Revisie van Voeding van paarden van Zon, 02/09/2007 - 9:08am
Met revisies kunt u de verschillen tussen de versies van uw inzendingen opsporen.
Op het gebied van voeding hebben de meeste paarden en pony’s aan gras en hooi voldoende. Maar hoe meer arbeid je van de dieren vraagt hoe meer krachtvoer de dieren moeten hebben. Een paard dat op stal staat en dagelijks een uur stapt, verricht geen arbeid. Maar een paard dat op stal staat en meer dan een half uur moet stappen en draven, heeft wel extra energie nodig. Hiervoor zijn modellen uitgerekend waarin bij benadering staat onder welke omstandigheden hoeveel voer nodig is. (1)
Gebit
Omdat paarden van oorsprong alleen gras en planten eten, hebben ze sterke snijtanden (6 boven en 6 onder) om het gras af te snijden en kiezen (6 aan iedere kant boven en onder) om het helemaal fijn te malen zodat het makkelijker verteerd wordt in de maag. Tussen de snijtanden en de kiezen is een opening (tandeloos), de lagen genoemd. Men weet niet waarom deze opening is ontstaan. Na de domesticatie van het paard is de opening gebruikt om het bit in te leggen.
50.000 kauwbewegingen
Paarden zijn dooreters. Ze zijn ingesteld op een geleidelijke en langdurige opname van vrij laagwaardig gras. In het wild besteden paarden tot zestien uur per etmaal aan voedselopname. Bij deze voedselopname maken ze gemiddeld bijna 50.000 kauwbewegingen. Zo lang zijn gehouden paarden vrijwel nooit bezig met hun voeding. Wanneer een paard te weinig tijd en arbeid besteedt aan voedselopname, ontstaan er problemen. Dit zien we vooral bij een te laag aandeel vezelig materiaal. Hooi geeft paarden wat te doen. Om een kilo hooi weg te werken is een paard veertig minuten bezig waarbij er 2500 keer gekauwd wordt. Door hooi fijn te malen en het vervolgens in een brokje te persen, kun je de opnametijd terugbrengen tot tien minuten en het aantal benodigde kauwbewegingen verminderen tot 700. Een kilo brok of muesli wegwerken, kost ook ongeveer tien minuten voor een paard in respectievelijk 600 en 900 kauwbewegingen. Het paard wordt niet gelukkiger van de aldus verkregen vrije tijd. De van nature aanwezige neiging tot langdurig graasgedrag laat zich moeilijk onderdrukken. Wanneer een paard weinig tijd hoeft te besteden aan de voedselopname, is de kans op allerlei stalondeugden groot. Ook kan het dier bij wijze van compensatie strooisel of mest gaan eten.
Speeksel
Bij het kauwen van voedsel komt speeksel vrij. Dit speeksel zorgt ervoor dat de maaginhoud niet te zuur wordt. Een te zure maaginhoud leidt tot aantasting van de maagwand en uiteindelijk tot maagzweren. Bij het eten van hooi produceert een paard drieëneenhalf keer zoveel speeksel als bij een gelijke hoeveelheid brokken. Uit onderzoek is komen vast te staan dat paarden (ook veulens) die veel brokken krijgen, heel vaak een aangetaste maagwand hebben. Veel ruwvoer voorkomt dit probleem. Hoe mooi de verpakkingen van voeders ook zijn en hoe aantrekkelijk muesli’s er ook uit mogen zien en ruiken, voor graseters zoals paarden en ezels is voldoende weidegras, hooi, of kuilgras in het rantsoen een voorwaarde voor gezond functioneren. Wanneer deze dieren teveel brokken of muesli’s krijgen, kan er sprake zijn van een ‘’structuurtekort’’. Fijn gemalen gras of hooi past niet in een rantsoen. Welzijn en gezondheid zijn gebaat bij langvezelig voer. (2)
Fructanen
Aan het onbeperkt eten van gras zijn overigens enige risico's verbonden. Gras bevat een aantal soorten koolhydraten, waaronder suikers. Een belangrijke groep koolhydraten zijn de fructanen. Deze suikers worden niet afgebroken door de verteringsenzymen in de dunne darm. Hierdoor komen ze onverteerd in de blinde en dikke darm. Hier worden ze heel snel afgebroken door de bacterieflora in dit deel van het darmstelsel, waarbij veel vluchtige vetzuren worden gevormd. Wanneer het fructanenaanbod erg groot is, leidt dit tot verzuring in blinde en dikke darm. Door deze verzuring worden de zuurresistente bacteriën in het darmstelsel bevoordeeld en nemen deze toe. Deze bacteriën produceren stoffen die in de bloedbaan terechtkomen. De gevormde stoffen tasten het verbindingsweefsel aan tussen hoefwand en hoefbeen en hoefbevangenheid is een feit.
Voorjaarsgras
Het fructanengehalte van gras wordt hoger als de aanmaak hoger is dan het verbruik door de plant. Dit is vaak zo in het voorjaar en vroege zomer. Jong voorjaarsgras is dus altijd een risico. Ook later in het jaar kan het gras risicovol zijn voor gevoelige paarden. Wanneer bij fris najaarsweer de zon veel schijnt, worden er ten opzichte van de productie weinig fructanen gebruikt en is het gehalte dus hoog. Het hoogste fructanengehalte vinden we meestal in de stengels. Overgraasd grasland heeft een laag bladaandeel en kan daarom een risico vormen. Lage fructaangehalten in het gras vinden we vooral in de nacht en ochtend. Ook gras dat al gebloeid heeft, bevat lagere gehalten. In hooi of kuilgras kan het gehalte aan fructanen te hoog zijn voor paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid. Wanneer men in de gelegenheid is het ruwvoer zelf te winnen, is het in ieder geval aan te raden heel vroeg in de ochtend al te maaien. Vroeg in seizoen geoogst ruwvoer is minder geschikt voor gevoelige paarden. (3)
(1) Paard en voer, Andrea Ellis, Roodbont
(2) Lange vezels nodig voor kauwen en herkauwen, Levende Have oktober 2005
(3) http://www.levendehave.nl/magazine/fructanen-gras-grote-boosdoener-bij-hoefbevangenheid












