Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Hiaat Wet Dieren leidt tot moeilijk te bestrijden misstanden in fokkerij

Ingediend door jinke op 06 mei 2021 - 11:59

In de Wet Dieren zit een groot hiaat, waardoor eigenaren hun niet-productiedieren - met uitzondering van katten, honden en ganzen - zelf mogen doden. Daarbij gelden weliswaar voorwaarden, zo moet het dier voor het doden worden bedwelmd, maar of men zich daaraan houdt, valt in de meeste gevallen buiten het blikveld van de handhavers.

Het hiaat leidt tot misstanden en gruwelijkheden, waarover zo nu en dan in de media wordt bericht. Die misstanden worden doorgaans ferm veroordeeld, waarna men weer overgaat tot de orde van de dag. Veel minder aandacht bestaat er voor de omvangrijke praktijk van dierhouders die hun dieren zelf doden omdat ze er teveel hebben, omdat ze niet over de juiste kleur beschikken, niet van het gewenste geslacht zijn, verzorging nodig hebben die de eigenaar niet kan of wil geven, of een afwijking hebben die al dan niet genetisch is bepaald. Zo wordt er doelbewust gefokt met dieren waarvan bekend is dat hun nakomelingen met een defect ter wereld kunnen komen.


 
Ook al houdt een fokker zich aan de voorschriften, dan nog is er een ethische vraag


Vaak helpt de eigenaar de niet gewenste, overtollige of mismaakte dieren op verantwoorde wijze aan hun einde. Vaak ook niet. Daar zou via voorlichting nog wel iets aan te doen zijn. Maar ook al houdt een fokker zich aan de dodingsvoorschriften, dan nog is er de ethische vraag. Waarom moet een dier dood? Wil het dier zelf ook dood? Zijn er alternatieven? Wanneer wordt er een morele grens overschreden?

De Partij voor de Dieren vindt dat er een einde moet komen aan het doden van niet-productiedieren door particulieren en heeft een wetswijziging voorgesteld. KleindierNed - een platform van ras- en fokverenigingen, met fokkers van muizen tot en met kippen en konijnen - ageert hiertegen en wil het hiaat in de Wet Dieren in stand houden. Het geeft fokkers de vrijheid om keuzes te maken en dieren te selecteren. De organisatie neemt afstand van misstanden en gruwelijkheden, wijst ook doden vanwege een verkeerd kleurtje af, maar wil wel dat eigenaren zelf hun overtollige dieren kunnen doden.
KleindierNed voert ''juiste'' gronden aan waarop het doden van dieren aanvaardbaar zou zijn:

  • als de dode dieren worden opgegeten - door de mens of door andere dieren - of
  • als er sprake is van ondraaglijk lijden, c.q. ernstige gezondheidsproblemen die het welzijn van dieren aantasten. 

Op beide gronden valt het nodige af te dingen.

  • Waarom zouden eigenaren de eetbare dieren zelf moeten kunnen doden? Voor dat doden bestaan slachters die binnen de grenzen van allerlei wet- en regelgeving dieren vakkundig aan hun eind kunnen helpen.
  • Waarom zouden eigenaren dieren die lijden moeten kunnen doden? Voor dat doden bestaan dierenartsen die binnen de grenzen van allerlei wet- en regelgeving en hun eigen beroepsethiek dieren aan hun eind kunnen helpen.

KleindierNed heeft in een brief aan minister Carola Schouten kenbaar gemaakt dat de mogelijkheid om dieren op ''juiste'' gronden te doden in stand moet blijven. De organisatie verwijst daarbij naar artikel 5.3 van het Besluit Houders van Dieren, waarin het slachten voor ''huishoudelijk verbruik'' is geregeld. Daar wordt echter alleen gesproken over varkens, schapen en geiten. Die mogen worden gedood voor ''particulier huishoudelijk verbruik'', mits er gebruik wordt gemaakt van een penschiettoestel.
Het gaat in artikel 5.3 bovendien om productiedieren. Dit artikel gaat niet over het doden van niet-productiedieren, waar de organisaties achter KleindierNed zich op richten. Zoals in een toelichting aangegeven, gaat het KleindierNed vooral om het zelf kunnen doden van hoenderachtigen, eendachtigen, duiven en konijnen. En om het voeren van kleine knaagdieren, zoals muizen, jonge cavia's, hamsters, gerbils en ratten aan vogels en reptielen.


Een dodingsverbod schept duidelijkheid. Het kan een einde maken aan de ongebreidelde voortplanting van dieren.


De vrijheid die KleindierNed claimt voor de bij deze organisatie aangesloten fokkers, zou inhouden dat het hiaat in de Wet Dieren in stand blijft. KleindierNed denkt misstanden te kunnen voorkomen door dierhouders en fokkers via fokbeleid, informatie en scholing te bewegen tot een verantwoorde wijze van het doden van dieren. Maar de praktijk van de fokkerij in bijvoorbeeld de hondenwereld leert dat misstanden zeer hardnekkig zijn. Gaat het in de hondenwereld vooral om geld, in de wereld van kippen, konijnen en cavia's zijn gewoonten en tradities een belangrijk obstakel. Vooral de fokkers die opereren in het grijze gebied tussen ''onjuiste'' en ''juiste'' gronden, begrippen die voor velerlei uitleg vatbaar zijn, zullen niet gauw besluiten hun overtollige konijnen naar de slacht te brengen of met een mismaakt kuiken naar de dierenarts te gaan.

Uiteindelijk zal de wetgever er toch aan te pas moeten komen. Niet alleen omdat een organisatie als KleindierNed lang niet alle dierhouders bereikt, maar ook omdat ''ondraaglijk lijden'' en ''ernstige gezondheidsredenen die het welzijn van het dier aantasten'' niet nader zijn gedefinieerd. 

Nu is een verbod op het zelf doden van dieren, zoals de Partij voor de Dieren voorstelt, geen garantie voor het uitbannen van wantoestanden. Een verbod is bovendien lastig te handhaven, omdat het doden doorgaans gebeurt achter het tuinhek.  Maar een dodingsverbod schept wel duidelijkheid. Het kan een einde maken aan de ongebreidelde voortplanting van dieren. Fokkers kunnen elkaar erop aanspreken, afnemers van dieren kunnen aan een fokker vragen of deze het dodingsverbod respecteert.

Hoe moeilijk ook te handhaven, een verbod helpt zeker bij het verspreiden van de gedachte dat het doden van dieren een serieuze aangelegenheid is, waarover vanuit de samenleving steeds indringender vragen worden gesteld. Gewoonten en tradities zijn niet langer toereikend om het doden te rechtvaardigen.

Jinke Hesterman, hoofdredacteur Levende Have

Uit de Staat van het Dier (2019), Raad voor Dierenaangelegenheden:
De helft van de Nederlanders (50%) vindt dat de mens niet alle soorten dieren mag doden, ook al gebeurt dit snel en pijnloos. Er zijn wel rechtvaardigingen voor het doden van dieren. De belangrijkste zijn: • als het een gevaar vormt voor mensen (84%); • en als het dier ernstig en uitzichtloos lijdt (83%) Daarna noemt men pas dat het rechtvaardig is om ‘voor voedsel’ een dier te doden (45%).

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier