Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

‘Het goed verzorgen van een dier geeft je niet het recht het te doden’

Ingediend door jinke op 20 augustus 2017 - 12:35

Verschenen in Levende Have december 2011
Tekst: Arno Hendriks
Foto: Jan Smit/Dierenbeeldbank

Weinigen zullen betwisten dat de gemiddelde, hobbymatig gehouden varkens of koeien een beter leven hebben dan hun soortgenoten in de bio-industrie. Maar geeft het goed verzorgen van een dier iemand het recht dat dier te doden? Over die vraag boog ethicus Tatjana Višak zich in een promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht.

Aan de hand van het utilisme ging Tatjana Višak *) op een systematische wijze na of het moreel te verantwoorden is dat dieren na een goed leven worden gedood. Het utilisme is een ethische stroming die handelingen goed- of afkeurt op basis van het effect dat ze hebben op het welzijn. Met het onderzoek wil Višak niemand een leefwijze opleggen. “Het utilisme is slechts één manier om dit vraagstuk te bekijken. Maar het geeft wel stof tot nadenken.”

Er bestaan heel veel stromingen in de ethiek. Waarom heeft u dit vraagstuk aan de hand van het utilisme benaderd?

“Ik heb eerst een globale verkenning gedaan om te bekijken welke stroming ik zou kiezen.  Eigenlijk ligt het heel simpel. Bij sommige stromingen telt het welzijn van dieren helemaal niet mee. Maar als je de wereld zo zou bekijken, is het ook niet nodig om dieren op een vriendelijke manier te houden. Als ik zo’n stroming had gekozen, had ik al snel kunnen concluderen dat volgens die stroming de diervriendelijke veehouderij niet nodig is en dat er geen bezwaar is tegen het doden van dieren.

‘’Volgens andere stromingen weegt een dierenleven net zo zwaar als een mensenleven. Dan heb je geen uitgebreid onderzoek nodig om te concluderen dat het doden van dieren voor vlees volgens die stroming niet acceptabel is. Bij het utilisme telt het totaalplaatje van het welzijn van mensen én dieren. Als een beetje leed bij een kleine groep heel veel welzijn voor de rest oplevert, kan dat volgens het utilisme moreel te verantwoorden zijn. Het is dus niet in één klap duidelijk wat het utilisme van de diervriendelijke veehouderij vindt en daarom leek het mij een goed onderwerp voor onderzoek.”

Hoe weet je of het doden van een dier invloed heeft op zijn welzijn?

“Het is algemeen geaccepteerd dat pijn een dier in zijn welzijn schaadt. Met de dood ligt het wat ingewikkelder. Er zijn verschillende visies. Volgens één visie kun je bij een mens zeggen dat een vroege dood hem schaadt omdat hij waarschijnlijk nog allerlei plannen had. Omdat een dier die niet heeft, zou de dood hem niet schaden. Maar daar valt over te twisten. Een baby heeft ook geen toekomstplannen, maar daarvan zeg je ook niet dat de dood hem niet schaadt. Daarom zie ik meer in de visie die stelt dat een dier door een vroege dood wordt geschaad omdat hij daardoor veel welzijn misloopt dat hij in de toekomst had kunnen hebben.”

Als je het zo bekijkt, kun je dan niet zeggen dat het doden van een slecht gehouden dier goed is omdat het dier dan leed bespaard blijft?

“ Als een dier slecht wordt gehouden is de eigenaar sowieso verkeerd bezig.”

Als ik het goed begrijp, zou een dierenleven volgens het utilisme dus net zo zwaar kunnen wegen als een mensenleven als hij even gelukkig is en even oud wordt?

“Ja, en dat voelt ergens natuurlijk vreemd aan. Zelf vind ik het erger als een mens doodgaat dan wanneer een gelukkige rat die honderd had kunnen worden, doodgaat. Maar dat komt doordat ik als mens meer voor mensen voel. Hoe dichterbij, hoe meer je ervoor voelt.’’

In je proefschrift wordt ook de vraag gesteld of je een dier mag doden als het wordt vervangen door een ander dier, dat dus in zijn plaats welzijn geniet. Is het doden van een dier op die manier te verantwoorden?

“Dit is juist volgens de onpersoonlijke versie van het utilisme. Deze gaat uit van de optelsom van welzijn. Maar als je het zo bekijkt, zouden we met z’n allen enorm veel kinderen moeten baren. Als die allemaal dan een beetje gelukkig zijn, kom je al snel tot een enorme hoeveelheid welzijn. Hier komt dus de tweestrijd tussen de persoonlijke en de onpersoonlijke visie binnen het utilisme aan de orde. Wil je een zo groot mogelijke hoeveelheid welzijn, of gaat het erom dat je bestaande wezens schaadt of goed doet? Wat mij betreft hebben we geen verplichtingen ten aanzien van ‘welzijn’, maar ten aanzien van mensen en dieren.”

Nu zal iemand die dol is op zijn lapje vlees aanvoeren dat hij in zijn welzijn wordt geschaad als hij dat moet missen. Telt dat ook mee?

“Jazeker. Maar als je een optelsom zou maken van het leed en het welzijn dat het doden van dieren voor vlees veroorzaakt, kun je vanuit het utilisme zeker bezwaren aanvoeren. Je moet bijvoorbeeld ook meewegen dat bossen worden omgekapt voor sojaplantages voor de dieren die worden opgegeten. Daardoor worden de dieren die in die bossen leefden ook in hun welzijn geschaad. Daar komt bij dat je veel meer mensen zou kunnen voeden als je mensenvoedsel in plaats van soja voor dieren verbouwt. Je kunt dus zelfs het leed van de hongerende mensen in de berekening meenemen.”

Toch lijkt u mij geen tegenstander van de diervriendelijke veehouderij

“Zo wil ik mezelf ook helemaal niet zien. Het is stukken beter dan de bio-industrie, ook als je het vanuit het utilisme bekijkt. Maar dat betekent nog niet dat we er al zijn. Er mag van mij meer worden nagedacht over de effecten op het welzijn, ook door hobbydierhouders. Je ziet bijvoorbeeld nog vaak dat een paard naar de slacht wordt gebracht ‘omdat dat beter is voor het paard’. Ik vraag mij af in hoeverre dan echt vanuit het paard is gedacht. Vaak gebeurt het net op het moment dat het paard niet meer in de sport mee komt. Maar kan zo’n paard niet nog een heerlijke toekomst in de wei hebben? En speelt het ook niet mee dat de eigenaar op deze manier veel geld bespaart? En weegt dat geld op tegen het welzijn dat het paard misloopt?”

Hoe zou de regering handelen als deze zich door het utilisme liet leiden?
“De partijen zijn vooral bezig met het vertegenwoordigen van hun eigen belang.  Het utilisme wordt nu vooral misbruikt door de politiek. Als in een economische analyse rekening wordt gehouden met kosten en baten, wordt deze analyse al snel utilistisch genoemd. Maar met welzijn wordt in zo’n berekening geen rekening gehouden. Als de regering utilistisch zou handelen, zou er veel meer geld naar arme landen gaan. Als ze daar voor twintig euro aan medische zorg voor kinderen kopen, levert dat meer welzijn op dan wanneer iemand hier een nieuwe cd koopt. Ook dieren zouden meer aandacht krijgen.’’

De utilistische benadering heeft Višak zelf niet ongemoeid gelaten. Na een eerder onderzoek is ze veganistisch geworden. “Dit is geen onderwerp dat je bestudeert zonder dat het invloed heeft op je eigen leven”, legt ze uit.

*) De titel van het proefschrift van Tatjana Višak luidt: ‘Killing happy animals. Explorations in utilitarian ethics’. Višak geeft tegenwoordig les aan de Universiteit Leiden in filosofie en ethiek, waarbij ze vaak voorbeelden uit de dierenwereld gebruikt. Daarnaast houdt ze zich bezig met de organisatie van de conferentie ‘Minding Animals’ die volgend jaar in de eerste week van juli bij de Universiteit Utrecht wordt gehouden.

Wat is utilisme?
Bij het utilisme gaat het om de vraag wat een handeling oplevert voor alle betrokkenen, mens én dier. Daarbij wordt gekeken naar de gevolgen van een handeling voor het welzijn van mens en dier, waarbij het welzijn van beide in gelijke mate meetelt.
De gedachte dat dieren moeten meetellen, is vooral aangezwengeld door de Australische filosoof Peter Singer. Hij kreeg onder meer bekendheid met het in 1975 geschreven boek Animal Liberation, dat veel invloed had op dierenactivisten. In 1996 probeerde hij voor de Australische groene partij uit te komen in de politiek, maar dat was geen succes.