Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Dunnere varkens door meer vezels

Ingediend door jinke op 07 oktober 2008 - 11:21

door Tjalling Huisman

Globaal kun je het dierenrijk indelen in twee groepen: dieren die met behulp van bacteriën in hun darmstelsel celwandbestanddelen (vezel) kunnen benutten en dieren die dat vrijwel niet kunnen. Deze laatste groep verteert met behulp van enzymen, die worden afgescheiden in het lichaam, wel zetmeel en suikers.

Het varken wordt vaak in de laatste groep ingedeeld. Wanneer je veel varkensrantsoenen bekijkt, zie je dat deze voor een belangrijk deel uit gemakkelijk verteerbare bestanddelen bestaan. Er is echter voldoende aanleiding om nog eens kritisch naar de gehanteerde indeling te kijken en de plaats van het varken opnieuw te bepalen. Dat is echter niet eenvoudig, want vrijwel alle wetenschappelijk onderzoek naar de voeding van het varken staat ten dienste van het moderne productievarken. De productie-eisen die aan deze dieren worden gesteld zijn zo hoog dat die alleen te halen zijn met hoge giften geconcentreerd, gemakkelijk verteerbaar voer. Een dergelijk rantsoen is relatief arm aan vezel, omdat vezel niet alleen zelf slecht verteerbaar is, maar ook de verteerbaarheid van wel goed verteerbare bestanddelen vermindert.

In de laatste tien jaar zijn echter de bezwaren van dit type rantsoenen ook duidelijk geworden. Het varken hoeft weinig te doen om aan z’n voedingsstoffen te komen. Dit sluit niet aan bij de natuurlijke behoefte om uitgebreid en langdurig te zoeken naar voedsel en leidt op den duur tot allerlei gedragsafwijkingen. Daarnaast leiden modern samengestelde rantsoenen vaak tot minder verzadigingsgevoel, met andere woorden: het varken is al lang weer hongerig voordat het opnieuw voedsel krijgt. Dit zou je kunnen oplossen door extra te voeren maar, dat leidt bij dit type voeders tot vervetting van het dier.

Varkens en vezels
Over het algemeen wordt met het begrip vezel in de voeding de fractie slecht verteerbare bestanddelen uit de plantcelwand bedoeld. Dit zijn de stoffen lignine (houtstof), cellulose en hemicellulose. Deze worden in de samenstelling van diervoeders aangeduid met ruwe celstof (RC). Rijk aan vezels zijn bijvoorbeeld gras en lucerneproducten.
Vezels verblijven langer in het maagdarmstelsel en dragen daardoor bij aan het verzadigingsgevoel. Varkens zouden na opname van vezelrijk voer minder gauw weer honger hebben. Een ander voordeel van vezelrijke producten is dat de dieren er langer mee bezig zijn. Dit effect wordt uiteraard alleen bereikt wanneer er sprake is van producten als onbewerkt gras, hooi en kuilgras. In fijngemalen vorm gaat genoemd effect verloren. Onafhankelijk van de vorm heeft vezel wel altijd een positief effect op de darmgezondheid.

Vezel tref je aan in veel verschillende vormen. De plantaardige herkomst is sterk bepalend voor de eigenschappen van de verschillende vezelsoorten. Vezelbestanddelen zoals lignine en cellulose zijn voor de bacteriën in het maagdarmstelsel niet of zeer moeilijk af te breken. Andere vezelbestanddelen zoals pectine echter vrij goed. Dit blijkt ook voor varkens zeer relevant te zijn. In de eerder aangehaalde indeling van het dierenrijk wordt het varken ingedeeld bij de dieren die weinig kunnen met vezel, maar onderzoek laat zien dat in de dikke darm wel degelijk gemakkelijk afbreekbare vezelbestanddelen worden afgebroken door de daar levende bacteriën. Hierbij komen geleidelijk vluchtige vetzuren vrij. Vluchtige vetzuren die de wand van de dikke darm passeren vormen een bruikbare energiebron voor het varken. Omdat ze zo geleidelijk vrij komen, dragen ze bij aan een stabiel bloedglucose gehalte. Na een maaltijd met in de dikke darm goed afbreekbare celwandbestanddelen daalt de glucosespiegel minder snel. Anders gezegd: het varken is minder snel hongerig. Dit effect zal er zeker toe bijdragen dat het varken zich niet overeet, wat voor sommige moddervette varkens in de hobbysector geen overbodige luxe is.

Ook bietenpulp is rijk aan goed afbreekbare vezels. In experimenten met zeugen bleek varkensvoer met tussen 20 en bijna 40% bietenpulp gunstige effecten te hebben. Een product gemaakt van witlofwortels blijkt een vergelijkbaar effect te hebben bij varkens.

Hoeveelheid vezels
Wanneer je varkens hun gang laat gaan, kunnen ze behoorlijke hoeveelheden ruwvoer opnemen. In een experiment met biologisch gehouden drachtige zeugen aten de dieren tot 4,5 kg vers gras per dag en zelfs meer dan 5 kg ingekuilde snijmaïs. Het probleem met dit soort voeders is echter dat de samenstelling varieert en vaak niet is afgestemd op de behoefte van de varkens. Dat laatste laten de gegevens in de tabel zien. Deze zijn gebaseerd op gehalten van de in het experiment gebruikte voeders. Het overzicht is niet compleet en bedacht moet worden dat vrijwel iedere partij van dit type voeders andere gehalten heeft.

De gehalten in het voer voor drachtige zeugen zullen voor de meeste hobbymatig gehouden varkens ruim toereikend zijn. Ze zijn gebaseerd op normen gepubliceerd in het Handboek voor de Varkenshouderij. Bij vergelijking op droge stof basis zien we dat met uitzondering van kuilgras, het eiwit in alle producten aan de lage kant is. Bij calcium zien we een vergelijkbaar beeld. Bij andere bestanddelen zijn de gehalten soms gunstig en soms minder gunstig.

Vervangen
Op basis van deze uitkomsten en de wetenschap dat in de praktijk mineralengehalten in ruwvoer heel laag kunnen uitvallen, is het advies over de maximale ruwvoergift aan varkens begrijpelijk. In het rapport naar aanleiding van het experiment adviseren de onderzoekers maximaal twintig procent van de dagelijkse hoeveelheid varkensvoer te vervangen door een gelijke hoeveelheid energie uit ruwvoer. In dit experiment kwam het erop neer dat ongeveer een halve kilo varkensvoer kon worden vervangen door 1 kg kuilgras, 3,5 kg weidegras, 3 kg hooi en 1,7 kg snijmaïs.

Omdat aan productievarkens, zelfs in de biologische sector, veel hogere eisen worden gesteld dan aan het gemiddelde hobbyvarken, zou de hoeveelheid ruwvoer voor deze dieren zelfs verhoudingsgewijs nog wat ruimer kunnen. Daarbij moet je denken aan een vervanging van dertig tot veertig procent van de dagelijkse hoeveelheid varkensvoer. Echt onderzoek is hier nog niet naar verricht, maar een hobbyvarkenshouder zou om te beginnen eens honderd gram varkensbrok kunnen vervangen door 100 gram droge bietenpulp, of 300 gram maïskuil, of 200 gram kuilgras, of 600 gram hooi, of 700 gram vers weidegras. Pas wel op voor verdringing.
Bietenpulp is als droog product verkrijgbaar. Ook hierin zijn eiwit en andere gehalten niet hoog. Bietenpulp levert ongeveer dezelfde hoeveelheid energie als varkensvoer. Vooralsnog is een vervanging van niet meer dan twintig procent van een standaard voergift door bietenpulp aan te bevelen, wanneer men het product wil uitproberen.

Tips
•    Vezelrijke producten in het rantsoen van varkens dragen bij aan het welzijn van de dieren.
•    De langere verzadiging die optreedt na het eten van vezelrijke producten helpen een te hoge voeropname te voorkomen.
•    Varkens eten graag ruwvoeders als kuilgras, weidegras en snijmaïs. Pas wel op dat de opname van eiwit en mineralen niet in de knel komt.
 

 

Compleet zeugenvoer

DS: 90%

Kuilgras

DS: 53%

Weidegras

(zomer)

DS: 20%

Biologisch

Hooi

 DS:89%

Ingekuilde snijmaïs

DS: 37%

Energiewaarde

1

0,53

0,7

0,17

0,77

Ruw Eiwit (g/kg)

150

200

100

65

82

Ca (g/kg)

6

10

4

3

2,1

Mg (g/kg)

0,4

2,4

2

1

1,4

Fe (mg/kg)

80

260

190

900

672

Zn (mg/kg)

50

42

35

160

49

Cu (mg/kg)

5

12

5

38

2,7

Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier