Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Bodem van levensbelang voor gezond grasland

Ingediend door jinke op 28 april 2016 - 10:31

Percelen die jarenlang door boeren zijn gebruikt, vertonen allerlei gebreken. Dergelijke percelen laten zich lastig omvormen tot een gezond grasland. De belangrijkste gebreken zijn te vinden in de bodem. Door intensief gebruik is er vaak een soort teeltlaag ontstaan die alleen door geregeld bemesten nog in leven kan worden gehouden. Deze gronden hebben dan ook een hoog fosfaat- en nitraatgehalte. Als deze percelen een andere bestemming krijgen (natuur of kleinschalige dierhouderij), is het de kunst is om de verbinding tussen teeltlaag en de grond daaronder te herstellen. Dat is altijd een proces van jaren en vergt speciale maatregelen. Wie een stuk grond van een boer koopt doet er dus goed aan daar rekening mee te houden. Zo voorkom je teleurstellingen.

Niet alleen vermesting maar ook verdichting heeft geleid tot een snelle achteruitgang van de bodemkwaliteit, vooral in Nederland met z'n intensieve veeteelt en mestoverschot. Natuurorganisaties die voormalige landbouwgrond willen omzetten naar natuur, worden daarmee geconfronteerd. Onderzocht is of ontgronden en zelfs grondtransplantatie het herstel kan versnellen. Op die manier kunnen belangrijke schimmels weer worden teruggebracht in de bodem. Transplantatie leidt tot meer microbiële biomassa en een sterke toename van mycorrhizaschimmels.

Regenwormen
Regenwormen zijn een belangrijke indicator voor de gezondheid van de bodem. Voor herstel van de bodem zijn ook regenwormen onmisbaar. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan een goede bodemstructuur. Er zijn epigene (strooiseleters), endogene (grondeters) en anecische regenwormen (pendelaars). De strooiseleters spelen een sleutelrol bij de vertering van gewasresten, de grondeters zorgen voor een kruimelige bodemstructuur en de pendelaars vormen permanente verticale gangen in de grond. Vooral aan die laatste twee typen regenwormen ontbreekt het op gronden die intensief zijn gebruikt. Niet-kerende'' grondbewerking met bedekking van de bodem met gewasresten en organische mest zorgt ervoor dat na twee jaar tien keer zoveel regenwormen in de grond zitten en het aantal schimmels is verdubbeld. Het kan echter nog wel vijf tot tien jaar duren voordat de biodiversiteit volledig is hersteld.

Van de ​​r​​egenwormen zijn het vooral de diepgravende soorten, met name de Lumbricus terrestris, die terugkeren, omdat de permanente verticale gangen waarin ze wonen niet of minder vernield worden en omdat er een strooisellaag aanwezig blijft aan de oppervlakte. Dit laatste is belangrijk omdat de diepgravende soorten ´s nachts naar de oppervlakte komen om zich met materiaal uit de strooisellaag te voeden. Diepgravende soorten dragen in belangrijke mate bij aan het voorkomen van bodemerosie. Hun diepe, permanente verticale gangen met dikwijls diameters van 1 cm fungeren als drainagekanalen bij hevige neerslag.

Zuurstof in de bodem
Niet alleen regenwormen zijn van belang als het om een gezonde bodem gaat, Ook bacteriën, schimmels, protozoa, nematoden hebben voedsel, lucht, water en een geschikte leefomgeving nodig. Indien gronden ontstaan met zuurstofniveaus onder de 16%, wordt een andere groep van organismen bevorderd, waaronder veel ziekteverwekkende bacteriën en schimmels, zoals Pythium en Phytophthora. Ook sulfidevormende bacteriëen, zoals Clostridia, geijden goed in zuurstofarme bodems. Deze bacteriën kunnen rechtstreeks (via grazen) of indirect (via kuilvoer) in het maag-darmkanaal van dieren terecht komen, waar ze giftige stoffen produceren. Via bodemonderzoek kunnen de ziekmakende bacteriën worden opgespoord.

Wil je de leefomgeving voor het bodemleven verbeteren? Bewerk de grond dan minimaal, zorg ervoor dat de bodem bedekt is met plantmateriaal en vermijd het overmatig gebruik van pesticiden en meststoffen.

(foto Louis Bolk Instituut)

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier