Revisie van Paarden van Din, 21/08/2007 - 10:13am
Met revisies kunt u de verschillen tussen de versies van uw inzendingen opsporen.
Belgische trekpaardenPaarden
(Equus caballus) behoren tot de een van de ‘jongste’ gedomesticeerde
dieren (na honden, katten, schapen, geiten). Het zijn planteneters
(herbivoren), en behoren net als de ezels en de zebra’s (wilde
paardachtigen) tot de onevenhoevigen. Omdat ze van oorsprong alleen
gras en planten eten, hebben ze sterke snijtanden (6 boven en 6 onder)
om het gras af te snijden en kiezen (6 aan iedere kant
boven en onder) om het helemaal fijn te malen zodat het makkelijker
verteerd wordt in de maag. Tussen de snijtanden en de kiezen is een
opening (tandeloos), de lagen genoemd. Men weet niet waarom deze
opening is ontstaan. Na de domesticatie van het paard is de opening
gebruikt om het bit in te leggen.Van de in het
wild levende rassen is alleen het Przewalski paard over, en staat op de
lijst van bedreigde diersoorten. Het Konik paard is ‘teruggefokt’ en
lijkt op de Tarpan, die geheel is uitgestorven net als het Bospaard,
dat lang geleden al is verdwenen. Het Bospaard is de voorouder van de
koudbloedige rassen.
De wilde Mustangs in Noord-Amerika zijn verwilderde afstammelingen van
de paarden die de Spanjaarden bij hun ontdekkings/veroveringstochten
bij zich hadden. Uit de wilde soorten zijn diverse rassen ontstaan.
Paarden zijn kuddedieren; dieren dus die graag met de groep optrekken. Een paard alleen lijdt en is onzeker. Zelfs een geit als gezelschap kan hierin al een oplossing bieden. Het gedrag van paarden maakt ze geschikt voor divers gebruik, maar daar gaat wel een weldoordachte en behoedzame training aan vooraf. In de moderne tijd zijn in de Westerse wereld het gebruiksdoeleinden van het paard overgenomen door machines, de tank en de tractor. Het paard in de sport heeft daarentegen een enorme vlucht genomen. Het aantal recreatie- en sportpaarden in Nederland wordt geschat op 500.000.
Het houden van paarden is niet voor de leek weggelegd. Het vergt veel kennis en begrip, maar vooral liefde, verantwoordelijkheidsgevoel, tijd en ruimte. Paarden zijn geen makkelijke dieren om te houden, en hebben dagelijks aandacht en veel beweging nodig. Afhankelijk van het ras zullen moeilijkheden vroeger of later ontstaan. Hoe hoger in het bloed (hoog percentage volbloed) een paard staat, des te deskundiger moet de houder zijn.
Paarden hebben een draagtijd voortplanting van 11 maanden en brengen over het algemeen één veulen ter wereld. Tweelingen komen voor, maar dat geeft meestal complicaties. Veulens staan op hun benen binnen een uur tot een paar uur na de geboorte en zullen meteen daarna gaan drinken bij de moeder. Een eigenschap die voortkomt uit het vluchtgedrag van de vroegere paarden.
De grootte van een paard wordt gemeten als schofthoogte, dat is vanaf het hoogste punt boven de schouder tot aan de grond langs het voorbeen. Bij een schofthoogte tot 147 cm spreken we van pony’s en boven de 147 cm van paarden. De hoogte van volwassen paarden varieert sterk: van 147 tot 180 cm bij sportpaarden. De koudbloedige trekpaarden kunnen hoogtes bereiken van meer dan 2 meter.De vacht kan zowel effen gekleurd als bont zijn. Veel voorkomende kleuren zijn wit of grijs (schimmelkleurig), bruin (met zwarte manen en staart), zwart, voskleurig (koperkleurig, goud), geel (isabelkleurig) en "vaal" (geel-grijs, soms neigend naar bruin of blauw). Het paard is een kuddedier en kan zo'n dertig jaar oud worden.
Paarden die niet de juiste voeding krijgen of die onvoldoende verzorgd worden en niet genoeg bewegen, krijgen problemen met hun [[gezondheid van paarden|gezondheid]].
Op het gebied van huisvesting stellen paarden hoge eisen. Een eenvoudige stal met een weide volstaat wel, maar de stal moet stevig zijn. Een paard weegt gemiddeld 500 kg een pony 250-400 kg. Voor de meeste pony’s is weliswaar een schutstal voldoende, als die bescherming tegen regen en zonneschijn biedt, maar houdt er dan rekening mee dat de dieren een flinke wintervacht ontwikkelen.
Op het gebied van voeding hebben de meeste paarden en pony’s aan gras en hooi voldoende. Maar hoe meer arbeid je van de dieren vraagt hoe meer krachtvoer de dieren moeten hebben. Een paard dat op stal staat en dagelijks een uur stapt, verricht geen arbeid. Maar een paard dat op stal staat en meer dan een half uur moet stappen en draven, heeft wel extra energie nodig.
Ontwormen, weidemanagement en hoefverzorging zijn telkens terugkerende punten van aandacht bij de verzorging van paarden. In opkomst is het fenomeen van natuurlijk bekappen. Paarden zijn tegenwoordig net als evenhoevigen (zoals schapen en geiten) ter preventie van allerlei dierziekten onderworpen aan strenge regelgeving. Een paard kan een leeftijd van 25 tot 35 jaar bereiken.







.jpg)




