Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Bevruchting, dracht, geboorte en zoogperiode

Ingediend door jinke op 07 februari 2021 - 13:17

Of je nu doelbewust fokt met dieren of eenvoudig vermeerdert, de voortplanting begint met het bepalen van het tijdstip waarop de mannelijke en vrouwelijke dieren bij elkaar worden gebracht. Bij sommige diersoorten die zich vrij kunnen bewegen en waar manlijke en vrouwelijke dieren door elkaar gehouden worden, zoals kippen en een haan, hoef je weinig te doen. Maar bij andere diersoorten, waar manlijke en vrouwelijke dieren bij elkaar moeten worden gebracht, luistert het nogal nauw wanneer dat gebeurt. Datzelfde geldt voor het moment waarop de manlijke en vrouwelijke dieren weer van elkaar worden gescheiden.

De voortplanting bestaat uit een opeenvolging van gebeurtenissen in het leven van een dier. Het begint al bij de bevruchting: daar wordt bepaald of het embryo zal uitgroeien tot een mannetje of een vrouwtje. Na de geboorte groeit het dier verder uit en komt het in de puberteit: het vrouwtje gaat eicellen produceren en het mannetje spermacellen. De leeftijd waarop dit gebeurt hangt sterk af van de diersoort.

De diersoorten vertonen ook een verschillend voortplantingsgedrag en paringspatroon, wat gevolgen heeft voor het bepalen van het juiste moment van dekking of inseminatie. Dat moment wordt meestal aangegeven in het aantal uren dat verstreken is na het zien van de eerste bronstverschijnselen. Bij de meeste diersoorten zien we bronstkenmerken, zoals onrustig gedrag, springen en vaak urineren. Ook gaat de bronst gepaard met allerlei geluiden. Hengsten en rammen flemen, ze krullen de bovenlip. Bij varkens schuimbekken en kwijlen de beren. Dat bevordert de berigheid bij de zeug.

Dracht, geboorte en zoogperiode
Wanneer een dekking slaagt, groeien er bij de zoogdieren in de baarmoeder één of meerdere embryo’s uit tot jonge dieren die bij de geboorte levensvatbaar zijn. Ook de draagtijd is sterk afhankelijk van de diersoort: een hond draagt 2 maanden, een paard 11 maanden. De draagtijd vertoont binnen een diersoort eveneens de nodige variatie. Een week eerder of later werpen dan de gemiddelde draagtijd is heel normaal.

Het verloop van het geboorteproces is voor elke diersoort verschillend. Voor beginnende fokkers is het aan te raden zich hierin verder te verdiepen (geldt ook voor bronst en dekking) en te profiteren van de kennis van ervaren fokkers. Na de geboorte produceren de vrouwelijke zoogdieren melk in hun uier voor hun jongen. Tijdens de zoogperiode, na het spenen van de jongen (waarbij de leeftijd sterk van de diersoort afhangt), gaan de vrouwelijke dieren weer eicellen produceren en kan het proces opnieuw beginnen. Het produceren van jongen vraagt het nodige van het moederdier. Daarom wordt afgeraden jonge dieren al vroeg te laten dekken en zijn er optimale perioden tussen twee opeenvolgende drachten bij de verschillende diersoorten.

Praktische tips
De leeftijd bij het begin van de puberteit is een belangrijk moment in de veehouderij, want voordat de puberteit begint, moeten de mannetjes van de vrouwtjes gescheiden worden, ook de moeders van hun zonen. Anders is de kans op een ongewenste dracht groot, met alle gevolgen van dien: niet uitgegroeide moederdieren die een jong ter wereld moeten brengen, dat ook nog sterk is ingeteeld (zeker bij een moeder-zoon paring). Lastig hierbij is dat het moment waarop de puberteit intreedt, sterk kan variëren; binnen een diersoort, binnen een ras, zelfs binnen een koppel. Daarom is het altijd verstandig mannetjes en vrouwtjes die beter niet met elkaar kunnen paren, gescheiden te houden.
Wanneer de dieren in de puberteit komen, gaan ze voortplantingsgedrag vertonen. De mannetjes hebben dan bijvoorbeeld de neiging koppelgenoten te bespringen. Bij de meeste diersoorten ligt het moment van de eerste dekking een aantal maanden na het intreden van de puberteit. Dan produceren ze een goede kwaliteit zaad en eicellen en zijn de vrouwelijke dieren bij de geboorte van hun eerste jongen ook goed uitgegroeid. Er is overigens op dit punt een grote variatie tussen rassen. 

Het is erg belangrijk om in de periode van 2,5-3,5 weken na de dekking, de gedekte dieren te controleren op bronstgedrag. Is de dekking mislukt dan worden ze opnieuw bronstig. Soms worden dieren na langere tijd weer bronstig, omdat het embryo is afgestorven. Bij enkele diersoorten komt schijndracht voor, bijvoorbeeld bij geiten (zie kader).
Bij een aantal diersoorten is de bronst seizoensgebonden: schaap en geit in de herfst, paard in het voorjaar en de zomer. Dit leidt ertoe dat hun jongen in het voorjaar worden geboren en ouders en jongen buiten opgroeien. Bij het houden van zoogkoeien kan het daarom gunstig zijn ze in de zomer te laten dekken, zodat hun kalveren in het voorjaar geboren worden.

Voortplantingstechnieken
Bij de meeste hobbydierhouders verloopt de voortplanting van hun dieren op natuurlijke wijze. Vrijwel alle schapen en geiten krijgen na dekking door een ram of bok lammeren. Deze lammeren groeien in de meeste gevallen bij de moeders op. Zo gaat het ook bij de meeste hobbyvarkens. Toch zijn er heel wat hobbypluimveehouders bijvoorbeeld, die gebruik maken van een broedmachine. De eieren worden wel door een haan bevrucht, maar de hen hoeft ze niet uit te broeden. Paarden krijgen vaak veulens na kunstmatige inseminatie, ook de koeien worden in veel gevallen geïnsemineerd. Vrij nieuwe techniek is embryotransplantatie. Deze wordt toegepast bij paarden, maar ook bijvoorbeeld bij alpaca's.

De afgelopen jaren is in de professionele fokkerij het gebruik van Genomic Selection (GS) enorm toegenomen. Bij GS wordt een statistisch verband gelegd tussen groot aantal ‘merkers’ op het genoom en genetische aanleg voor eigenschappen. In een aantal gevallen is een causaal verband aangetoond tussen merker en eigenschap. In veel gevallen is de causale relatie niet vastgesteld, maar is er sprake van associatie.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat het mogelijk is om gericht veranderingen aan te brengen in het genetisch materiaal van een individu. Deze techniek staat bekend als gene-editing. Gene-editing staat nog in de kinderschoenen maar wordt gezien als een veelbelovende techniek voor bioprocestechnologie (modificatie van bacteriën) en humane geneeskunde. Gene-editing lijkt ook perspectieven te bieden voor de fokkerij. Zo hebben onderzoekers in VS met deze techniek een varken geproduceerd dat resistent is tegen de ziekte PRRS.

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier