Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

FAQ's over Q-koorts van en voor hobbymatige en kleinschalige houders van schapen en geiten

Ingediend door jinke op 06 december 2009 - 20:20

ONDERSTAANDE INFORMATIE DATEERT UIT 2012. INMIDDELS ZIJN ER GEEN BEDRIJVEN MEER BESMET MET Q-KOORTS. ER GELDT NOG WEL EEN VACCINATIEPLICHT VOOR BEDRIJVEN MET MELKGEITEN EN MELKSCHAPEN EN BEDRIJVEN MET EEN PUBLIEKSFUNCTIE, ZOALS KINDERBOERDERIJEN. OOK MOETEN GEITEN EN SCHAPEN DIE NAAR KEURINGEN GAAN WORDEN GEVACCINEERD. PUBLIEK MAG NIET AANWEZIG ZIJN BIJ HET AFLAMMEREN.

Wat zijn de specifieke risico’s voor de kleinschalige, hobbymatige houders? Waar moet je op letten? Wat kun je doen? Wij gaan hier in op de vragen die er leven bij hobbymatige en kleinschalige houders van schapen en geiten. Voor algemene informatie (symptomen, e.d.) verwijzen we naar de wiki over Q-koorts .

1. Waar liggen de risicogebieden?
Op een zogeheten vlekkenkaart staan de bedrijven aangegeven die besmet zijn (geweest). De laatste besmetting dateert van april 2012 en betrof een geisoleerd geval; verdere besmetting bleef uit. De voorheen op de vlekkenkaart vermelde risicogebieden, cirkels van 5 km om de besmette bedrijfslocaties heen, zijn per 2011 vervallen.

2. Welke extra risico’s lopen kleinschalige houders op een besmetting van hun dieren of van zichzelf?
Besmette dieren vormen het grootste risico op het verspreiden van de bacterie, als ze aflammeren of verwerpen. De meeste mensen worden niet ziek als ze besmet raken, een klein percentage wel en daarvan kampt weer een klein deel met ernstige verschijnselen. Ongeveer 20% van de Q-koorts patiënten kwam in 2009 in het ziekenhuis terecht. Hartpatiënten met klepgebreken en vaatwandbeschadigingen en zwangere vrouwen lopen theoretisch extra risico.

3. Is mijn geit of schaap besmet met Q-koorts?
Eind 2012 meldde het RIVM dat de Q-koorts-epidemie voorbij is, omdat het aantal zieke mensen met Q-koorts in 2012 tot een zeer laag aantal was gedaald. De bacterie is wel endemisch; hij heeft altijd in Nederland bestaan en zal ook nu blijven bestaan. Hoe klein de kans is dat dieren nog besmet zijn, weten we niet. De laatste besmetting dateert van april 2012 en betrof een geisoleerd geval. Na afvoer testte het bedrijf negatief; verdere besmetting bleef uit.

Je kunt je dieren laten testen, maar gezien de inmiddels geringe risico's wordt dit niet geadviseerd. Dergelijk onderzoek zou bovendien geregeld moeten plaatsvinden, omdat een niet-gevaccineerd dier dat vandaag vrij is van de Q-koorts bacterie, morgen een besmetting kan oppikken. Een eenmalige test geeft slechts schijnzekerheid. Verder geven tests nogal wat vals-negatieve uitslagen.

Als je je dieren laat vaccineren, kan het zijn dat ze al besmet zijn. Dit betekent dat je altijd hygiënemaatregelen moet treffen. Heb je het vermoeden dat je dier al besmet was voor vaccinatie, handel dan bij het aflammeren volgens het advies bij vraag 7 en 8.

Zou er na een verwerping Q-koorts worden vastgesteld, dan is het niet langer verplicht de dieren te euthanaseren. Voor een antwoord op de vraag wat te doen is meer informatie nodig over de specifieke situatie:

  • Gaat het om een dier dat heeft verworpen en dus niet drachtig meer is?
  • Hoe lang geleden is er sprake geweest van aflammeren/verwerpen?
  • Heb je het hygiëneprotocol gevolgd? (zie [[nodetitle:Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen]] )
  • Heb je verder nog drachtige dieren of niet?
  • Welke mensen komen er in aanraking met de besmet verklaarde dieren?
  • Zijn er mensen uit risicogroepen in je directe omgeving?
  • Hoe is je fokbeleid?
  • Wil je het besmette dier graag aanhouden? Ben je in dat geval bereid het dekken een jaar over te slaan?

Met het antwoord op deze vragen is een inschatting te maken van het risico voor mensen in je omgeving. Daarbij is het goed te bedenken dat in een met Q-koorts besmet gebied al vele miljarden bacteriën verspreid zijn. Daarom is de afweging vooral afhankelijk van je directe eigen omgeving. Als er geen drachtige dieren zijn, zijn er geen gezondheidsredenen (mensen) om dieren te euthanaseren. Bij de aanwezigheid van drachtige dieren hangt de afweging van de situatie af. Het blijft een persoonlijke afweging. Bedenk wel dat het vaccineren van een besmet dier niet zinvol is.

4.  Hoe kan ik een besmetting voorkomen van mijn dieren?
Door vaccinatie tegen Q-koorts neemt het risico op besmetting aanzienlijk af (zie artikel Vaccinatie tegen Q-koorts ). Volgens de bijsluiter bij het vaccin mogen drachtige dieren niet gevaccineerd worden omdat de fabrikant het vaccin voor drachtige dieren niet heeft geregistreerd. Het is echter bekend dat in de praktijk drachtige dieren worden gevaccineerd zonder nadelige gevolgen. Het is dan ook de individuele verantwoordelijkheid van de dierenarts en de dierhouder om de afweging te maken om drachtige dieren te vaccineren en in individuele gevallen af te wijken van de richtlijn om de bijsluiter te volgen. Daarbij moet als kanttekening worden geplaatst dat het vaccineren van drachtige dieren niet per definitie leidt tot het beperken van de kans om besmet te raken. Bij een drachtig dier is het beschermend effect van vaccinatie uitermate gering.

Drachtige dieren die besmet zijn, vormen bij het aflammeren het grootste risico op verspreiding van de Q-koorts bacterie. Een reeds besmet en daarna  gevaccineerd drachtig dier scheidt namelijk nog steeds Q-koorts bacteriën uit bij het aflammeren. Gebleken is wel dat op gevaccineerde bedrijven de uitscheiding van bacteriën aanzienlijk afneemt.

De houder kan eventueel vóór de vaccinatie zijn dieren laten testen. Er zijn tests waarmee kan worden vastgesteld of dieren de bacterie uitscheiden. Omdat de uitscheiding van bacteriën niet gelijkmatig verloopt, kan het zijn dat er sprake is van vals-negatieve uitslagen. Er is bloedonderzoek mogelijk, maar dat toont alleen eventuele antistoffen aan. Elk dier dat ooit een besmetting heeft doorgemaakt, draagt antistoffen bij zich. De aanwezigheid van antistoffen wil echter niet zeggen dat het dier op dat moment besmet is met de Q-koorts bacterie. Voor vaccinatie kan men zich aanmelden bij de eigen dierenarts. Vooraf aanmelden bij de GD is niet meer nodig. Zie ook hoofdstuk Vaccinatie tegen Q-koorts in dit dossier.

5. Hoe lang duurt het voordat een dier immuniteit heeft opgebouwd?
Dat is nog onbekend, maar in de regel zal een dier twee weken na de tweede vaccinatie zijn beschermd. Het zal zeker per individueel dier verschillen. Elk dier gaat op unieke wijze om met alles wat op hem/haar af komt. Zo ook met ziektekiemen. Ter illustratie: niet alle aanwezige dieren op besmette bedrijven zijn besmet, hoewel de mogelijkheid om besmet te raken er duidelijk wel is. Dat heeft ook te maken met erfelijke gevoeligheid versus erfelijke weerstand. Niet iedere blootstelling betekent dus dat een dier besmet raakt. Immuniteit is lastig meetbaar. Bij de Q-koorts bacterie is niet alleen de hoeveelheid antistoffen (=titer) van belang. Er bestaat bij veel ziektekiemen tevens/daarnaast een weerstand op basis van een “celgebonden” immuniteit die niet meetbaar is, maar wel degelijk de weerstand (mede) bepaalt. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe lang na vaccinatie de immuniteit op peil is. 

6. Heeft het  zin om besmette dieren te vaccineren?
Het vaccin lijkt waterdicht, als het gaat om het voorkomen van een besmetting van een nooit eerder besmet dier. Ga je een besmet dier vaccineren, dan blijft de besmetting aanwezig. Het vaccin is niet in staat een besmet dier te ''reinigen''. Toch wordt algemeen aangeraden om op een bedrijf alle aanwezige dieren in te enten, onafhankelijk van de mate van besmetting en bescherming. De uitscheiding van bacterien ligt bij besmette maar gevaccineerde dieren aanzienlijk lager.

7. Hoe moet ik handelen tijdens het verwerpen?
Alle schapen- en geitenhouders hebben een meldplicht. Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn houders en dierenartsen verplicht verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de nVWA. Abortussen is één van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf (alle geiten en schapenhouders, dus ook hobbydierhouders, worden in de wet gezien als 'bedrijf'). Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de nVWA. Na melding doet de nVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.

Algemene adviezen:

  • De verworpen vruchten en nageboorten niet laten opdrogen. Vruchtwater(-damp) bevat een enorme hoeveelheid bacteriën, dus zo snel mogelijk afdekken en met strooisel en al in een afgesloten plastic zak bewaren. Bij het hanteren van de vruchten en nageboortes altijd handschoenen en mondkapje dragen. En daarna grondig handen en kleding wassen.
  • De ondergrond van abortus goed reinigen en ontsmetten of eventueel wegwerp materiaal gebruiken als ondergrond zoals plastic. De Q-koorts bacterie is resistent tegen veel bekende ontsmettingsmiddelen. Zie verder [[nodetitle:Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen]] .

8.    Hoe moet ik handelen tijdens het aflammeren?
Zie onder [[nodetitle:Voorzorgsmaatregelen bij aflammeren en verwerpen]] .

9. Is kinderboerderijbezoek veilig?
Op kinderboerderijen worden al jaren extra voorzorgsmaatregelen getroffen. Sinds 2010 zijnalle schapen en geiten op kinderboerderijen in Nederland tegen Q-koorts gevaccineerd. Het risico op besmetting is daardoor veel kleiner, maar niet nul. Zorg daarom voor goede hygiëne als u een kinderboerderij bezoekt. Kinderboerderijen hebben een hygiënecode en sinds kort is er ook een keurmerk zoönosen (ziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan) voor kinderboerderijen.

10. Wat moet ik doen bij een vermoeden van besmetting?
De dierenarts bellen. Een drachtig dier dat besmet is, vormt bij het aflammeren/verwerpen een risico voor de gezondheid van de mens. Wie vermoedt dat een vrouwelijk fokdier is besmet, zal met deze geit of ooi dus niet verder fokken, noch het dier aan een ander verkopen.

11. Ik heb geiten gekocht in een gebied waar eerder Q-koorts is vastgesteld. Kan ik deze ophalen?
De vaccinatiecampagne heeft het aantal besmettingsgevallen drastich beperkt en er is geen sprake meer van een Q-koorts-epidemie. Niettemin komt de Q-koortsbacterie nog wel voor, in het milieu en bij dieren. U kunt aan de verkoper vragen of bekend is of ooit op het bedrijf of bij de dieren de Q-koortsbacterie is aangetroffen. Mocht dit onbekend zijn, dan kunt u de dieren eventueel laten testen voordat u ze in contact brengt met uw eigen dieren. U kunt ook informeren of de geiten gevaccineerd zijn.

12. Kan ik bezoekers toelaten bij mijn geiten/schapen?
Het antwoord op deze vraag is het resultaat van een persoonlijke afweging. De Q-koorts epidemie is weliswaar voorbij, maar zeker in de lammertijd zijn houders van schapen en geiten doorgaans voorzichtig met het toelaten van bezoekers, omdat er altijd kans is op besmetting met een zoönose. Bekend zijn onder andere listeriose, toxoplasmose en chlamydophilose als riskante aandoeningen voor zwangere vrouwen. Q-koorts komt - op bescheiden schaal - ook al veel langer voor. Daarom is het goed mensen uit risicogroepen, zoals zwangere vrouwen en mensen met hartklepproblemen, uit de buurt van schapen en geiten te houden.

13. Kan ik met mijn geiten en schapen naar de keuring of tentoonstelling?
Geadviseerd wordt alleen met schapen en geiten die zijn gevaccineerd tegen Q-koorts naar een keuring of tentoonstelling te gaan. Hou er rekening mee dat de dieren de eerste keer twee maal gevaccineerd moeten worden en pas twee weken na vaccinatie beschermd zijn. Schapen en geiten die langer dan vier maanden drachtig zijn, kunnen beter niet naar een keuring of ander evenement. Schapen en geiten die in de twee weken voorafgaand aan de keuring hebben afgelammerd kunnen eveneens beter thuis blijven. Een vaccinatieplicht geldt voor dieren op locaties waar schapen en geiten worden gehouden die zijn opengesteld voor publiek, met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren mogelijk te maken. 

Voeg je eigen vragen toe via de Vraagbaak van Levende Have

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier