Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Algemene informatie over het Schmallenbergvirus

Ingediend door jinke op 23 december 2011 - 21:29

Het Schmallenbergvirus behoort tot de Orthobunyavirussen. Slechts enkele van deze virussen zijn eerder aangetroffen in Europa, zoals het Tahynavirus van de California serogroep. Virussen van de Simbu-serogroep, waarmee het Schmallenbergvirus verwant is, zijn nooit eerder in Europa geïsoleerd.
Het Schmallenbergvirus werd voor het eerst in november 2011 in Duitsland aangetoond, in monsters genomen in de zomer en herfst van 2011 bij ziek melkvee (koorts, verminderde melkgift). Soortgelijke verschijnselen met daarbij diarree werden gezien bij koeien in Nederland, waar het Schmallenbergvirus in december 2011 werd aangetoond. Begin december 2011 werden aangeboren afwijkingen gemeld bij pasgeboren lammeren in Nederland. Het Schmallenbergvirus werd aangetoond en geïsoleerd uit hersenweefsel.

Vanuit recente epidemiologische studies en op basis van de overdracht van andere Orthobunyaviruses is de hypothese als volgt: overdracht vermoedelijk via insecten als vectoren (knutten en/of steekmuggen); verticale transmissie via de placenta is bewezen. Eind 2012 werd bekend dat Schmallenbergvirus-RNA is aangetroffen in rundersperma. De hoge snelheid waarmee het Schmallenbergvirus zich in 2011 in de veestapel in West-Europa verspreidde, houdt zeer waarschijnlijk verband met het hoge percentage knutten dat met het virus besmet was. De knut komt in heel Nederland voor. Knutten zijn alleen actief gedurende de zomermaanden. Gezien het feit dat het in 2011 een bijzonder mooie nazomer is geweest, met zelfs in november nog relatief hoge temperaturen, mag worden aangenomen dat besmetting van (drachtige) dieren tot minimaal half november 2011 heeft kunnen plaatsvinden. De laatste meldingen van besmette verworpen vruchten dateren van half 2012.

Overdracht Schmallenbergvirus via sperma
Het Schmallenberg-virus blijkt ook via sperma overdraagbaar. Bij Duits onderzoek is sperma van zes verschillende besmette stieren geïnsemineerd in zes koeien. Geen van de geïnsemineerde dieren vertoonde klinische verschijnselen van de ziekte. Maar bij twee van de zes runderen kon de besmetting wel worden bevestigd met een zogenoemde RT-PCR-test. In vier van de zes geïnsemineerde dieren werden geen sporen van het virus gevonden en ook geen antistoffen. De Duitse onderzoekers zeggen op grond van de eerste onderzoeksresultaten dat weinig virus nodig is om een besmetting te kunnen veroorzaken.

Symptomen van het Schmallenbergvirus
Bij de schapen doen zich alleen symptomen voor bij de lammeren. De lammeren vertonen ernstige neuromusculaire afwijkingen zoals arthrogrypose (kromme poten), ankylose (vastzittende gewrichten), scoliose en kyfose (kromme ruggen), torticollis (gedraaide nekken), verkorte bovenkaken en afwijkingen aan de hersenen. De geboorte van deze misvormde lammeren gaat soms moeizaam. De ooien zelf vertonen geen ziekteverschijnselen.
Bij de runderen wordt bij de volwassen dieren diarree, melkproductiedaling en soms koorts gezien. Het virus wordt - naar alle waarschijnlijkheid - niet op mensen overgedragen.

Diagnostiek
De RT-PCR die door het Duitse zusterinstituut FLI is ontwikkeld wordt inmiddeld ook in Nederland gebruikt voor de diagnostiek bij runderen en schapen. Er is inmiddels ook een test beschikbaar om afweerstoffen tegen dit nieuwe virus aan te tonen, en er is een vaccin ontwikkeld.

Aanbevolen door Levende Have