Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Bijvriendelijk bijen houden

Ingediend door jinke op 05 april 2012 - 14:51
Bijvriendelijk bijen houden

door Jinke Hesterman

De toestand van de honingbij baart grote zorgen. Massale sterfte vormt een bedreiging voor onze voedselproductie. Toch is er hoop: iedereen met een tuin of een stuk land kan de bij de helpende hand bieden. Bijenexpert Albert Muller uit Nijbroek gaat speciaal voor Levende Have de komende edities in op het hoe en waarom van bijvriendelijk bijenhouden.

Bijen zijn fascinerende dieren die zelfs een kenner als Albert Muller nog kunnen verrassen: bijvoorbeeld hoe de paring in de lucht in z’n werk gaat. De daad tussen dar en koningin onttrekt zich meestal aan het oog van de mens. Bijen doen het op 30 tot 60 meter hoogte. Daar bevinden zich darrenverzamelplaatsen en de koninginnen die bevrucht willen worden, vliegen daar naartoe.
Onderzoekers lieten twee volkeren met Carnicadarren en twintig volkeren met Italiaanse darren los. Daarna mochten veertig jonge Carnicakoninginnen de lucht in. Wat bleek? De overmacht aan Italiaanse darren had geen enkele invloed: 95 procent van de Carnicakoninginnen werd bevrucht door een van de Carnicadarren. Soort zoekt soort? Nee, grijnst Albert Muller, soort vindt soort. ‘’De paringshoogte verschilt tussen een Carnicabij en Italiaanse bij.’’

Wie zich eenmaal verdiept in het leven van de bij, loopt een zeker risico. Het kan zijn dat je er niet meer van los komt. Wat Albert Muller betreft kan dat niet genoeg gebeuren. Niet alleen omdat hij veel mensen deelgenoot wil maken van de wonderlijke bijenwereld, maar die mensen zijn ook hard nodig om de bij de helpende hand te bieden.
Het complexe en bijzondere leven van de bij is namelijk ernstig verstoord geraakt door tal van factoren: een gebrek aan nectarrijke bloemen of de aanwezigheid van giftige bloemen, de verslechtering van de conditie van de bijen waardoor de varroamijt om zich heen kan grijpen, en de prestatiedrang van de imkers.
‘’Essentieel voor een natuurlijke manier van bijen houden is dat de imker de bij volgt, in plaats van dat de bijen de imker moeten volgen. Als ik de bijen volg, dan wacht ik tot een volk in zwermstemming komt. Als de bij mij moet volgen, dan maak ik een kunstmatige zwerm omdat dat beter past bij mijn vakantieplannen of andere activiteiten. Tussen deze twee manieren van bijen houden is een basaal verschil.’’

Kentering
‘’De achteruitgang is zo dramatisch dat de economie nu in gevaar komt’’, constateert Albert Muller. De situatie lijkt hopeloos, maar biedt tegelijkertijd kansen. Want, redeneert hij, als onze voedselproductie gaat lijden onder de massale sterfte van bijenvolken, dan ligt een kentering in het verschiet. Van onze voedselgewassen is voor de bestuiving immers 95 procent afhankelijk van de honingbij. En wanneer de bestuiving stagneert heeft niet alleen de bij, maar ook de mens een probleem.

De oplossing moet worden gezocht in de omstandigheden waaronder de bijen leven. Het platteland is veel te groen. De bijen zijn tegenwoordig beter af in stadstuintjes. Omdat ze geen groen kunnen waarnemen, leven ze op het platteland in een overwegend grijze wereld. Muller mag graag vergelijkingen maken: ‘’Als je een konijn koopt weet iedereen welk voer deze dieren nodig hebben. Bijen moeten kennelijk leven van de lucht.’’ De weilanden zijn monotoon begroeid met overwegend Engels raaigras. Bermen langs de wegen worden weliswaar gemaaid, maar het maaisel wordt niet afgevoerd, waardoor de gewenste verschraling en de opkomst van bloemrijke soorten uitblijft.

'Bijenlint’
Dat er veranderingen gaande zijn, doet hem deugd. Hij verwijst naar Zutphen Bijenstad. Deze campagne is vorig jaar van start gegaan onder het motto ‘’Alle bee(s)tjes helpen’’. Een initiatief van twee vrouwen die een hele lokale overheid hebben meegekregen. Inwoners van Zutphen maken hun tuinen bijvriendelijk. Zo moet er in de stad een ‘’bijenlint’’ ontstaan, plekken waar bijen voedsel kunnen vinden. Albert Muller pakt het boek van Arie Koster erbij, ‘Plantenvademecum voor tuin, park en landschap’, waarin de auteur ruim 1500 plantensoorten beschrijft en aangeeft welke betekenis ze hebben voor bijen en vlinders. ‘’Alle gemeenten zouden dat moeten aanschaffen’’, vindt hij.

Ook in de imkerij gebeurt het nodige. Albert Muller merkt het op omscholingscursussen voor imkers die naar een meer natuurlijke manier van bijen houden toe willen. ‘’Je ziet nu ook steeds meer mensen die de honing niet zo belangrijk vinden. Bijen hoeven ook niet per se raszuiver te zijn. Ze hoeven niet te presteren. Het is belangrijk dat de groep die er zo tegenaan kijkt in opkomst is. Die groep geeft bijen meer de kans te leven zoals de bijen dat zelf willen. Ze laten de bijen zelf de raten bouwen, in plaats van kunstraten te gebruiken waarbij de bij in een bepaald patroon wordt gedwongen.’’

Het is deze groep die de biologisch dynamische imker Albert Muller voor ogen staat bij het schrijven van een serie over bijen houden in Levende Have. De serie krijgt een seizoensgebonden opzet. Hij zal daarin ondermeer ingaan op de huisvesting van bijen, de zogeheten ‘’Einraumkasten’’ met hoge ramen in één verdieping, als alternatief voor de gestapelde kasten. Ze bestaan uit één ruimte waarin de bijen hun gang kunnen gaan. Ook zal hij uit de doeken doen hoe hij de varroamijt in bedwang houdt.
Verder zal hij aandacht schenken aan bijen houden zonder honing te winnen. ‘’Iets dat heel goed mogelijk is’’, aldus Muller. Ook de plek waar bijen gehouden worden komt uiteraard aan bod. Het verplaatsen van kasten gaat volgens Muller tegen de natuur in. ‘’Ik deed dat vroeger ook, maar dat wil ik niet meer. Bijen leven van nature in holle bomen. Daar heb je rekening mee te houden. Holle bomen huppelen toch ook niet heen en weer?’’.

’We ontdekken nog steeds dingen die we niet wisten’
De bioloog Albert Muller is verbonden aan het Duitse, onafhankelijke bijeninstituut Fischermühle en lid van het netwerk Mellifera: www.mellifera.de. Het bijeninstituut doet onder meer onderzoek naar de bestrijding van de varroamijt (‘’Oxaalzuur en mierenzuur komen daar vandaan’’), het omgaan met zwermen, nieuwe vormen van behuizing en de warmtehuishouding in de bijenkast. Het netwerk Mellifera stimuleert een vorm van bijenhouden die uitgaat van het wezen van de bij. Sinds zijn afscheid van het AOC in Twello, waar hij les gaf in veehouderij, dierverzorging en levensmiddelentechnologie, kan hij zich volledig wijden aan zijn twaalf volkeren (‘’huis-, tuin- en keukenbijen, een mix van verschillende rassen’’), het onderzoek naar de toestand van de honingbij (‘’een levendig vakgebied, we ontdekken nog steeds dingen die we niet wisten’’) en het verzorgen van omscholingscursussen voor imkers.
Tevens is hij lid van de werkgroep BD-imkers. In Nederland. Deze groep organiseert jaarlijks een Imkerdag. Leden van de werkgroep houden lezingen, zorgen voor publicaties en vertalingen en geven cursussen, waaronder jaarlijks ‘Beginnend imkeren op BD grondslag’. Nadere info: www.bdimkers.nl

Meer artikelen over bijen op deze website, geschreven door Albert Muller:

Dossier
Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier