Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Fokken op resistentie tegen worminfecties bij schapen

Ingediend door jinke op 09 juni 2014 - 15:55

Uit onderzoek is gebleken dat het fokken op resistentie tegen wormen bij schapen mogelijk is. Wanneer men zal gaan fokken op ongevoeligheid voor wormen, zal de totale wormdruk in de koppel verlagen en zal de houder minder zieke dieren ervaren.

Erfelijke aanleg
De gevoeligheid voor worminfecties bij schapen heeft gedeeltelijk te maken met erfelijkheid. De dieren kunnen een erfelijke aanleg hebben voor een verslechterde weerstand of een verslechterde weerbaarheid. In geval van een verslechterde weerbaarheid, ofwel resilientie, heeft het dier niet het vermogen om in moeilijke omstandigheden goed te kunnen functioneren.
Zowel het aangeboren als het verworven immuunsysteem spelen hier een belangrijke rol in. Het immuunsysteem zorgt ervoor dat er geen infectie kan ontstaan. Het fokken op resistentie, ofwel ongevoeligheid voor wormen, is door de erfelijke aanleg mogelijk. De houder zal moeten fokken op twee verschillende genetische eigenschappen, namelijk weerstand en weerbaarheid.

Fokken op genetische eigenschappen
Wil een houder gaan fokken op resistentie, dan zullen de  dieren met een verslechterde weerstand afgevoerd moeten worden. Voor fokken op ongevoeligheid moet er een genetische selectie plaatsvinden. De selectie zal gaan op basis van de variatie in het fenotype, dat toegeschreven is aan het DNA. De genetische schattingen van de erfelijkheid van resistentie voor worminfecties zijn variabel en afhankelijk van de gemeten fenotype. Het fenotype moet daarom ook betrouwbaar en meetbaar zijn. Wormeitellingen zijn een voorbeeld van het meten van het fenotype. Het onderzoeken van bloedarmoede en de immuunrespons, waaronder worminfecties-specifieke IgA en IgE, kunnen ook dienen bij een genetische selectie. De fenotypes kunnen echter beïnvloed worden door wormsoorten en vroegere blootstelling.

Kortom: gevoelige dieren zijn te herkennen door
• wormeitellingen van individuele dieren op een aantal momenten (resistentie)
• uiterlijke waarnemingen: diarree, bloedarmoede, groei, vitaliteit, etc. (resilientie)
Een selectie op basis van alleen de uiterlijke waarnemingen bevoordeelt de dieren met een grote resilientie. Dit hoeven niet de dieren te zijn met een lage wormei uitscheiding, dus met een grote weerstand. Het fokbeleid zou daarom niet alleen moeten bestaan uit uiterlijke waarnemingen maar ook uit wormeitellingen.

Uit onderzoek is gebleken dat een aantal rassen van nature meer weerstand hebben tegen worminfecties. Namelijk de rassen Barbados Blackbelly, Scottish Blackface (zie foto), US St. Croix, Indonesisch dunne staart, Indische Galore, Afrikaanse rode Maasaai en daarnaast de Florida inheemse rassen en de Gulf Coast inheemse rassen. Door te fokken met deze rassen zou er in de toekomst resistentie kunnen worden ontwikkeld. (1)

(1) Genetics of helminth resistance in sheep, door Niel A. Karrow, Katherine Goliboski, Nancy Stonos, Flavio Schenkel and Andrew Peregrine, gepubliceerd in het Canadian Journal of Animal Science, online 19 December 2013.

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier