Meer diversiteit in koeienrassen
op: 22 Okt 2008 - 10:48am
Soms lijkt het of er maar één koe bestaat: de Holstein-Friesian. Hobbyrundveehouders hebben zich echter altijd ingezet om bijzondere rassen in stand te houden. Inmiddels wordt ook de biologische melkveestapel steeds diverser van ras.
De koeien die in Nederlandse weilanden lopen zijn bijna allemaal de bekende ‘kapstokken’, de Holstein-Friesians (HF). HF-koeien zijn echte melkfabrieken, maar hun weerstand laat soms te wensen over en qua voeding en leefomstandigheden zijn ze nogal veeleisend. Hobbyrundveehouders kiezen om die reden meestal liever voor een wat sterker en soberder ras. Ook uit oogpunt van traditie of biodiversiteit geven zij de voorkeur aan een wat zeldzamer of bijzonderder ras. Meer biodiversiteit is ook een trend in de biologische veehouderij. In de biologische melkveestapel is het aandeel HF-bloed weliswaar nog steeds hoog, maar het aantal kruisingen met andere rassen neemt de laatste jaren sterk toe. Dat blijkt uit onderzoek van Animal Sciences Group en het Louis Bolk Instituut.
Onderzoeker Gidi Smolders (ASG, Wageningen UR) meent dat de grotere diversiteit aan runderrassen in de biologische veehouderij vooral te maken heeft met het zoeken naar een koe die beter past bij de omstandigheden op het bedrijf. “Daarbij komen rassen die ook onder wat soberder omstandigheden gezond blijven en veel weerstand hebben het meest in aanmerking. De melkproductie mag daarbij iets minder zijn. Soms wordt daarbij een regionaal of oud ras gebruikt, omdat dat in dat streven naar een sterkere koe past. Maar ook vinden sommige veehouders het gewoon mooi om die rassen op het bedrijf te hebben.”
Als voorbeelden noemt Smolders de Blaarkop, het Fries-Hollands vee, de Lakenvelder en het Maas-Rijn-IJssel (MRY) vee. “Bij deze rassen zouden de inspanningen van kleinschalige hobbyfokkers een bijdrage geleverd kunnen hebben aan de huidige ontwikkeling. De grotere diversiteit komt echter vooral voor rekeningen van van oorsprong buitenlandse rassen als Browns Swiss, Fleckvieh, Zweeds roodbont, Jersey, Montebeliarde, omdat de HF vooral daarmee gekruist wordt.”
Het onderzoek in de biologische melkveehouderij is gebaseerd op rasgegevens van de vaarzen die in de periode 1997-2005 hebben afgekalfd. Gemiddeld over alle vaarzen is het HF-aandeel 67% en MRY 6%. Daarna volgt Jersey met 5%. De andere rassen scoren allemaal minder dan 3% van de totale bloedvoering. Ongeveer 10% van de bloedvoering is van onbekend ras.
- login of registreer om te reageren






